ColumnSarah Sluimer

‘Bij sommigen zie je al vroeg dat het erin zit, hè!’, riep zijn dansende juf boven de muziek uit

Hij ging naar de eerste disco van zijn leven, tussen zes en zeven ’s avonds. Ouders mochten hun kleuters brengen en halen, maar niet blijven. Het thema was ‘Goud & Glitter’. We hadden samen zijn pak bij elkaar gescharreld: een maliënkolder, een kroon, een glanzende cape en rode regenlaarzen. Daarna was hij in bad gegaan, had ik zijn haren zorgvuldig naar achteren gekamd en waren we, een uur te vroeg, toch wat zenuwachtig op de bank in de woonkamer beland.

‘Weet je wat de truc is’, zei ik tegen hem, ‘je moet altijd een beetje te laat komen als je uitgaat.’ Hij dacht er even over na. ‘Maar waaróm dan?’, zei hij daarna met een langgerekte o, een automatisme inmiddels, terwijl hij met friemelvingertjes zijn cape bewonderend bevoelde.

‘Omdat je dan cool bent, want zo zien de anderen je als je binnenkomt’, zei ik. Hij keek me vorsend aan, duidelijk niet overtuigd van mijn superieure kennis met betrekking tot de disco.

Opeens een flits van vroeger. De wc van Club 11, opgetrokken rok, wegdraaiende ogen.

We liepen iets te vroeg naar school. Onderweg fluisterde mijn kind opgewonden ‘disco disco’, wat ook niet erg cool was, maar vooruit. In de gang de juffen en de meester met paarse paillettenfedora’s scheef op het hoofd en boa’s om. Een vader met een woeste pruik, een vette lach en één vingertje pompend in de lucht was dj. Mijn kind ging er gelijk vandoor, blik op oneindig en stampend met de voeten. ‘Bij sommigen zie je al vroeg dat het erin zit, hè!’, riep zijn dansende juf met blosjes op haar wangen boven de muziek uit.

Een moeder verzocht me de gymzaal te verlaten.

Thuis dronk ik in de keuken een glas wijn in stilte en dacht aan al die keren dat je hoopt dat de mensen je mooi of spannend vinden. Dat ze bij je willen zijn met hun lijven. 

Ik haalde hem op, hij stuiterde zo mijn armen in. Hij had een tekening van een ufo op zijn voorhoofd, zijn kroon hing bijna op zijn neus.

Thuis zei zijn vader: ‘Als je uit bent geweest, mag je daarna op de bank hangen en heel veel vieze dingen eten’ en overhandigde zijn zoon een zakje chips. Stilletjes begon hij te graaien, in gedachten nog bij het feest. ‘Waaróm?’, zei hij na een poosje uit het niets.

Zijn vader en ik, inmiddels allebei peinzend over een leven lang gelee, vonden onwillekeurig elkaars blik. Ja, waarom eigenlijk. We wisten het ook niet meer.

We zuchtten alle drie diep. Maar de zucht van de kleuter was het diepst.

Hij moet nog zo lang.

Meer over