ColumnThomas van Luyn

Bij Thomas thuis hangen ze zelf de slingers op (vier keer per jaar)

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Thomas van Luyn

Dat je zelf de slingers moet ophangen op het feestje dat het leven schijnt te zijn, klinkt niet bemoedigend voor wie weleens slingers heeft moeten ophangen. In ons huishouden is dat vier keer per jaar. Het gebeurt ’s avonds laat wanneer het betreffende feestvarken in zijn bed ligt, teneinde hem of haar ’s ochtends te kunnen verrassen met wat daags daarvoor nog een eenvoudige huiskamer was, maar nu met vereende krachten is getransformeerd in een heus festivalterrein. Reuze feestelijk, maar dat gaat niet vanzelf. Eerst moet het verjaardagskratje uit de berging worden gehaald, om daarna hartgrondig degene te vervloeken die alle versiering zo slordig erin heeft terug gepropt. Papieren slingers zijn domweg niet te ontwarren uit hun vliegertouw zonder cruciale delen kapot te scheuren. Die kun je wel met plakband repareren, maar lekker mooi hangen doen ze niet meer. De charme van een slinger is immers het herhalende patroon, en als daar ineens een gat, een knijp of een draai in zit valt dat meteen op. Plus dat plakband alles lelijk en goedkoop eruit laat zien. Stel u een ei van Fabergé voor. Nu eentje met plakband erop. Ziet u?

De plastic vlaggenslinger is aanzienlijk duurzamer, behalve dan dat er genoeg plastic soep van valt te koken om de hele Sargassozee mee te vullen. En qua uitstraling is plastic een beetje, welnu, plastic. Meer iets voor de luchtplaats van een gevangenis dan voor de huiskamer. Maar goed, als alle papieren slingers kapot of verkreukeld zijn (en dat zijn ze), ben je blij dat je de plastic backup hebt. De volgende uitdaging is dat er bevestigingspunten gevonden moeten worden voor de uiteinden. Ons huis is verrassend arm aan uitstekende spijkers en plafondhaken, waardoor wij ons gedwongen zien te improviseren. Aan de ene kant gebruik je dan een raamklink (die kan dan niet meer open, maar daar maal je om half twaalf ’s avonds niet meer om) en aan de andere maak je ’m vast aan, zeg, een fles wijn. Of een kookboek. Of iets anders dat wankel en onhandig is.

Als de slingers eenmaal hangen is het de beurt aan de ballonnen. Tip: nooit ballonnen kopen met frummels erin, zoals sterretjes en confetti. Ten eerste heb je niets aan frummels, want je ziet ze niet: het is niet alsof ze sierlijk blijven dwarrelen als de ballon ergens hangt. Ten tweede hebben ballonnen de neiging om te knappen, door toedoen van de hond, de kinderen of uit pure balorigheid, en dan blijf je de frummels nog jaren overal vinden. Gesteld natuurlijk dat het je lukt ze op te blazen. Bij sommige ballonnen kun je jezelf een longembolie blazen zonder dat de omvang ook maar een millimeter toeneemt, maar dat terzijde. De grootste uitdaging blijft het opblazen van de gouden cijfers die de bereikte leeftijd weergeven. Die hebben een uniek systeem, waarbij je een rietje op de juiste plek door het plastic heen dient te drukken om ze op te blazen. Dat lijkt moeilijk maar dat is het niet; het is onmogelijk. Sinds kort is het plastic rietje vervangen door eentje van karton, zodat je het grote plastic ding milieuvriendelijker kunt opblazen.

Tot slot dan, als alles klaar is (en de supermarkt dicht) blijk je zes kaarsjes te hebben voor de taart van een zoon die 10 wordt.

Meer over