Bedrijven uit balans

Buitenlandse aandeelhouders hebben bezit genomen van de meest toonaangevende Nederlandse bedrijven. Die vaststelling is op zich niet nieuw. Maar de mate waarin deze trend zich heeft doorgezet, komt haarscherp naar voren uit het grootscheeps onderzoek naar aandeelhouderschap van beursgenoteerde bedrijven dat deze krant afgelopen zaterdag publiceerde. Ondernemingen als telecommunicatiebedrijf KPN, supermarktconcern Ahold en elektronicagigant Philips, die Nederlanders stuk voor stuk als ‘Nederlands’ ervaren, zijn voor respectievelijk 92, 88 en 80 procent in handen van buitenlandse beleggers. Dat heeft uiteraard invloed op de koers van die ondernemingen.

de Volkskrant

Zeker zo opvallend aan het onderzoek is het antwoord op de vraag wie die buitenlandse beleggers dan wel zijn. De drie grootste blijken als ‘ABC’ te kunnen worden aangeduid: AllianceBernstein, Blackrock en Capital. Die drie Amerikaanse vermogensbeheerders zijn niet of nauwelijks bekend en willen dat graag zo houden. Zij oefenen hun invloed achter de schermen uit, gebruikmakend van hun enorme financiële kracht. Zo beheert Blackrock wereldwijd 3 duizend miljard dollar, waarmee het de grootste vermogensbeheerder ter wereld is.


Is hier nu sprake van een gevaarlijke ontwikkeling? Het antwoord daarop is niet eenvoudig. Nederland heeft zijn ondernemingen onder de paarse kabinetten (1994-2002) in toenemende mate opengesteld voor de invloed van buitenlandse aandeelhouders. De toestroom van hun kapitaal moest tot meer investeringen en dus meer groei leiden. Bovendien zouden vreemde ogen goed zijn voor het zittende management, dat zich achter beschermingsconstructies had verschanst. Conform de tijdgeest werd aan het belang van de aandeelhouder in die jaren extra gewicht toegekend.


Maar dat het aandeelhoudersbelang ook kan doorschieten, leerden in het achterliggende decennium de gang van zaken bij de overnamegevechten rond ABN Amro en Stork. Ook de kredietcrisis plaatste een vraagteken bij de dominantie van aandeelhouderswaarde en het denken in winst op korte termijn. Dat had ertoe bijgedragen dat financiële instellingen blind waren geworden voor de risico’s van zeer winstgevende producten.


In reactie daarop groeide de overtuiging, in ieder geval in de Tweede Kamer, dat ook de belangen van aandeelhouders moeten worden ingesnoerd, waardoor die van werknemers en klanten meer gewicht krijgen. Met kleine, juridische stappen is dat in de afgelopen tijd geprobeerd. Zo kunnen bedrijven onder een nieuwe code een agressieve aandeelhouder tijdelijk op afstand houden door een adempauze van maximaal 180 dagen af te kondigen. Het is een stapje in de goede richting.

Een terugkeer naar de beschermingsconstructies van weleer is niet wenselijk – Nederland moet zijn bedrijven niet af willen schermen voor invloeden van buitenaf. Dat kan ook helemaal niet meer, gezien de omvang van de belangen die buitenlandse aandeelhouders in Nederlandse ondernemingen hebben opgebouwd.


Maar door de doorgeschoten nadruk op het aandeelhoudersbelang is het evenwicht vooralsnog wel zoek. Daardoor loert het gevaar dat grote ondernemingen aan specifiek Nederlandse belangen, met name op het vlak van werkgelegenheid, onvoldoende belang toekennen. Om dat te voorkomen, is evenwichtsherstel tussen de belangen van aandeelhouders, klanten en werknemers cruciaal. Nederland hoeft op dit vlak niet langer het braafste jongetje in de neoliberale klas te zijn.

Meer over