essay

Cultuur en sport zijn onmisbaar om de pandemie samen te doorstaan

Alleen samen kunnen we het virus verslaan, hoort schrijver Marjolijn van Heemstra sinds het begin van de pandemie. Maar zonder aandacht voor onze gezond­heid in bredere zin blijft van dat ‘samen’ weinig over.

Marjolijn van Heemstra
null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Toen mijn opa op de leeftijd kwam dat zijn gehoor afnam, had hij een oplossing die hem in staat stelde toch deel te nemen aan de jaarlijkse Matthäus Passion van zijn koor. Hij leunde tegen de persoon naast hem. De trilling van dat lichaam hielp hem naar eigen zeggen de muziek te horen. Of eigenlijk: te voelen. Als een oude, scheve boom zong hij, varend op de vibraties van een koorgenoot die voor ieder ander onhoorbaar waren.

Je kunt deze anekdote op twee manieren uitleggen. Eén: mijn opa was niet langer geschikt voor dat koor en gebruikte een ander om er toch nog onderdeel van te zijn. Twee: hij vond een sluiproute die hem in staat stelde om ondanks zijn gehoorproblemen een waardevolle bijdrage te leveren aan een gemeenschap waar hij van hield. Ik ga voor optie twee.

In een geïndividualiseerde samenleving als de onze is het misschien moeilijk voor te stellen, maar leunen kan soms ook versterken zijn. Tot op hoge leeftijd heeft mijn opa scheef gezongen. En hij heeft mij ooit toevertrouwd dat hij zo lang vitaal bleef, omdat hij wist hoe hij moest leunen zonder tot last te zijn.

Sinds de pandemie ons land heeft getroffen, benadrukt onze premier dat we alleen samen het virus kunnen verslaan. En steeds als hij dat woord ‘samen’ uitspreekt, zie ik die oude kromme zanger voor me. Maar nooit volgen bij Mark Rutte de zinnen die ik daarna zo graag zou wil horen. Dat ‘samen’ niet alleen nodig is om op de korte termijn de pandemie te beheersen, maar dat het op de langere termijn essentieel is voor onze gezondheid. En dat samen in de meeste gevallen niet spontaan ontstaat, maar wordt gedragen door cultuur, sport, clubs en gebedshuizen waar we troost, ontspanning, zingeving en steun vinden. Dat we daarom in deze tijd alles op alles moeten zetten om ondanks de lockdowns die knooppunten van samenzijn overeind te houden.

Gezondheid is meer dan klachtenvrij zijn

Gezondheid is het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Dat is waar arts en onderzoeker Machteld Huber op uitkwam, toen ze na decennia onderzoek en denkwerk in 2009 van onze overheid de opdracht kreeg om een nieuwe definitie van gezondheid te geven. Het is, stelt Huber, een dynamisch concept, en zo veel meer dan alleen maar de afwezigheid van klachten. In haar internationaal omarmde definitie zijn veerkracht, participatie en zingeving essentieel.

Het is bijna lachwekkend hoe weinig we van deze definitie van gezondheid terugzien in de politieke reactie op het virus. Terwijl wij al anderhalf jaar worden geregeerd door getallen en tabellen – aantal besmettingen, bedden, prikken – vallen clubs en koren uit elkaar en worden belangrijke plekken van samenkomst en zingeving gesloten. Het lijkt me onvermijdelijk dat op de korte termijn van alles moet sluiten, maar dat zou gepaard moeten gaan met een langetermijnvisie op hoe we de schade aan het sociale weefsel kunnen beperken, of zelfs herstellen.

Langzaam maar zeker wordt het onzichtbare web van ons ‘samen’ ontrafeld en zo knaagt de pandemie aan onze veerkracht en gemeenschapszin. Met andere woorden: aan onze gezondheid. Diezelfde gezondheid waar het allemaal om te doen is. Een pandemie komt nooit alleen. Het coronavirus veroorzaakt behalve ademnood en sterven ook een golf van somberte, eenzaamheid en polarisatie. Het zijn secundaire bijwerkingen, maar dat maakt ze niet minder rampzalig.

