Commentaar

Coalitieakkoord biedt een benauwde cultuursector reden tot gereserveerd optimisme

Het Volkskrant-commentaar bespreekt de grote trends van 2021. Vandaag deel 7: Kunst en cultuur.

Wieteke van Zeil
Pianist Iris Hond in Het Concertgebouw in Amsterdam bij de Empty Concertgebouw Sessions in april 2020. Beeld Sem van der Wal / ANP
Pianist Iris Hond in Het Concertgebouw in Amsterdam bij de Empty Concertgebouw Sessions in april 2020.Beeld Sem van der Wal / ANP

Na twee jaar corona is het een uitdaging lichtpuntjes te ontdekken in het Nederlandse culturele leven. Musea, concertzalen en theaters waren 44 weken dicht sinds 16 maart 2020, en blijven dat ten minste nog twee weken. Museumbezoek liep 60 procent terug, podiumbezoek 70 procent. De eigen inkomsten van instellingen zijn gehalveerd, of erger. Er heerst moedeloosheid, instellingen wankelen en vakmensen zien hun carrière verdampen. Wat kan de sector nog van een regering verwachten?

Het net voor Kerst gepresenteerde coalitieakkoord belooft met een half A4-tje over cultuur weinig goeds. De introductie, bestaande uit twee zinnen, bevat drie tikfouten. Na een decennium politieke onverschilligheid en neerbuigende retoriek – van het ‘subsidie-infuus’ van Halbe Zijlstra tot het dvd’tje dat volgens minister De Jonge de behoefte aan cultuur wel kan vervullen – en 271 dagen onderhandeling over het akkoord valt te vrezen dat die slordigheid symptomatisch is: kunst bungelt nog steeds onderaan de prioriteitenlijst.

Kijken we iets nauwkeuriger, dan vallen grote verschillen op met het vorige coalitieakkoord. In 2017 legde de regering nadruk op de waarde van kunst voor economie, toerisme en het zogenoemde vestigingsklimaat. Ook viel veelvuldig het woord ‘top’: topinstellingen moesten hun positie versterken, bruiklenen en aankopen van topstukken werden makkelijker gemaakt. We zagen het resultaat op de valreep: Nederland kreeg een vaandeldrager van Rembrandt.

Uit het nieuwe akkoord blijkt een andere visie op kunst. Die gaat niet over de economische waarde, maar over burgerschap en inspiratie. Over kunst als verbindende kracht die mensen uitdaagt en nieuwe perspectieven biedt. En voor iedereen: de coalitie erkent dat het begint in het onderwijs. Wie vroeg het plezier leert van maken, creatief denken, kijken en luisteren, zal kunst net zo’n vanzelfsprekend deel van het leven vinden als spelen. Er komt geld voor muziek- en cultuureducatie en regionale spreiding. Er wordt 170 miljoen per jaar geïnvesteerd.

Burgerschap komt niet uit de lucht vallen: wereldwijd staan machtsverhoudingen en waarden ter discussie. Kunst speelt een rol in het openen van mogelijkheden en vergezichten. Met wat goede wil kan de optimist in het akkoord lezen dat er weer een beetje ruimte komt voor verbeelding aan de macht.

Wel staat er een opmerkelijke dissonant in: de oprichting van een Nationaal Historisch Museum. Wat na eindeloze discussies tien jaar geleden al zonk, floept hier toch weer naar het oppervlak, tot verrassing van de sector. Een koekoeksjong in het cultuurakkoord dat de bredere ambities kan overschaduwen.

Op deze uitglijder na biedt het akkoord uitzicht op een rijkere en toegankelijkere cultuursector. Te hopen valt dat de politiek kamerbreed laat zien dat zij zich verantwoordelijk voelt het draagvlak te vergroten en de negatieve retoriek een positieve wending te geven. Succes zal vallen of staan bij een slagvaardige en kundige minister, die werkelijke interesse in cultuur uitspreekt. Zoals Barack Obama zei: onwetendheid is geen deugd. Cultuur is een integraal onderdeel van een gezonde samenleving en niemand heeft baat bij een hek om de kunstwereld.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over