ESSAYBeïnvloeding

Avondklokrellers en Capitoolbestormers zijn nuttige sukkels voor opruiende politici

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Ondanks belangrijke verschillen is er een vergelijking te maken tussen de avondklokrellen en de bestorming van het Capitool in Washington D.C. Kijk wat er gebeurt als de taal van samenzwering, verraad en verzet wordt gebruikt om de democratie systematisch van haar legitimiteit te beroven, waarschuwt historicus Thijs Kleinpaste.

De rellen, vernielingen en plunderingen in Nederland na het ingaan van de avondklok drongen bij veel mensen de vergelijking op met de uitbarstingen van politiek geweld in de Verenigde Staten, en de bestorming van het Capitool in Washington D.C. De vergelijking is begrijpelijk, maar niet zonder problemen. De aard van het geweld is anders, de ideologische achtergrond verschilt en ook de aanleiding is niet te vergelijken.

Aan de andere kant zijn er ongemakkelijke feiten, zoals het verband tussen de brandstichting in de covidteststraat op Urk en de koortsachtige retoriek van politici en allerhande opiniemakers, die het pandemiebeleid van het kabinet afschilderen alsof de eerste stappen naar een dictatoriale samenleving al zijn gezet. Urk mag een chronisch probleem met relschoppers hebben, het feit dat de teststraat het doelwit werd op de eerste avond van de avondklok, kan niet los worden gezien van die retoriek en van uitspraken van de lokale PVV-fractievoorzitter, die stelde er alles aan te zullen doen om de avondklok op Urk niet te handhaven. Ook Forum voor Democratie heeft het voortdurend over de regering die Nederland opsluit, om vervolgens aan te kondigen dat men zich zal blijven ‘verzetten’.

Misschien is een vergelijking toch mogelijk.

Allereerst de bestorming van het Capitool. Alle grote reconstructies van de bestorming brachten onthutsende feiten aan het licht – van al dan niet opzettelijk genegeerde waarschuwingen door de politie tot de explosieven en wapens die sommige bestormers op zak hadden, tot het feit dat sommige mensen gedetailleerde informatie bezaten over de plattegrond van het Capitool. Het is ergens een wonder dat die dag geen groter bloedvergieten heeft voortgebracht.

Maar er is ook een andere indruk die achterblijft. Naast het besef dat het veel erger had kunnen aflopen, is er eveneens het beeld van de QAnon-sjamaan die, arrogant maar overdonderd, de Senaatskamer binnen wandelt, vloekt als hij een bebloede medebestormer tegen het spreekgestoelte ziet zitten, en zich na het nemen van een foto door een agent laat wegvoeren. Hij was niet de enige. Een andere bestormer vroeg aan de agent waarom ze eigenlijk niet optraden. De agent hield zijn vingers omhoog en becijferde hoezeer ze in de minderheid waren.

De bestorming van het Capitool tekent zich door een merkwaardige combinatie van dadendrang en passiviteit. Van extreme, uit schorre kelen geschreeuwde retoriek over het uur van de waarheid dat is gekomen, waarbij de corrupte kliek van politici verantwoording moet afleggen, en, uiteindelijk, het uitblijven van die afrekening. Alsof de bestormers, overdonderd door hun succes, ineens niet meer wisten wat er na de bestorming zou moeten gebeuren.

Dit strookt niet met de manier waarop mensen zich grote historische gebeurtenissen doorgaans voorstellen. Maar dat ligt misschien meer aan de historische verbeelding dan aan die gebeurtenissen zelf. De historische beelden die we hebben, zijn eigenlijk altijd gestileerd – de bestorming van de Bastille, een veldslag, een volksopstand en tocht naar het paleis van een vorst of dictator. Omdat de geschiedenis op zulke momenten een nieuwe richting neemt, wordt later, bij het beschrijven ervan, de reeks gebeurtenissen vaak ingebed in een vertelling die ze verbindt met een verhaallijn en een hoofdrolspeler: ‘Het volk verzamelde zich op het plein, de koning vertrok en de republiek werd uitgeroepen.’

