GastcolumnRonit Palache

Corona heeft de wrange hiërarchisering op vele fronten in onze samenleving zichtbaarder gemaakt

Het Rijksmuseum tijdens de lockdown vorig jaar: gesloten. Is het museum minder essentieel dan de slijter?  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Het Rijksmuseum tijdens de lockdown vorig jaar: gesloten. Is het museum minder essentieel dan de slijter?Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Los van alle ellende heeft de coronacrisis ook een aantal interessante kanten. Ten eerste voor de wetenschap. De pandemie daagde knappe koppen wereldwijd uit een exit te verzinnen voor de honderdduizenden, zo niet miljoenen, extra doden die zonder vaccin onherroepelijk zouden vallen. Met succes. Maar ook maakte de crisis veel maatschappelijke hiërarchieën zichtbaar.

Niet alleen in het ziekenhuis, waar een volgorde bepaalt wie meer recht heeft op een ic-plek dan een ander (triage), nee, ineens bleken er eveneens essentiële beroepen te bestaan en níet-essentiële.

Sinds jaar en dag pompt de overheid geld in publiekscampagnes om de consumptie van dik makende producten, alcohol, sigaretten en drugs tegen te gaan. Tijdens de coronacrisis werden deze verkopers van potentieel schadelijke producten, zoals de slijter, coffeeshop en chocolatier, door diezelfde overheid aangemerkt als ‘essentieel’. Plekken die goed zijn voor de (mentale) gezondheid zoals boekhandels, musea of sportscholen moesten hun deuren juist sluiten.

Deze hiërarchieën, soms zichtbaarder dan anders, zijn interessante, culturele en sociologische, verschijnselen. Ze verbazen me in hoge mate. Ook zonder corona.

Gradaties

Je hoeft er maar een willekeurige krantenpagina op na te slaan en de gradaties vliegen je om de oren. Bij een natuurramp of oorlog krijgen vrouwen en kinderen altijd een speciale vermelding onder het aantal slachtoffers. Maar waarom? Zijn die levens meer waard dan van mannen? Zijn zij belangrijker? Zwakker?

Ik ken uiteraard het 19de-eeuwse vrouwen-en-kinderen-eerst-principe. Daarom werden er bij de Titanic-ramp (1912) bijvoorbeeld meer vrouwen en kinderen gered dan mannen. Ze zouden kwetsbaarder zijn. Toch vind ik die expliciete vermelding vreemd. Net zoals de voortdurende focus op jongeren tijdens de coronacrisis – al vonden zij die aandacht zélf opvallend genoeg nooit voldoende.

Uiteraard is het verschrikkelijk als je je studentenjaren in een lockdown beleeft, je je ontgroening misloopt (hoewel…) of als je opgehokt in een kamer zonder privacy je ouders hoort ruziën waardoor je huiswerk er bij in schiet. Maar is dat erger dan volwassenen die hun droombaan verliezen, hun zieke ouders niet kunnen bezoeken, hun jaren bij elkaar gespaarde bruiloft moeten afzeggen of geen bezoek mogen ontvangen na het krijgen van een kind?

Kun je in het lijden van een mens een hiërarchie ontwaren? En wie bepaalt die dan? Zijn wij tot op zekere hoogte niet allemaal in de bloei van ons leven?

Erg, erger, ergst

Het vergelijkingsprincipe wordt continu uit de kast getrokken. Zo wil het kabinet na aandrang van de SGP, holocaustontkenning strafbaar stellen, wat al gangbaar is in veel andere Europese landen. Daarmee geef je onbedoeld een signaal af voor wat erg, erger, ergst is. De Armeense genocide ontkennen? Niets mis mee, de Tachtigjarige Oorlog, Srebrenica, maar.. de Holocaust niet. Hoe wijs is het, los van zo’n hiërarchie, opvattingen, al dan niet krankzinnig, te bestraffen? Domheidspolitie als nieuwe norm.

Je hebt hiërarchieën nodig in een samenleving, dat snap ik ook wel. In het dagelijkse leven vergelijken we dat het een lust is. Bijvoorbeeld bij het bepalen van een gevangenisstraf. De ene misdaad is tenslotte de andere niet. Gevoelsmatig zal een verkrachting bij velen als een van de ergste misdaden denkbaar gelden, maar waarom vinden we die erger dan een gewelddadige beroving?

Sowieso scoort alles wat met seks te maken heeft hoog in de leedadel, zoals journalist en schrijver Ischa Meijer het vergelijken van lijden zo prachtig muntte. Metoo is terecht een kolossale beweging geworden. Maar het ‘gewone’ machtsmisbruik door bazen dan? De ellenbooghoogleraren binnen een universiteit, de tierende, scheldende, intimiderende baas (alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan andere, schreef George Orwell al), de denigrerende chirurg die geen kans onbenut laat zijn mindere een nietsnut te laten voelen?

Machtsverhoudingen

‘Dat soort praktijken is moeilijk bewijsbaar,’ hoor je dan. ‘Je kunt ze juridisch niet hard maken en bovendien heeft elke baas een eigen stijl van leidinggeven en heeft de een daar last van en de ander niet.’ Dat zóu je ook van ongewenst billen knijpen kunnen zeggen. Met het grote verschil dat dat wél strafbaar is. Helemaal bij machtsverhoudingen.

Terecht? De consequenties zijn in vele gevallen vergelijkbaar: gevoelens van onveiligheid, stress, depressie. Maar zonder seks in het spel trekt een medewerker vrijwel altijd aan het kortste eind. Het zou tenslotte ‘maar’ een kwestie zijn van beléving.

Het is volstrekt duidelijk welk gedrag er binnen organisaties grensoverschrijdend is en welk niet. De morele verontwaardiging is alleen van een totaal andere orde bij machtsmisbruik zonder seks. Mondjesmaat zie je artikelen in de krant verschijnen over toxische culturen: binnen de Belastingdienst, de politie, mode-opleidingen, politieke partijen. Maar de wet staat zelden aan de kant van de belaagde. Kwestie van ‘beleving’.

Corona heeft de wrange hiërarchisering op vele fronten zichtbaarder gemaakt. Maar het zou ons sieren niet alleen tijdens corona te kijken naar de hiërarchieën waar we ons als maatschappij aan vastklampen. Laten we voortaan erkennen dat seks geen voorwaarde hoeft te zijn om misstanden op een werkvloer aan te kaarten en dat een boekhandel gezonder is dan een portie friet.

Ronit Palache is journalist, schrijver en interviewer en in de maand oktober gastcolumnist van volkskrant.nl/opinie.

Meer over