Columnbert wagendorp

Corona, zo zal blijken, is een bron van rijkdom en goodwill geweest

null Beeld

Het was niet zo’n fraai portret, van Sywert van Lienden, zoals dat naar voren kwam uit het staaltje knappe onderzoeksjournalistiek van Frank Hendrickx en Tom Kreling over de mondkapjeshandel van Van Lienden en twee compagnons, zaterdag in de Volkskrant. Met die handel was op zich niet zoveel mis, ware het niet dat Van Lienden altijd heeft volgehouden dat hij het allemaal voor niets deed – terwijl in het stuk toch minstens sterk de indruk werd gewekt dat hij en zijn zakenpartners flink hebben gecasht. Met een winstmarge van 15 procent op een order van honderd miljoen kan Sywert nu zijn studieschuld afbetalen.

Er gaat op dit moment veel geld om in de wereld van mondkapjes, zelftesten, spatkappen, brillen, gels, isolatiejassen, medische afvalcontainers, voorhoofdthermometers en injectiespuiten. Ik zat te kijken in de webshop ‘Hulptroepen.nu’ van Van Lienden c.s. en was onder de indruk van de hoeveelheid handel rond het coronavirus. Alleen ic-bedden ontbraken. Ze hebben daar nu een Roche SARS – CoV – 2 Rapid Antigen Test Nasal in de aanbieding: van 142,50 euro voor 129,00. Op=op!

Dat je als handige jongen het water in de mond loopt bij de onbeperkte geldsmijterij van de overheid, dat je in een krappe markt allerlei kansen ziet: dat begrijp ik heel goed. Daar ben je een handige jongen voor. Je ziet de miljarden door de lucht vliegen en je denkt: laat ik daar een graantje van meepikken.

Van Liendens partner Bernd Damme had voor zijn dertigste al drie faillissementen achter de rug – zo’n jongen wil ook weleens een keer níet failliet gaan. Dat is gelukt, want de Dritte im Bunde, Camille van Gestel, gaf toe dat er wel ‘iets was overgebleven’ en dat het ‘de moeite waard was geweest.’

De drie ondernemers slaagden erin het ministerie van VWS, via haar inkooporganisatie Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH), veertig miljoen mondkapjes te leveren, in een tijd waarin het – als je Hugo de Jonge mocht geloven – al héél moeilijk was om een doos met vijfhonderd Chinese mondkapjes deze kant op te halen.

Sywert van Lienden kon dat niet langer aanzien en besloot er iets aan te gaan doen. Hij verkondigde dat in elke talkshow die hem als ‘chef mondkapjes’ op het schild hees, op de bravoure-achtige wijze die hem als ‘politiek commentator’ van DWDD landelijke bekendheid verschafte. Van Lienden buitte zijn status als BN-er slim uit en zette zo druk op de ketel.

Damme sprak zijn contacten in China aan – volgens van Lienden, in mei 2020 in NRC, mannen met wie hij ‘al 36 keer in de karaokebar had gezeten’ - en binnen de kortste keren kwam de mondkapjesluchtbrug op gang. Een goede reden om de jonge doorpakkers snel een ridderorde te geven en tevens om op karaoke te gaan oefenen.

Als Sywert nou maar niet de filantroop had uitgehangen. Als hij nou in NRC maar niet had gezegd dat hij zijn spaargeld had geïnvesteerd als een ‘donatie aan de Nederlandse samenleving’. Waarom verklaarde hij niet gewoon dat het gestuntel van het LCH grote commerciële mogelijkheden bood en dat hij goede kansen zag mondkapjesmiljonair te worden?

Waarom wil zo’n jongen per se de onbaatzuchtige weldoener uithangen? Is het het taboe om geld te verdienen aan de pandemie? ‘Weldoener’ klinkt beter dan ‘zakkenvuller’. Maar de pandemie, zo zal blijken, is straks voor heel veel mensen een bron van rijkdom geweest. En een bron van goodwill, bijvoorbeeld voor de ‘partners’ die Sywert voor zijn karretje spande: KLM, CoolBlue en anderen.

Misschien komt Van Lienden vandaag, maandag, met het eerlijke antwoord: ik wilde geld verdienen en ik had toevallig het nummer van mijn partijgenoot Hugo.

Meer over