Ingezonden brieven

Belicht ook eens de positieve bijvangst van het westerse kapitalisme

De lezersbrieven over de ergernis over Schiphol, het hertalen van het Wilhelmus, asielzoekers of vluchtelingen, de juiste achternaam, het verleden en aandacht voor spekkies.

Redactie
Een vader en zoon uit Syrië spelen een potje voetbal met een beveiliger bij een oud belastingkantoor in Oss dat nu als opvang dient.   Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een vader en zoon uit Syrië spelen een potje voetbal met een beveiliger bij een oud belastingkantoor in Oss dat nu als opvang dient.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Brief van de dag

Je hoeft geen Russisch te kunnen lezen om te weten wat er allemaal vies, voos en verdorven is aan het kapitalistische Westen. Even de Volkskrant raadplegen volstaat. Meerdere columnisten (Teun van de Keuken, Sheila Sitalsing, Asha ten Broeke) bewenen om het luidst de danse macabre waarin het neoliberale Westen de wereld al globaliserend heeft gedompeld.

De conclusie lijkt unaniem dat we in een zelfgecreëerde hel op aarde leven, waaraan geen ontsnappen mogelijk is.

Dat het westerse kapitalisme ook hecht verweven is met aardige dingen voor de mensen als democratie, mensenrechten, individuele vrijheid, inclusiviteit, diversiteit, welvaart, zelfontplooiing, bestaanszekerheid, grotere gezondheid, langere levensduur, ongekende toegang tot en bescherming van cultuurschatten, vrede, stabiliteit en medische innovaties, is allemaal bijvangst die amper meer wordt belicht.

Wellicht is dat te wijten aan een van de allergrootste morele verworvenheden van het zondige Westen: het vermogen tot kritische zelfreflectie.

Het is een deugd die in de Volkskrant ad fundum wordt uitgemolken en een belangrijke reden dat ik deze krant graag lees. Maar als we straks met man en macht die Russen buiten de deur gaan houden, zou ik graag ook weer eens lezen waarom ook alweer.
Jan Tazelaar jr., Leiden

Vluchteling of asielzoeker

Met ontzag las ik de mooie reportage over de noodopvanglocatie in Oss en het goede werk dat Angelo Schuurmans daar verricht. Ik vrees echter dat de opening van de reportage een averechtse werking heeft. Het artikel begint met de vraag hoe Schuurmans locatiemanager van de noodopvang voor Oekraïense ‘vluchtelingen’ en Syrische ‘asielzoekers’ is geworden. Met het gebruik van deze twee termen wordt een onderscheid gemaakt dat er eigenlijk niet is.

Enerzijds vragen zowel de Oekraïners als de Syriërs in Nederland om bescherming en zijn ze daarom aan te merken als asielzoekers. De Europese Unie heeft voor Oekraïners een speciale richtlijn geëffectueerd op basis waarvan zij tijdelijke bescherming krijgen zonder dat ze de asielprocedure hoeven te doorlopen. Deze tijdelijke bescherming doet niet af aan het feit dat Oekraïners in eerste instantie asielzoekers zijn. Ook behelst de tijdelijke bescherming geen vluchtelingschap in de juridische zin van het woord.

Anderzijds zijn beide groepen aan te merken als vluchtelingen als daarmee wordt bedoeld dat ze een oorlog ontvluchten – nog los van of dit de juridisch juiste benaming is. Door in dezelfde zin verschillende termen te gebruiken is sprake van een schijnonderscheid. Dit is kwalijk, omdat in de beleving van de ­gemiddelde Nederlander – uiteraard ten onrechte – aan het woord asielzoeker ­inmiddels de connotatie van ‘profiteur’ kleeft, terwijl vluchtelingen als slacht­offers gezien worden.

Voor het draagvlak ten tijde van de – in het artikel geïllustreerde – opvangcrisis is dat funest.
Anna Chatelion Counet, Amsterdam

4 en 5 mei

We hebben weer 4 en 5 mei gehad en de afgelopen dagen is opnieuw een stoet van ‘vergeten’ helden en heldinnen, slachtoffers, verzetsmannen/-vrouwen en daders, alsook van ‘onbekende’ helden en heldinnen, slachtoffers, verzetsmannen/-vrouwen en daders op de radio, in de kranten en op de tv aan ons voorbijgetrokken. Alleen vraag ik me af of het niet de journalisten zijn die de namen van de betrokkenen zijn vergeten of niet weten.

Het is 77 jaar na de Tweede Wereldoorlog en het ligt voor de hand dat al die namen niet vers in het geheugen liggen. Er kunnen natuurlijk steeds nieuwe feiten boven water komen, maar in vrijwel alle gevallen weten we om wie het gaat. En als we nu iets – of iemand – vergeten hebben, hebben we het vroeger wel geweten.
Sytze van der Zee, schrijver/journalist, Amsterdam

Archief

Mats van Rooij roept het kabinet op om de oorlogsarchieven open te stellen, zodat we voeling houden met de geschiedenis. Met name de beperkt toegankelijke documenten uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging lijken hem onmisbaar voor dat doel, omdat daarin de namen van politieke delinquenten staan.

