ColumnPeter Buwalda

Behalve de man die een klinkende scheet als ringtone had, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan Gerben

null Beeld

Behalve de man die een klinkende scheet als ringtone had, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan Gerben. Al kan hij ook Arthur hebben geheten. Of Martin. Vergeten, al hebben we een jaar onder één dak gewoond.

Ik zie hem evenwel scherp voor me, Gerben/Arthur/Martin. Hij leek op André van Duin, maar zonder de aandrang zijn gezicht scheef te trekken. Een stuurse André van Duin dus die nooit een gekke bek trok, nooit lachte zelfs, probeer je dat eens voor te stellen, onmogelijk natuurlijk, vergeet Van Duin maar weer, het werkt niet.

Er kon geen lachje af bij Gerben/Arthur/Martin, zeker niet toen hij een baan vond. Hij had een uitkering en was dus stinkend rijk, vonden dr. Arnie en ik. We moesten hem wel in huis nemen, want wij waren studenten. Hij ging vier dagen per week aan de slag bij een kartonfabrikant, vertelde hij toonloos, loonadministratie. Dat leek mij het lot van André van Duins met een recht gezicht, alles heeft zijn prijs. Gerben/Arthur/Martin trok zijn jas aan en liep naar het winkelcentrumpje. Bij thuiskomst legde hij een grote weekagenda op onze keukentafel en ging er driftig in zitten bladeren, notities makend op een lege envelop.

‘Wat doe je’, vroegen dr. Arnie en ik unisono.

‘Ik ben aan het uitzoeken welke weekdag ik vrij neem’, zei hij toonloos. ‘Ik moet scherp hebben hoe Kerst en Oud en Nieuw vallen en wanneer het Koninginnedag is. Donderdag is een no-go, vanwege Hemelvaart.’

Dr. Arnie, een zakelijk man, begreep meteen wat onze nieuwe huisgenoot bedoelde. ‘Maar volgend jaar valt alles weer anders’, merkte hij vlijmscherp op.

‘Ik heb een jaarcontract’, antwoordde Gerben/Arthur/Martin toonloos. (Als hij het leest, en stel hij wil de column uitknippen en ophangen op het toilet, ook ik heb wensdromen, dan kan hij doorhalen wat niet van toepassing is. Eigenlijk zou ik stippellijntjes moeten aanleveren, zodat hij als er niks van zijn gading tussen zit met de hand ‘Herman’ kan invullen, of ‘Robbert’. Maar geheel in zijn berekenende geest zie ik ervan af, want ik weet niet zeker of stippeltjes tellen als een woord, waarvoor ik 37 eurocent krijg uitgekeerd. Zo steek je van ieder die je pad kruist iets op.)

Dat ik nog geregeld aan Gerben/Arthur/Martin denk, komt dus niet door André van Duin. Als ik Van Duin zie, gaat er geen lampje branden. Nee, het komt door muziek, wat mooier klinkt dan ik bedoel. Gerben/Arthur/Martin was me namelijk een keertje telefoontikken verschuldigd, ik deed de telefoonrekening, maar ondanks zijn salaris was hij niet ‘liquide’, zoals hij toonloos verklaarde. Het ging om 42 gulden en 60 cent. Dat weet ik dan nog wel precies, zie onderaan.

‘Hoe gaan we dat doen, Gerben/Arthur/Martin’, zei ik.

‘In natura’, zei hij toonloos.

Gelukkig bedoelde hij twee luidsprekers, die ik nog steeds dagelijks gebruik, twee levensgrote, sjekbruine high-end B&W’s, pure top, studiokwaliteit. Waren van zijn vader geweest, die dirigent was, verzon hij omdat ik bedenkelijk bleef zwijgen. Tactiek. Ik wilde ze per se hebben, natuurlijk!

‘En hij was blind’, zoog Gerben/Arthur/Martin toonloos uit zijn duim.

Ik zweeg door.

‘En daarom’, zei hij, ‘wilde hij de beste, nee, de állerbeste boxen.’

Als we visite hebben, en mijn sjekbruine schatjes komen ter sprake, dan vertel ik graag dat ik ze verworven heb voor 21 gulden en 30 cent. Per stuk, dat wel, maar guldens hè, niet euro’s. Guldens.

Meer over