Ander commentaarBrazilië en India

Braziliaanse en Indiase media verwonderen zich over onverwachte ommezwaai taaie klimaatdwarsliggers

In de tweede week van de grote klimaatconferentie in Glasgow, onder de naam COP26, gaat het vooral ook over de verdeling van geld aan armere landen om klimaatbeleid te kunnen uitvoeren. En in hoeverre dat een rol heeft gespeeld blijft natuurlijk gissen, maar in de eerste week gingen twee van de grootste dwarsliggers bij klimaatmaatregelen om: Brazilië en India. Tot verwondering van de media in hun landen.

Wim Bossema
De Braziliaanse  president Jair Bolsonaro stribbelde tot nu toe altijd tegen bij elk klimaatoverleg. Beeld AP
De Braziliaanse president Jair Bolsonaro stribbelde tot nu toe altijd tegen bij elk klimaatoverleg.Beeld AP

De Braziliaanse president Bolsonaro heeft internationaal naam gemaakt met schamperen over de opwarming van de aarde en hij heeft de bosbouwmaatschappijen de vrije hand gegeven bij het bomen omhakken in het Amazonegebied. Maar in Glasgow ging hij akkoord met een verklaring ter bescherming van de bossen in de wereld, met een toespraakje ‘van 30 seconden’, merkt Ana Carolina Amaral op in de krant Folha de São Paulo. Volgens haar is de president gezwicht voor Britse druk.

Hij heeft ook zomaar het wereldwijde compromis voor de beperking van methaangas getekend, dit keer onder druk van de Verenigde Staten, schrijft Amaral. Die hadden zijn handtekening tot voorwaarde gemaakt voor komende handelsverdragen. Bolsonaro wilde in Glasgow niet langer als het zwarte schaap rondlopen, denkt Amaral; hij had al de antiprijs van de internationale klimaatactivisten gekregen voor ‘verschrikkelijkste’ behandelingen van inheemse volken. Dat beroerde imago moest naar de achtergrond.

En hij moet ook hebben beseft dat het tekenen van de bossenverklaring niet veel hoeft te betekenen, merkt Amaral op. Die bevat geen bindende afspraken, vooral algemeenheden.

Toch is er meer aan de hand met de klaarblijkelijke koerswijziging. Die komt na drie jaar hevig tegenstribbelen bij elk klimaatoverleg. Terwijl Brazilië met de longen van de wereld op zijn grondgebied van zo’n groot belang is. Begrijpelijk dat de EU met een complimentje kwam voor Bolsonaro, vindt Amaral, en dat de Amerikaanse speciale klimaatgezant John Kerry hulp aanbood bij het halen van nieuwe doelen. Opeens ging Brazilië akkoord met het doel van 50 procent vermindering van de CO2 uitstoot tegen 2030, terwijl de regering daartegen steeds allerlei bezwaren had aangevoerd, een nieuwe berekening wilde en zich niet op percentages wilden vastleggen. Maar er zijn eerder dit jaar nieuwe ministers van Buitenlandse Zaken en van Milieu aangesteld, wie weet waait er een wat andere wind.

Amaral tekende in Glasgow wel al veel scepsis daarover op: bij allerlei deelonderhandelingen lagen de Braziliaanse afgevaardigden dwars als altijd.

Drastische omslag

De omslag van de Indiase regering van president Modi lijkt veel drastischer. Dat India het programma om landbouw en veeteelt te verduurzamen onderschreef kwam als een verrassing. Volgens Zia Haq in de Hindustan Times moet de regering hiervoor een heel nieuw beleid opstellen. India heeft de grootste veestapel ter wereld, ruim 535 miljoen dieren. Tot nu toe weigerde India beleid te maken om de methaanuitstoot in de agrarische sector in te perken.

Al zijn de afspraken in Glasgow niet bindend, het is toch een flinke stap, schrijft Haq.

Modi verbaasde de wereld in Glasgow, schrijft Simrin Sirur in de online-krant The Print. Na maanden vruchteloos druk uitoefenen zagen de rijke landen Modi ‘van gedachten veranderen en de wereld meer bieden dan was verwacht’. India beloofde tegen 2070 CO2-neutraal te zijn, na maanden ‘beleefd te hebben geweigerd zich vast te leggen’. Belangrijker zijn de beloften voor 2030: vermindering van CO2-uitstoot met een miljard ton, de bouw van schone energiebronnen, waardoor de helft van de elektriciteit in 2030 zonder fossiele brandstof wordt opgewekt. Heel belangrijk, vindt Sirur, voor de op twee na grootste vervuiler in de wereld.

India zal er heel anders uitzien als die beloften worden waargemaakt. Een radicale omschakeling is noodzakelijk: ‘Het betekent van de steenkool af, die 70 procent van onze elektriciteit voedt, in elektrische auto’s gaan rijden, vervuilende industrieën als cement en staal CO2-neutraal maken, bossen aanleggen om CO2 op te nemen en meer zonne-energie-installaties aanleggen.’

Daar is heel veel geld voor nodig en Sirur wijst erop dat de ommezwaai van India tegelijkertijd een dringend beroep is op de VS en andere rijke landen om eindelijk eens over de brug te komen. Modi eiste van de ontwikkelde landen een biljoen dollar, ‘zo snel mogelijk’.

Dit zal ook niet genoeg zijn, schrijft Sirur. Hij wijst op een VN-rapport dat becijferde dat vele biljoenen nodig zullen zijn om de klimaatdoelen van Parijs uit 2015 te benaderen. En wat het steunfonds voor de arme landen betreft: ‘Ontwikkelde landen hebben al schaapachtig toegegeven dat ze de beloofde 100 miljard al niet zullen halen voor 2023.’

Dus het appèl van Modi doet er toe, vindt Sirur. Hij kaatst de bal terug naar de hoofdveroorzakers van de klimaatcrisis: ‘De ontwikkelde naties mogen hun verantwoordelijkheden niet ontlopen.’

Het blijft natuurlijk afwachten hoever Modi wil gaan met de koerswijziging. Maar het is opvallend dat hij nu lijkt te op te schuiven naar de visie van bijvoorbeeld Shyam Saran, oud-minister en klimaatonderhandelaar in de vorige regering, die schrijft in The Print: ‘Er is geen ruimte op aarde voor een tweede China.’

India zal een totaal ander, ecologisch groeimodel moeten kiezen, betoogt Saran, voorop lopen bij een nieuwe, schone economie. Met ‘een opvatting van welvaart waarin schoon drinkwater, schone lucht, schone grond worden gewaardeerd’. En waarin ‘een boom die groeit in het bos meer waarde heeft dan een boom die is omgehakt om als hout te worden verkocht’.

Na Modi’s ommezwaai klinkt Saran toch wat minder als een roepende in de woestijn.

Meer over