COLUMNKustaw Bessems

Bij het namenmonument zal ik denken aan het leven van alledag

‘Het was veertien dagen heet weer, nu is het weer koel. Er werd vandaag een razzia gehouden op de ondergedokenen.’

Ik las de zin ooit in een dagboek uit de Tweede Wereldoorlog. Niet van een nsb’er of verzetslid, maar van zomaar iemand die noteerde wat hem opviel: het was frisser geworden en er was gejaagd op verstopte Joden.

Deze week werd de eerste steen gelegd voor het Holocaust Namenmonument. Daarop komen alle namen van de 102.000 Joden, Roma en Sinti uit Nederland die in de oorlog zijn vermoord. De 89-jarige David van Huiden was erbij en verslaggeefster Kaya Bouma tekende op hoe hij, staand in de bouwput, spontaan een toespraak hield: ‘Ik kan me al voorstellen dat ik hier straks loop en de namen van mijn vader en moeder, van mijn zusjes en mijn broertjes, mijn ooms en tantes kan aanraken. Want ze zijn er niet meer, maar door dit monument zijn ze er wel. Dat is onvoorstelbaar belangrijk.’

Ik zocht zijn verhaal op. Hij woonde als jongen van 11 in Amsterdam-oost, het moet dicht bij de plek zijn geweest waar nu het monument komt, toen zijn gezin werd gedeporteerd. Hijzelf was, zoals tevoren geïnstrueerd door zijn vader, ontkomen door, zonder ster op, snel de hond te gaan uitlaten. Ondergedoken in Friesland zou hij overleven.

Het monument komt vreemd te staan. Aan de ene kant ligt een mooie binnentuin, aan de andere kant raast het verkeer door de Weesperstraat, een van de drukste aders in de stad. Buurtbewoners hebben flink geprotesteerd. Ze misten inspraak, vrezen ‘overlast’ en vinden het ontwerp in baksteen en spiegelend staal te lomp. Er loopt nog een bodemprocedure.

Ooit was hier de Jodenbuurt. Vanaf het monument is de zeventiende eeuwse Portugese synagoge te zien, nog volop in gebruik. Maar verder, Joods leven? Dat is in Nederland na de oorlog nooit meer gewoon geworden in het straatbeeld. Het ontroerde me toen ik voor het eerst in New York kwam, dat je daar zomaar op een restaurant of boekwinkel kon stuiten. Niet naar een sjoel of clubje hoefde om Jodendom tegen te komen, omdat het ook voor niet-Joden tot het weefsel van de stad hoort.

Vroeger wilde ik weten hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren. Er zijn duizenden verklaringen, allemaal waar, die samen nog steeds geen antwoord geven. Eén heeft de meeste indruk gemaakt. Ze is onder meer te vinden in die dagboeken. Veel schrijvers hadden goed door wat er met de Joden gebeurde. Toch hielden ze schaatstochtjes. Of ze gingen naar zangrepetitie. Of ze waren druk met het afsluiten van een verzekering.

Van een gruwelijke, absurde schoonheid vind ik dat tijdens de bezetting Hawaiibands populair waren. Een tropisch genre met steelgitaar en ukelele, aangewaaid op de Molukken en vanuit de koloniën naar Nederland gebracht. Met Nederlandstalige zang, want Engels was door de nazi’s verboden. Perfect om de zinnen even bij te verzetten. Buiten de razzia’s, binnen in het knusse theater de Nederhawaii.

Weinig is sterker dan de hang naar het normale. Op individueel niveau is dat nuttig, want in moeilijke tijden zijn het routine en ontspanning die de mens op de been houden. Maar klampen mensen zich daar massaal aan vast, ongeacht wat om hen heen met anderen gebeurt, dan krijgt hetzelfde instinct een vernietigende kracht. Of zoals je nu zou zeggen: als iedereen ‘gewoon zijn ding blijft doen’.

Misschien zal ik af en toe langs het monument gaan. Bekende namen opzoeken en onbekende in me opnemen. En dan stilstaan bij het vanzelfsprekende, het alledaagse. Bij al het gewone leven dat kon verdwijnen, omdat zo veel gewoon leven verder ging.

Mailen? k.bessems@volkskrant.nl

Lees ook

‘Europa heeft onze beschaving over de heg gegooid’
Meneer Hitler heeft gewonnen, oordeelt rabbijn Tamarah Benima. ‘Nederland telt nog slechts 40.000 joden.

Meer over