Boosheid

Je hebt boze mannen in soorten en maten

Boze mannen heb je in soorten en maten. Ik heb daar nooit veel aandacht aan besteed, want ik vind boosheid eigenlijk de moeite niet waard.

Allereerst is daar de boze man, gespannen als een veer, die vastberaden zijn gelijk gaat halen. Vastberaden is hij op weg het nu te halen.
Dan is er de tweede boze man, die het niet helemaal zeker weet; niet dat hij twijfelt aan zijn boosheid, integendeel, maar hij is wel onzeker over het gelijk. Hij zou het weleens niet kunnen hebben.

De derde boze man is boos omdat hij boos van huis vertrok, onderweg zijn boosheid verloor en nu alle moeite moet doen de boosheid weer op te roepen; er was toch, toen hij de voordeur achter zich dichttrok, een reden voor zijn boosheid?
Witte knokkels.

De paraplu, zwaard en schild ineen.

Opengesperde neusgaten.

Bij het zebrapad waar de man moet oversteken, valt zijn blik op het kleine struikje paardebloemen dat aan de voet van de paal omhoogklimt. Alledrie de boze mannen worden geraakt door de onnozele trefzekerheid van dit beeld. Het is een roestvrijstalen getuigenis van kracht, kleine kracht, oké, maar kracht. Als het oog erop valt, zie je het; kijk je toevallig een andere kant op, dan zie je het niet.

Maar alledrie zien ze het en reageren ze hetzelfde; virtuoos draaien ze de paraplu rond in hun hand, om hem op het het laagste punt los te laten. De paraplu schiet als een veer omhoog, gaat open en begint boven het water van de gracht aan een elegante daling.

Mooi zat, denkt de oude man, en de boosheid sijpelt weg, want ongemerkt is het gaan regenen.

Meer over