Het goede nieuws is dat we ongelooflijk veel in huis hebben om als land vitaal te blijven. Het slechte nieuws is dat we nu al anderhalf jaar vastzitten in die smalle, cijfermatige definitie van gezondheid. Door stress en tunnelvisie lijkt er in ons denken over welzijn geen ruimte meer voor zaken als zingeving en schoonheid. Zo dreigen we midden in een pandemie de vitaliteit te verliezen die we nodig hebben om de crisis samen te doorstaan.

Zingen helpt. Wandelen helpt. Naar de sterren kijken, naar violen luisteren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) analyseerde negenhonderd onderzoeken en concludeerde in 2019 officieel dat het actief of passief beleven van kunst de gezondheid bevordert. Wie zich niet door de wetenschappelijke literatuur wil worstelen kan het prachtige Musicofilia van neuroloog Oliver Sacks lezen, over onder andere de helende effecten van muziek. Of Traumasporen van psychiater Bessel van der Kolk, waarin hij schrijft hoe theater de ziekmakende effecten van trauma’s verlicht. Beeldende kunst kan mensen met een psychose helpen, ernstige kwalen kunnen soms uit een lichaam worden weggedanst.

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Maar als het op gezondheid aankomt, heerst er een hardnekkige oppervlakkigheid, niet in de laatste plaats onder politici. Genezen, is het idee, doe je door pillen en prikken. En wie klachtenvrij is, is gezond.

Weerbaarder, fitter en gelukkiger

Hoe belangrijk genezing van fysieke klachten ook is, gezond zijn en blijven behelst meer dan dat. De onwil om breder te kijken naar wat gezondheid is, ondermijnt talloze manieren waarop we weerbaarder, fitter en gelukkiger kunnen worden. Die onwil ondermijnt zelfs de reguliere gezondheidszorg. Het is geweldig dat er vaccins zijn en artsen en verpleegkundigen die zich binnenstebuiten keren om deze crisis te bezweren, maar we kunnen de traditionele gezondheidszorg niet als enige verantwoordelijk maken voor het welzijn van een land. Die last is te zwaar.

Andere sectoren kunnen een deel van de zorg overnemen, met een juiste timing en inzet kan een deel van de kwetsbare mensen mogelijk de gezonde kant op groeien in plaats van af te buigen naar medische zorg. Wat daarvoor nodig is, zijn samenwerking en kruisbestuiving. En dat is lastig in een land waar de publieke sector zo versmald is, dat iedereen – van leraar tot kunstenaar – zich er drie slagen in de rondte moet werken om overeind te blijven.

Achter het tekort aan ic-bedden en zorgmedewerkers schuilt een ander tekort. Dat van een samenleving die onder leiding van de neoliberale VVD jarenlang heeft uitgekleed wat belangrijk is. Niet alleen de zorg wankelt, ook het onderwijs, de cultuur, de wetenschap. Er is een punt waarop je zo veel wegkapt dat een bos geen bos meer is, maar een verzameling kwetsbare bomen die een grote storm niet kunnen opvangen. Rutte kan nu om een krachtig samen vragen, maar dat samen is nou precies zo vakkundig om zeep geholpen door de obsessie met efficiëntie.

De sectoren die onze veerkracht kunnen vergroten en voorzien in zingeving en aandacht, kunnen in sommige gevallen wellicht voorkomen dat mensen uiteindelijk bij de gezondheidszorg aankloppen. Gezondheidszorg zou het eindstation moeten zijn. Maar als op de weg daar naartoe alle andere stations gesloten worden, wordt het al snel de enige bestemming.

Hulp van musici, kunstenaars en trainers

Het is interessant om te zien dat de samenleving al anderhalf jaar voorloopt op de politiek. Achter de Zoom-schermpjes en in de geïmproviseerde thuiskantoren wordt wel degelijk in de breedte over gezondheid nagedacht. Al tijdens de eerste lockdowns klopten bedrijven en organisaties aan bij sportscholen en kunstenaars om hun personeel door die stressvolle periode heen te helpen. Musici, dansers, coaches en trainers hebben (vaak vrijwillig) hun expertise ingezet om landgenoten mentaal en fysiek gezond te houden.

