COLUMNThomas van der Meer

Bang dat ik er niet ben om hen te verplegen als ze in een lhbti-vrije zone corona krijgen, zijn mensen niet

null Beeld
Thomas van der Meer

Waarom word ik door een man uitgekleed?’, vraagt mevrouw ­Wissink (94). ‘Wie ben jij?’

Mevrouw Wissink wil niet geholpen worden en al helemaal niet door een man. Na zware onderhande­lingen heb ik haar zonet uit bed ­gekregen, maar dat is ze allemaal alweer vergeten. ‘Ben ik in een ziekenhuis? Heeft mijn dochter me hier naartoe gebracht?’ Ze aarzelt. ‘Ik heb een dochter, toch?’

Ik hurk maar weer bij haar neer en begin opnieuw, totdat ze akkoord gaat met een douchebeurt. Onder de douche trekt alzheimer een heel ander register open. In haar blootje zit ze te schudden van het lachen op de douchestoel. ‘Ik word door een man gewassen’, giert ze. Dat ik bijna helemaal in plastic ben gehuld, vindt ze ook heel grappig. ‘Alsof ik tbc heb!’ Ze slaat proestend haar hand voor haar mond en begint daarna keihard en heel lang te hoesten. Rood aangelopen kijkt ze me verschrikt aan. ‘Heb ik tbc?’

‘U heeft corona.’

‘Gelukkig.’

Even later zit mevrouw Wissink schoon en droog in haar stoel. ‘Wat een kleine priegelknoopjes’, zegt ze, wanneer ik haar blouse dichtmaak. ‘Het treft dat je zulke kleine handen hebt, voor een man.’

Ik heb kleinere handen dan de meeste andere mannen en dat komt doordat ik transgender ben. Daar heb ik weinig last meer van. Mijn transitie is alweer een hele tijd geleden en voor het geval iemand lastige vragen stelt, heb ik in de loop van de tijd allerlei smoezen bedacht, die ik intussen heel soepel en overtuigend kan oplepelen.

Zo vertel ik mevrouw Wissink dat mijn handen klein zijn doordat ik vegetarisch eet; hier maak ik handig gebruik van de misvatting dat vegetariërs te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen. Toch zit ik de laatste tijd steeds vaker te prakkiseren over mijn lhbti-lidmaatschap.

Eerder dit jaar heeft Hongarije transgenders verboden. Het is nu onmogelijk om je geslacht officieel te wijzigen, waardoor transgenders zich niet goed meer kunnen identificeren. Zelf liep ik tijdens mijn ­transitie ook een tijdje rond met het uiterlijk van een jongen en het ­paspoort van een meisje. Ik moest telkens uitleggen dat ik transgender ben: in een verkeerscontrole, bij het ophalen van een pakketje, solliciteren, stemmen, het kopen van een krat bier met een babyface.

Dat was heel onhandig en eerlijk gezegd ook best vernederend. In Hongarije is zoiets bovendien gevaarlijk, want voor transgenders is er onder de bevolking weinig begrip. Sinds vorige week mogen Hongaarse homoparen geen kinderen meer adopteren en er is inmiddels ook een lhbti-vrije zone, dat is een gemeente zonder homo’s en transgenders. ­Polen had zulke zones al.

Hier in Nederland geeft het niets dat ik bij een minderheidsgroep hoor, want de meerderheid heeft met me te doen. Hier wonen mensen die zelf niets met lhbti’ers te maken hebben en toch woedend de krant neerslaan als ze lezen dat Hongarije transgenders verbiedt. Maar de situatie in Hongarije laat zien dat het ook onzeker is om afhankelijk te zijn van de sympathie van de meerderheid. Veel beter zou het zijn als ­mensen zouden denken dat ze niet zonder mij kunnen.

Toevallig ben ik al best goed op weg mezelf onmisbaar te maken. Ik heb een cruciaal beroep gekozen met een groot personeelstekort dat alleen maar verder oploopt. Maar bang dat ik er niet ben om hen te verplegen als ze in een lhbti-vrije zone corona krijgen, zijn mensen niet. Veel mensen weten niet eens dat wij normale mensen zijn met normale beroepen. Het is misschien slimmer om ervoor te zorgen dat mensen denken dat hun iets vreselijks overkomt als ze mij mijn rechten ontnemen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe strijdlustiger ik word, dus terwijl ik mevrouw Wissink de steunkousen aantrek, neem ik me voor om in het nieuwe jaar eens iemand flink af te rossen.

Mevrouw Wissink heeft haar bril van tafel gepakt om me nog wat beter te bekijken. ‘Je voeten zijn ook niet zo groot’, zegt ze. ‘Je bent een fijngebouwd kereltje.’

De naam van mevrouw Wissink is gefingeerd.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een ­verpleeghuis.

Meer over