ColumnSylvia Witteman

‘Best lachen, zo’n avondklok. Spertijd. Beetje Soldaat van Oranje’, zei de man bij de dierenwinkel

null Beeld

Mijn poes Lola is zo langzamerhand te oud, te dik, te dom en/of te lui om zich behoorlijk te wassen. Vooral aan de achterzijde begint ze nogal aan te koeken, dus fietste ik naar de dierenwinkel om advies te vragen.

De dierenwinkel bleek gewoon open en wordt dus als ‘essentieel’ beschouwd, wat ik twijfelachtig vond, maar ook wel sympathiek. Voor de ingang stonden twee mannen, elk met een hond. De ene hond, een collie die sprekend op Rod Stewart leek, slobberde uit een bak water die de winkel daar had neergezet voor gebruik à discretion. De andere hond was een corgi, zo’n kortpotig schepseltje van het soort dat al sinds jaar en dag het Britse koningshuis voor de voeten loopt.

De corgi rook goedkeurend aan Rod Stewards scrotum. Zijn baasje, een overbloezende vijftiger voor wie Dry January me geen kattenpis leek, wreef zich in de roze handen en sprak: ‘Lijkt me toch ook best lachen, zo’n avondklok. Spertijd. Spannend. Beetje Soldaat van Oranje.’

De eigenaar van de collie, een blekerd met een Lubbers-blauwbaard, lachte. ‘Tadadadadaaaa!’ zong hij, de ouverture van Soldaat van Oranje, de film van Paul Verhoeven, uit mijn jeugd. Die musical ken ik gelukkig niet, maar de film was heerlijk, met dito muziek van Rogier van Otterloo. Die staat nu alweer ruim dertig jaar in de hemel engelenkoren te dirigeren, met zijn pezige jarenzeventiglijfje; de eeuwige sigaret, die hem fataal werd, in de hand.

Wat die spertijd betreft: toen ik in de vroege jaren negentig in Moskou woonde, werd daar ook eens de avondklok ingesteld, wegens onlusten ofzo. Het gevolg was dat iedereen dan maar bij elkaar bleef logeren, in die krappe Moskouse flatjes, veelal samen in één bed. In tijden van corona lijkt me dat niet de oplossing.

De mollige eigenaar van de corgi weidde inmiddels uit over knijpkatten en suikerbieten alsof hij erbij was geweest. Ik kon me uit Soldaat van Oranje trouwens geen spertijd herinneren, al schuwde Verhoeven de oorlogsclichés niet. Er was een ijzingwekkende scène waarin Jeroen Krabbé (de held) wordt gefolterd door Rijk de Gooijer (de nazi) met behulp van een tuinslang in zijn reet. Ik hoorde eens een aardige anekdote: tijdens de opnames deed Rijk, om de beklemming wat te verlichten, alsof hij een pompbediende was en sprak, met die treiterige stem van hem: ‘Normaal of super?’

‘Maar even serieus’, zei de Lubbers-baard zuinig. ‘Zo’n avondklok is toch beperking van je bewegingsvrijheid. Juridisch gezien.’ Hij had het ergens gelezen, denk ik. De eigenaar van de corgi lachte schamper.

‘Ach man’, zei hij. ‘Met dit weer? Ik ben blij als ik binnen ben.’

Meer over