Zo overzichtelijk en doelgericht is de geschiedenis niet. Degenen die deelnemen aan een groot historisch feit, zijn zich niet automatisch bewust van de rol die ze spelen, al zullen ze gedachten hebben bij wat ze doen. Op de dag van de bestorming van het Capitool zweepten invloedrijke mediafiguren, politici en andere aanvoerders van het ‘verzet’ tegen de ‘gestolen’ verkiezingen de menigte op met de boodschap dat die dag ‘hun 1776’ was, het jaar van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Zulk historisch bombast staat in schril contrast met het feit dat een groot deel van de bestormers, eenmaal in het Capitool, vooral druk bezig was de politie te intimideren (die tussen hen en de ‘verraders’ stond), en het overhoop trekken van de kantoren van politici.

Er werd geen nieuw regime aangekondigd en de bestormers namen ook niet als een nieuwe volksvergadering plaats in de bankjes. Diegenen die de Senaatszaal bereikten, begonnen te bakkeleien. Luke Mogelson, verslaggever voor The New Yorker, beschreef dat de bestormers zich afvroegen waar de politici waren, en niet wisten wat ze moesten doen. Een van hen beklom het spreekgestoelte om te zeggen dat Donald Trump nu ‘keizer’ was, maar werd onderbroken door een ander, die hem toebeet dat de VS een democratie zijn. Buiten pochten mensen dat ze de politie in het gebouw bang hadden gemaakt en bier hadden gedronken, alsof het ging om een uit de hand gelopen examenstunt.

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Maar het was geen examenstunt: er moest iets gebeuren. Omdat de deep state anders zou winnen, omdat de verkiezingen waren gestolen, en omdat vicepresident Mike Pence verraad had gepleegd. De bestormers hadden de rol gespeeld die hun was toebedeeld. Ze waren naar Washington D.C. gekomen omdat Trump ze per tweet had beloofd dat het ‘wild’ zou worden. Ze hadden geluisterd naar zijn toespraak, en toen Trump ze had aangespoord om naar het Capitool te gaan, hadden ze dat gedaan. Ze hadden er een galg voor meegenomen.

Ze hadden geschiedenis gemaakt, maar schreven haar niet. Ze bleven, op een merkwaardige manier, passief en afwachtend, alsof ze na het vervullen van hun aandeel verwachtten dat de volgende stap in de historische gebeurtenis door anderen zou worden gezet. Zoals de QAnon-gelovigen er tot het laatste moment voor Bidens eedaflegging van uitgingen dat de Nationale Garde zou opstaan, de aanwezige politici zou arresteren en het spel uit zou zijn, zo leken veel Capitoolbestormers verbaasd dat de volgende akte van het drama maar geen begin kreeg.

Waar was het leger dat zich aan hun kant zou scharen? Waarom nam Trump in een video ineens afstand van ze? Waarom begon de volgende fase niet? Ze hadden het Capitool ingenomen, maar keken over hun schouder naar iemand om ze in te fluisteren wat het vervolg moest zijn. Zoals een Capitoolbestormer een agent toesnauwde: ‘Wij luisteren naar Trump – je baas.’

Het is moeilijk te schrijven over hoe ernstig de bestorming van het Capitool was, om recht te doen aan alle feiten en de geweldshonger, en de bestormers tegelijkertijd van een deel van hun verantwoordelijkheid te beroven. Om te stellen dat het zowel denkbaar is dat er veel vreselijkere dingen hadden kunnen gebeuren, en eveneens de ongerichtheid te benadrukken. Toch is dat nuttig, omdat in die ongerichtheid – in het feit dat een door leugens, complottheorieën en ideologie opgezweepte menigte bezit had genomen van het Capitool, maar velen er tegelijkertijd doelloos ronddwaalden – een spiegeling zichtbaar is van de politiek die ze tot dat punt bracht. In die spiegel grijnst, naast het gezicht van Trump, ook dat van het enorme media-ecosysteem van Fox News en alles rechts ervan, waarin niet alleen Trumps leugens, maar nog absurdere complottheorieën vrucht droegen.

Het is misschien niet het meest zinvol om eindeloos te staren naar de chaos en de individuele deelnemers aan het drama. Hoe eigenaardig ze ook zijn uitgedost, hoe onsamenhangend hun gedachten ook klinken, en hoe schaamteloos de dingen zijn die ze doen. Ideologieën en complottheorieën verschijnen niet uit het niets in de hoofden van mensen. Ze kunnen aantrekkelijk zijn omdat ze aan iets onguurs of wreeds in mensen zelf appelleren, maar zelfs de vruchtbaarste grond moet eerst bezaaid worden.

