CommentaarSander van Walsum

Corona schept bokkige burgers

De politie komt in actie tijdens protesten tegen de coronamaatregelen in Den Haag. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De politie komt in actie tijdens protesten tegen de coronamaatregelen in Den Haag.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Als het om de pandemie gaat, maakt twijfel al snel plaats voor het eigen, onwankelbare gelijk.

Soms gaat van een crisis een heilzame invloed uit op de samenleving. De status quo ante wordt eens kritisch tegen het licht gehouden. Er wordt minder geruzied over zaken die triviaal blijken te zijn. De politiek legt – gedragen door een gezamenlijk gevoel van urgentie – een ongewone daadkracht aan de dag. Het algemeen belang prevaleert boven het groeps- of individueel belang.

De huidige crisis verloopt anders. In eerste instantie ­waren burgers best bereid om zich te voegen naar de richtlijnen van een overheid die zich met een klein lampje een weg moest banen door duistere materie. Mensen waren ­onderdeel van een collectief probleem, en wilden best ­(bescheiden) offers brengen voor de oplossing daarvan.

Inmiddels lijkt die offervaardigheid vervluchtigd, en zijn de neveneffecten van corona bijna even ontwrichtend als de pandemie zelf. Jongeren die de vakantiemaanden niet in het mediterrane land van herkomst kunnen doorbrengen, slaan in Nederland aan het rellen. Het kabinet wordt aan de ene kant belaagd door critici die het van een onverantwoorde lichtzinnigheid betichten, en aan de andere kant door complottheoretici en door burgers die vrezen dat ze onder valse voorwendselen tot in lengte van jaren van hun vrijheden worden beroofd.

Zorgen over de proportionaliteit van crisismaatregelen en over de schade die de rechtstaat onbedoeld kan worden toegebracht, zijn legitiem. Bij elke ingreep zou de vraag moeten worden gesteld: weegt de mogelijke winst op ­korte termijn wel op tegen de mogelijke schade op lange termijn? Kunnen tijdelijke inbreuken op grondrechten en op de privacy straks nog worden teruggedraaid? Creëren sommige maatregelen in de sfeer van de handhaving niet meer problemen dan oplossingen?

Bij veel mensen in Nederland ontbreekt het echter aan de bereidheid om beleid te aanvaarden dat hun onwel­gevallig is. Zij stellen dat beleid niet zozeer ter discussie, nee: zij merken het als wáánzin aan. En tegen een overheid die zich door die waanzin laat leiden, mag je ten strijde trekken. Onder verwijzing naar de eigen opvatting als de enige waarheid, negeren bokkige burgers demonstratieverboden en intimideren zij volksvertegenwoordigers.

Bij anderen heerst verongelijktheid omdat niet iedereen in dezelfde mate door de coronamaatregelen wordt getroffen. Generiek beleid wordt hoogst persoonlijk opgevat. Ouderen beklagen zich over de bewegingsvrijheid die ­jongeren zich ongestraft zouden toe-eigenen, jongeren ­beklagen zich over de offers die van hen zouden worden verlangd, ouders vragen zich af waarom kinderen wel met enkele tientallen bij elkaar in de klas kunnen zitten maar na schooltijd geen bijeenkomst in privésfeer met z’n zevenen mogen beleggen. ‘Kan iemand mij dat uitleggen?’, luidt dan de retorische vraag.

Nee, dat is niet uit te leggen. Zoals er zoveel niet is uit te leggen rondom een pandemie waar de wereld een half jaar geleden door is overvallen en waarvan nog altijd heel veel onbekend is. Ongetwijfeld maken tastende beleidsmakers fouten. Maar een groter probleem is dat ongedurige burgers niet willen beseffen dat je je in een land met ruim 17 miljoen inwoners soms ook moet voegen naar maatregelen waarmee je het oneens bent.

Meer over