commentaarKoen Haegens

Bekende én onorthodoxe plannen voor de woningmarkt verdienen nu serieuze aandacht

null Beeld

Een kleine meerderheid van de bevolking wordt dezer dagen slapend rijk – letterlijk. De huizenprijzen zijn afgelopen jaar met bijna eenvijfde gestegen. De gemiddelde koopwoning kost nu 410 duizend euro, maakte de Nederlandse Vereniging van Makelaars deze week bekend.

Dat lijkt een zegen voor huiseigenaren. Maar jonge mensen komen er steeds moeilijker tussen. Omdat huurders niet meeprofiteren van deze ontwikkeling, groeit de vermogenskloof. Bovendien weten we uit de vorige crisis dat gekte op de woningmarkt een bedreiging is voor de financiële stabiliteit van Nederland.

Het goede nieuws is dat alle partijen doordrongen zijn van de noodzaak hier snel iets aan doen. Heel politiek Den Haag wil meer woningen bouwen. Liefst wordt dat bakstenen offensief centraal geregisseerd. Een ministerie van Volkshuisvesting kan zorgen dat het extra aanbod aansluit bij de vraag – dus niet enkel eengezinswoningen waar senioren niks aan hebben – en zo min mogelijk ten koste gaat van het schaarse groen.

Economen zijn het er desondanks over eens dat de exorbitante prijsstijgingen niet alleen voortkomen uit een tekort aan woningen. De Tweede Kamer mag ook naar zichzelf kijken. Met een reeks goedbedoelde maatregelen heeft zij huizenkopers aangemoedigd steeds hogere bedragen te bieden. Zo blijkt het oprekken van de leennormen averechts te werken. Hetzelfde geldt voor belastingvrije schenkingen (de ‘jubelton’) en de verlaging van de overdrachtsbelasting voor starters. Het drijft vooral de prijzen op. Jongeren zijn daar niet bij geholpen.

In plaats van steeds weer nieuwe pleisters te plakken, kan Nederland beter de draad oppakken van structurele hervormingen. Starters concurreren om schaarse woningen met particuliere beleggers. De grote steden willen hier paal en perk aan stellen. Onorthodoxe voorstellen, zoals een woonplicht, verdienen serieuze aandacht.

Datzelfde geldt voor de kwestie die Nederland van oudsher splijt: het h-woord. Na de vorige crisis is begonnen met het beperken van de hypotheekrenteaftrek. Dat was een dapper besluit. Een subsidie is er om mensen over te halen om specifieke, maatschappelijk gewenste keuzes te maken. Wie een huis heeft, is al spekkoper. Het valt niet uit te leggen waarom dat verdere stimulering via de schatkist behoeft.

De oplossing ligt voor de hand: schaf de hypotheekrenteaftrek geleidelijk helemaal af. Wat De Nederlandsche Bank betreft, gaat de Belastingdienst de eigen woning zelfs net zo behandelen als spaargeld. Dat lijkt vloeken in de kerk, maar het maakt een einde aan de fiscale discriminatie van huurders. De prijzen zullen zich gematigder ontwikkelen. Starters zullen hierdoor weer een eerlijke kans maken op de woningmarkt.

Interessant genoeg was er zelden een beter moment om dit taboe te slechten. De lage rente, mede het gevolg van het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank, is misschien wel de belangrijkste oorzaak van de hoge huizenprijzen. Zij biedt ook een unieke kans. De gemiddelde rente die woningbezitters betalen is in Nederland in tien jaar tijd gehalveerd, naar minder dan 2,5 procent. Dat maakt dat zij veel minder profijt hebben van de hypotheekrenteaftrek. Het afschaffen hiervan zal nooit helemaal pijnloos gaan. Maar gunstiger dan dit worden de omstandigheden niet.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over