De Capitoolbestormers zijn verantwoordelijk omdat niemand per ongeluk in een vliegtuig stapt om de lokroep van zijn leider te beantwoorden. Maar ze zijn ook stelselmatig voorgelogen en gebruikt als figuranten in het politieke spel van anderen. Nuttige sukkels in een vorm van politiek die de opgejutte massa weliswaar in beweging brengt, maar niet voor vol aanziet, en slechts gebruikt voor haar eigen belang. Schreeuwend, maar onmondig. Het zijn figuranten die reageren op de signalen die ze krijgen, maar geen werkelijke invloed uitoefenen op het script.

Wie goed luisterde naar Trump – en zijn aanhangers deden dat zeker – hoorde in de maanden na zijn nederlaag, en eigenlijk de gehele vier jaar, een crescendo van beschuldigingen en leugens dat niet anders kon eindigen dan het deed. Wie werkelijk overtuigd is geraakt van de gedachte dat de verkiezingen van fraude en misdaad aan elkaar hingen, en dat er op alle bestuurlijke en politieke niveaus werd samengespannen om Biden in het zadel te krijgen, heeft weinig andere opties. Je kunt niet beweren dat er een staatsgreep plaatsvindt, en de vermoorde onschuld spelen zodra je aanhangers de logische conclusie trekken.

In die zin is de bestorming van het Capitool toch een soort waarschuwing, omdat het suggereert wat er kan volgen als politici systematisch aan de poten van de democratie zagen. Gecoördineerd geweld zelf is geen nieuw verschijnsel in Nederland. De actiegroep Kick Out Zwarte Piet werd meermaals gewelddadig bij de uitoefening van hun grondwettelijke rechten gehinderd, van het blokkeren van de snelweg waarop hun bus reed, tot de aanval op hun vergaderlocatie in Den Haag. Moskeeën zijn regelmatig doelwit van acties en intimidaties. Covidontkenners tierden tegen journalisten dat ze ‘verraders’ van het volk zijn, intimideerden politici en bedreigden zorgcentra. En er waren de boeren die de deur van het provinciehuis in Groningen ontwrichtten om bij politici verhaal te halen.

Forum voor Democratie buit de potentie maar wat graag uit. De partij bedrijft inmiddels vrijwel uitsluitend politiek op basis van halve en hele complottheorieën (het logische eindpunt van de oikofobie-stelling waarmee Baudet ooit de politiek betrad), en is er veel aan gelegen om het smeulende vuur te blijven opstoken. De partijen die in de aanloop naar de brandstichting in de Urkse teststraat in de meest extreme bewoordingen over het kabinetsbeleid spraken, FvD en PVV, zijn ook de partijen die al jaren spreken over het verraad van de elite aan het volk. Over de ‘vijand’ in het eigen ‘uniform’, en het ‘nepparlement’. Die steeds maar weer beweren dat journalisten eigenlijk propagandisten van de elite zijn, en elke keer moedwillig de grens vervagen tussen kritiek en opruiing. Die niet zozeer, zoals alle partijen, beleid betwisten, maar de parlementaire democratie waar dat beleid wordt gemaakt zelf verdacht maken. En die, als men wordt aangesproken op die politiek, eeuwig het slachtoffer spelen en kwaad riposteren dat men slechts het volksgevoel vertolkt – alsof dat gevoel niet zelf is aangewakkerd.

Het zou te cru zijn om de rellen van de afgelopen week zonder meer op het conto van een politieke partij te schrijven. De groep die de straat op ging was divers, en de woede niet eenduidig. Toch zijn er signalen zichtbaar van politieke gisting. Voor zover het nuttig is te kijken naar de Verenigde Staten, zit daar een waarschuwing in over wat er gebeurt als de taal van samenzwering, verraad en verzet wordt gebruikt om de democratie systematisch van haar legitimiteit te beroven. Maar als de vijand overal is, en zich maar niet met democratische middelen laat temmen, dan is uiteindelijk alles geoorloofd. Geweld valt dan niet langer buiten de orde, maar moet de orde redden van ondermijning van binnenuit. Dat scenario, dat script, is nog niet uit. De figuranten zijn er. De politici die wijzen en souffleren ook. Laat niemand naïef zijn over waartoe het kan leiden.

Thijs Kleinpaste is historicus en auteur.

Meer over