Nu ben ik er erg voor dat er zo veel mogelijk materiaal online verschijnt, óók als dat pijnlijke informatie is voor na­bestaanden van ‘verraders’ (ik kan erover meepraten). Maar het is een misverstand te denken dat die gegevens, hoe fascinerend ook, veel nieuw licht zullen werpen op de oorlog.

Voor menigeen zal het spannend zijn om achter de computer te achterhalen wiens overopa de jouwe heeft verlinkt of gearresteerd, maar het draagt weinig tot niets bij aan werkelijk besef van anti­semitisme of oorlogsdreiging. De recente onsmakelijke verwikkelingen rond het ‘verraad van Anne Frank’ laten zien hoe zo’n speurtocht kan ontaarden.

Zet het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging vooral online, maar verwacht er geen herstel van historisch besef van.
Evert van Ginkel, Leiden

Op de vlucht

‘Dit jaar is anders dan anders, want er zijn mensen op de vlucht voor oorlog’, zegt een bezoeker van een Bevrijdingsfestival. Zou er in de geschiedenis van de Nederlandse Bevrijdingsfestivals één jaar te vinden zijn waarin er geen mensen op de vlucht waren voor oorlog?

Ik vrees van niet.
Lieke de Kwant, Bennekom

Verleden

In de krant van 3 mei zag ik weer even de term ‘slavernijverleden’ opduiken. Geïnspireerd door de oorlogsherdenkingen in deze tijd van het jaar moest ik denken aan de kinderen van wie de ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog NSB’ers waren. Zij werden uitgesloten en gepest. Inmiddels wordt daar schande van gesproken. Deze kinderen konden hier toch niks aan doen?

Hoe anders is dat bij afstammelingen van slavenhouders. Zelfs nu we minstens zes generaties verder zijn, worden zij nog geacht zich schuldig te voelen en excuses aan te bieden.
Alice Garritsen, Assen

Schiphol

Is drie uur in de rij staan op Schiphol erg? Zestien uur vliegtuiglawaai boven je hoofd, dát is erg. Elke dag.
Paul Olgers, Leiden

Droogte

De oogsten komen in gevaar door de aanhoudende droogte.’ Misschien is iedereen het alweer vergeten, maar in het afgelopen najaar en de winter is er een gigantische hoeveelheid regen gevallen. Waar is al dat water gebleven? Antwoord: simpelweg de bodem in, terwijl een kurkdroge periode in de zomer de afgelopen jaren geen uitzondering meer is. Waar blijven de waterbekkens op en om de boerenbedrijven?
Jeanne van der Linden, Bruinisse

Achternaam

In de discussie over de achternaam voor een kind (die van vader of moeder dan wel een dubbele) mis ik een eenvoudige oplossing, waarmee mannen en vrouwen gelijk worden behandeld: kies voor de dubbele achternaam, bij een meisje eerst die van de moeder, dan die van de vader; bij een jongen omgekeerd.

Trouwt het kind later, dan wordt de tweede naam vervangen door het eerste deel van de achternaam van de partner. Op die manier wordt het bovendien op den duur mogelijk om bij stamboom­onderzoek vrouwelijke lijnen te volgen.

Jaren geleden heb dit ik in kleine kring weleens gesuggereerd. Onze zoon en schoondochter vonden het kennelijk een goed idee; zij noemen zich sindsdien Teun Zuiderent-Jerak en Sonja Jerak-Zuiderent. Wie volgt?
Ad Zuiderent, Amsterdam

Achternaam (2)

Misschien wat kort door de bocht, maar wat is erop tegen om als uitgangspunt te nemen dat het kind tot een bepaalde leeftijd de achternamen van beide ouders draagt? Eenmaal die leeftijd bereikt moet het kind aangeven onder welke van de twee achternamen het verder wil gaan. Dit voorkomt problemen tussen de ouders die moeten kiezen en doet recht aan het kind dat uiteinde­lijk de achternaam moet dragen.
Gerard Hemels, Alkmaar

Spekkigheid

Met verbazing heb ik het artikel ‘Spekkigheid’ gelezen. Waarom twee bladzijden over de consumptie van spekkies en hoe deze veganistisch, koosjer en ­halal te maken? Een suikerbom vol kristalsuiker, dextrose en glucosestroop en dan afgewerkt met maïsmeel? Dextrose wordt meestal gewonnen uit zetmeel, voornamelijk afkomstig uit granen en maïs, glucosestroop is een chemisch ­bewerkt product gemaakt uit zetmeel, maïs, aardappelen of rijst.

