Opinie180 graden

Barbara Baarsma: ‘Lokale voedselketens helpen Nederland vooruit’

Barbara Baarsma: ‘Ik blijf een voorstander van vrijhandel. Wel moet er een beter evenwicht komen tussen internationaal en lokaal.’Beeld Ivo van der Bent

Barbara Baarsma, directievoorzitter van Rabobank Amsterdam en hoogleraar economie aan de UvA, veranderde van mening over voedselketens.

Oude standpunt

‘Voor voedsel geldt hetzelfde als voor alle andere goederen en diensten: internationale vrijhandel is goed voor Nederland, goed voor de welvaart en goed tegen oorlog. Zowel koper als verkoper hebben baat bij handel. Vrijhandel creëert meer welvaart voor iedereen. Dankzij wederzijdse economische belangen worden landen minder oorlogszuchtig. Het is dus alleen maar goed dat wij het grootste deel van ons voedsel importeren en exporteren.

‘Nederland is, na de Verenigde Staten, de tweede grootste exporteur van agrarische producten ter wereld. Terwijl de VS 230 keer zo groot zijn als Nederland. Daar kun je trots op zijn.’

Kantelpunt

‘De coronacrisis heeft mij geleerd dat sommige waardeketens te ver zijn geglobaliseerd. Vooral in de voedselketen zitten kwetsbaarheden waarvan averechtse effecten uitgaan. Ik was me daarvan onvoldoende bewust. Het wegvallen van buitenlandse vraag en de internationale handelsbarrières die door corona zijn opgeworpen, maken de export kwetsbaar. Ook binnen Nederland veranderde de vraag door de crisis. De vraag uit de horeca viel stil, terwijl die in de supermarkten sterk steeg. Hamsteren in supermarkten was niet nodig, maar gebeurde wel. Tijdelijk waren er daardoor toch tekorten. Dat heeft blootgelegd hoe kwetsbaar we zijn, met het beperkte aantal distributiecentra.

‘Dit alles laat zien dat het belangrijk is te kijken of je eten van dichterbij kunt halen. Nu heeft een maaltijd in Amsterdam soms al 30 duizend kilometer afgelegd voor er een hap van wordt genomen. Denk aan rijst uit Thailand. Of aan garnalen die in de Noordzee worden gevangen, in Marokko worden gepeld, soms in een ander land worden verwerkt of verpakt en dan weer naar Nederland komen.

‘Ik doe al langer onderzoek naar verduurzaming van de landbouw en zag dat de sterk op export gerichte agrarische productie bijdraagt aan overschrijding van onze milieugebruiksruimte.’

Nieuwe standpunt

‘Er moet een beter evenwicht komen tussen korte, lokale en lange, internationale voedselketens. Internationale en lokale ketens zorgen samen voor een robuust voedselsysteem. We moeten niet alleen lokale ketens hebben, daarop is ons dieet ook niet aangepast. Zolang het merendeel van de Nederlandse bevolking het fijn vindt mango’s en rijst te eten en koffie te drinken, blijven we ook afhankelijk van import. De agrarische sector kan zich nog steeds richten op de export, maar het hoeft niet alleen voedsel te zijn, je kunt ook kennis over voedselproductie exporteren. Dat wij als klein land zo efficiënt kunnen produceren, maakt die kennis ook voor andere landen interessant.

‘De overgang naar een beter evenwicht in wat we internationaal doen, met meer kortere, lokale voedselketens, zou een stap vooruit zijn. Nu exporteert Nederland driekwart van de hier geproduceerde landbouwproducten. En bijna driekwart van de landbouwgrond die in gebruik is voor de Nederlandse voedselconsumptie ligt in het buitenland.

‘Daarnaast maken korte ketens verduurzaming van de landbouw beter mogelijk, omdat kringlopen eenvoudiger lokaal dan internationaal zijn te sluiten.

‘Ik ben en blijf voorstander van vrijhandel. Door protectionisme komen vooral de landen die zelf geen voedsel kunnen produceren in de problemen en ontstaan er ernstige hongersnoden. Vrijhandel mag in geen geval de nek worden omgedraaid. Natuurlijk zou het mooi zijn als zo veel mogelijk landen zelfvoorzienend zijn, maar zover zijn we nog niet en de vraag is of dat ooit zal gebeuren.’

Het effect

‘Door het wegvallen van de vraag uit de horeca dreigt een miljard kilo fritesaardappelen op de akkers te verpieteren. Dit beeld brachten mij en mijn collega’s van de Rabobank op het idee een korte keten op te zetten in Amsterdam: boeren voor buren. Voor gezinnen in Amsterdam die honger hebben en niet terechtkunnen bij de voedselbank. We hebben nu al meerdere keren 5.000 kilo voedsel uit het ommeland van Amsterdam de stad in gebracht. Overigens zonder commercieel belang. Deze korte keten blijft ook na de crisis. Daarnaast ben ik betrokken bij een nationale campagne: supportyourlocalsnl.nl. Daarachter zitten nu zo’n 140 korteketenaanbieders. Iedereen in Nederland die eens wil proberen op een andere manier aan eten te komen, kan daar zien wat er in zijn achtertuin wordt geproduceerd. Korte ketens versnellen in crisistijd. Op de vruchtbare bodem van de coronacrisis versterken de ketens elkaar en we moeten ervoor zorgen dat die ook na de crisis blijven bestaan. Daar zet ik me voor in.

‘Juist doordat mensen misgrepen in de supermarkt bij hun favoriete product, denken ze na over waar hun eten vandaan komt. Er is nu een welbegrepen eigenbelang om korte ketens te steunen. Voor boeren is het ook aantrekkelijk, omdat zij veel meer invloed hebben op de prijs. Dat lukt niet als je bulk produceert voor een lange keten.

‘Ik voel me persoonlijk rijker, dat heb je als je een voortschrijdend inzicht hebt. Er zal vast wel weer een nieuw inzicht komen, ik ben er nog niet. Maar ik ben blij dat er ook positieve kanten aan de coronacrisis zitten en dat korte ketens verdienvermogen geven aan boeren en tegelijk bijdragen aan verduurzaming.’

Meer over