columnAaf Brandt Corstius

Bloemrijk, kleurrijk, puntig, smal én mal: dat mag van mij niet in één herenschoen

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Tijdens mijn reis door Nederland de afgelopen drie weken ben ik een ding, of eigenlijk twee dingen, want ze komen altijd in paren, tegengekomen: de schoenen van Hugo de Jonge.

In welk stadje ik ook kwam, hoe klein het ook was, altijd was er een schoenenboetiek met een naam als De-Zja-Vu, byKees* of Z-ici, en daar stonden in de etalage de schoenen van onze minister van Volksgezondheid te pronken.

Bloemrijk, kleurrijk, puntig, smal en mal. Eigenlijk alles wat een herenschoen niet mag zijn. Oké, een herenschoen mag puntig zijn. En een herenschoen mag smal zijn. En zelfs voor kleurrijk wil ik met mijn hand over mijn hart strijken. En er zal heus een enkele Madrileen bestaan met precies de goede spijkerbroek en het juiste overhemd en een overdosis je ne sais quoi en sprezzatura die met bloemen op zijn schoen kan wegkomen. Maar bloemrijk, kleurrijk, puntig, smal én mal: dat mag van mij niet allemaal tegelijk samenkomen in één herenschoen. Daar ben ik heel flauw in. Dat is ongetwijfeld super-niet-inclusief, maar het kan me niks schelen. Ik ben er eerlijk in: ik trek die schoenen niet.

Ten eerste lijden die schoenen aan het euvel dat lekker gek heet. Sommige kleren koop je omdat ze praktisch zijn, andere omdat ze mooi zijn. Deze schoenen koop je alleen omdat ze lekker gek zijn, en dat is een verkeerde reden voor een schoenenaankoop als je niet een clown of kleuter bent.

Ten tweede zorgen ze voor een disbalans. Stel, je haar zit prima, je hebt een keurig pak aan, een gestreken overhemd eronder, alles gaat goed tot de blik naar beneden afdwaalt en daar staan ineens twee schoenen die als het ware gillen om aandacht. Dan heb je dus geen evenwicht in je kleding. Boven saai, beneden mal. Dat is niet yin yang, dat is niet feng shui, en dat is al helemaal niet mooi.

Dan is er nog de problematiek rondom het Nederlandse hoofd. De Nederlandse man heeft vaak een Nederlands hoofd, en dat hoofd verhoudt zich niet tot rare schoenen. Zoals ik al zei: er zal heus een volbloed Italiaan of Argentijn bestaan die met deze look door het leven kan, maar de gemiddelde Nederlandse man ziet er altijd uit alsof hij 1. projectmanager in de zorg is, 2. precies weet in welk vakje van zijn portefeuille zijn NS-businesscard zit en 3. een tuin perfect winterklaar kan maken. Dat moet je accepteren als Nederlandse man, dat moet je omarmen, en dan moet je niet ineens puntige schoenen met vissenschubbenprint aantrekken. Die passen niet bij je calvinistische hoofd.

En dan zijn er nog heel specifieke Nederlandse mannen die ons door een pandemie moeten loodsen én het CDA moeten leiden. Die mogen al helemaal geen onserieuze schoenen aan.

Meer over