Ik begrijp niet dat dit soort snoep überhaupt nog toegestaan is terwijl we aan alle kanten proberen iets te doen aan kinderen die te dik worden, met alle ­gevolgen van dien.
Marjet Kraak, Dalfsen

Wilhelmus

Wordt het niet eens tijd om ons volkslied van een andere tekst te voorzien? Praktisch niemand, ook de ouderen niet, kan het lied volledig meezingen. Vanaf de derde regel wordt er vaak een beetje meegeneuried of meegezongen met nog een strofe die men half heeft onthouden.

Nu is dat geen onbekend probleem, dus voor de zekerheid werd de tekst bij de opening van Koningsdag in een van onze dorpen op papier uitgedeeld. Behulpzaam deelde ik mijn blaadje met een jongetje en las, toen zijn mond openviel en er geen woord uit kwam, door zijn ogen de tekst ‘vrij onverveerd’ en ‘uw schild en de betrouwen’. Wat staat daar eigenlijk? Niet te volgen.

Het archaïsche taalgebruik staat het begrijpen van de boodschap in de weg. En dat terwijl er een heel toegankelijke hertaling is gemaakt door Jan Rot, die niets afdoet aan het belang van een volkslied. Laten we vanaf volgend jaar die tekst allemaal zingen. Postuum is dat ook een mooi eerbetoon aan Jan Rot.
Ali Dekker, Odijk

Status

‘Ik geloof niet in een causaal verband tussen sociaal-economische status en sterfterisico, mensen met een lage status leven simpelweg ongezonder’, schrijft Saskia Licht-Wories. Had ze maar gelijk.

Ook los van leefstijl en -omstandigheden heeft status wel degelijk invloed op iemands levensduur. Een primaire levensbehoefte van elk mens is: gezien worden. Laag op de statusladder staan en het gevoel hebben dat mensen op je neerkijken, zorgt voor stress.

Een eenvoudig gedachtenexperiment maakt dat al duidelijk: stel je voor dat je als jongen of meisje bij de gymles of een partijtje voetbal steevast als laatste wordt gekozen. Sport je dan lekker mee? Allerlei onderzoeken hebben aangetoond dat het deel van de hersenen dat stress reguleert, kleiner is bij mensen die laag op de statuspiramide staan en dat de hersenen van mensen met een hoge status meer dopamine produceren. Ook is het deel van hun brein dat beloning registreert, actiever.

Mensen hoog op de statusladder hebben veel bonussen, niet de minste is dat ze langer leven. Het leven is niet eerlijk.
Huub Buijssen, psychogerontoloog, Tilburg

Onveiligheid

Mooi verhaal met ex-hockeyer Pepijn Keppel over homofobie in de hockey­wereld. Heel herkenbaar, dat ­onveilige gevoel. In mijn geval (ik ben ­hetero, maar heb een been dat wat korter is) gingen de scheldkanonnades tijdens trainingen en elders op en rond het veld over mijn fysieke ‘gebrek’.

‘Sjouwen, hinkepoot’, ‘Stel je niet aan kankerkruk’, dat soort teksten, bij een zogenaamd chique hockeyclub in een grote stad midden op de Veluwe. En iedereen maar lachen. Aan mijn ouders vertellen? Ik was als de dood dat ze verhaal zouden halen en de situatie nog erger zouden maken. Onveiligheid troef op de sportvelden van Nederland.
Anne Tjalsma, Amsterdam

Indalen

Een van de talloze clichés uit de sportjournalistiek is de vraag van de verslaggever aan de winnaar of hij het al een ­beetje beseft. Nee, zegt de winnaar ­steevast vol euforie, het moet nog wat indalen. Ook dit antwoord is natuurlijk honderd procent cliché.

Het slijtingsproces begint direct, bij de inhuldiging kost het alweer wat moeite om gierend uit je dak te gaan van vreugde en een paar weken later wordt de overwinning al gauw een goed verhaal en zijn we weer bezig met de orde van de dag.

Als de winnaar met indalen het proces van vergeten bedoelt, heeft hij natuurlijk wel een punt.
Jan Walter, Leiden

Bezorging

In de laatste drie weken werd uw krant een keer of vier bij mij bezorgd. De andere keren heb ik melding gemaakt van het ontbreken van de krant op mijn adres. Een beschaafde stem bood me dan ex­cuses aan, vergezeld van de toezegging dat mijn abonnement met een dag ­verlengd zou worden.

Ik heb nu dus een soort eeuwigdurend abonnement, maar geen krant. Voor een krant moet ik zelf naar de winkel om er een te kopen. Zo ben ik als het ware mijn eigen krantenbezorger geworden, maar ik ontvang daarvoor geen geld. Sterker nog, het kost me geld, want in de ‘losse verkoop’ is de krant duurder.

Wordt het geen tijd om uw bezorgers een passender beloning te gunnen? Of is voor DPG Media een royale winst het enige dat telt? Aan de inhoud van de krant ligt het niet, ik heb alle waardering voor de makers.
Nan Wormmeester, Alkmaar

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Meer over