Wie weet hoeveel somberheid het Rotterdams Philharmonisch Orkest doorbrak met zijn ontroerende digitale Negende symfonie, of Arie Boomsma met zijn opgewekte potten-en-pannengym. Nee, je krijgt een hele samenleving niet gezond met één Zoom-concert of onlinegymles, maar als we de onderzoeken mogen geloven zijn regelmatige momenten van verwondering, plezier en ontroering wel degelijk goed voor het immuunsysteem. Veel initiatieven kwamen met een knipoog, maar ze hielpen de moed erin te houden. Het bleef ad hoc, in de marge. Weinig ervan werd door de overheid ondersteund of geconsolideerd.

Nu werd er ook voor de pandemie op sommige plekken natuurlijk wel degelijk grensoverschrijdend nagedacht over ziekte en herstel. Ggz-instellingen werken bijvoorbeeld al jarenlang samen met theatermakers, beeldend kunstenaars en musici die mensen met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen en versterken. Maar dit soort uitwisseling is helaas niet de regel en wordt maar al te vaak gehinderd door protocollen en onzekerheid.

Samenwerken met een andere sector betekent het vermengen van werk- en denkwijzen. Dat kan spannend zijn en kost ook extra tijd, want er moet gaandeweg een gemeenschappelijke taal worden gevonden. Wie heeft er in een uitgeklede organisatie de ruimte en tijd om dat aan te gaan? Daarbij weten de verschillende sectoren elkaar vaak niet te vinden, al helemaal niet in coronatijd, nu de kantoren zijn gesloten en vaste aanspreekpunten verdwenen.

En dan is er nog een lastigheid: het vermengen van disciplines betekent ook het vermengen van budgetten. Onhandig in een economie die alles tot in de puntjes becijfert. Waar wordt samengevloeid, valt niet meer te rekenen. Valt niet meer te zien aan wie winst en verlies moeten worden toegeschreven.

Een andere manier van praten over welzijn

Maar de tijdelijke sluiproutes tussen kunst en zorg, cultuur en beleid, sport en bedrijfsleven zijn de slingerpaden die ons de weg kunnen wijzen naar een werkelijk gezonde samenleving. Om van deze uitzonderingen de norm te maken is een breed gedragen verhaal nodig over hoe wij elkaar gezond kunnen houden en maken. Een andere manier van praten over welzijn en vitaliteit.

Daar wringt de schoen, want de liberale VVD houdt zich over het algemeen graag ver van grote visies. Ze willen de mensen zogenaamd geen verhaal opdringen. Ondertussen doen ze dat natuurlijk wel degelijk met het verhaal van individuele groei en persoonlijk succes dat onze samenleving tot in de haarvaten beheerst. Het verhaal van schaarste en competitie. Het verhaal waarin een kromme zanger niet bijdraagt, maar parasiteert.

Het is een ongezond verhaal, waarin we op onszelf worden teruggeworpen en worden afgesneden van dat wat ons van oudsher vitaal houdt. De gemeenschap. De Ander. Het weefsel van de wereld waar wij als zoogdieren onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Dit zal misschien (waarschijnlijk) niet de laatste winter zijn waarin een avondlockdown nodig is. Er zitten talloze kunstenaars en cultuurmakers thuis die, net als werkloze koks en sportleraren trouwens, van onschatbare waarde kunnen zijn om ons zo gezond mogelijk door deze grijze winter heen te slepen. Er is expertise. Er is denkkracht. Er zijn creativiteit en werklust. Alles is er. Nu nog een politiek die werkelijk ziet wat we in handen hebben.

Zien moet je leren, schrijft Marjoleine de Vos in haar prachtige wandelboekje Je keek te ver. Je moet ergens de sporen van leren herkennen, anders zijn ze er simpelweg niet. Dat de verbindingen tussen kunst en gezondheidszorg zo vaak niet worden waargenomen, is niet omdat ze er niet zijn. Er moet op worden gewezen, keer op keer, tot het zien vanzelfsprekend wordt.

Marjolijn van Heemstra is schrijver, theatermaker en studeerde godsdienstwetenschappen.

Meer over