ColumnDaniela Hooghiemstra

Authenticiteit was ooit een hoopvol streven

Jezelf niet belangrijk vinden, is onderhand een opgave. Ben je ic-arts? In de krant met je dochter. Ben je politicus? Toon je diepste emotie. Heb je een ziekte? Vertel! Leid je een organisatie? ­Getuig!

Iedereen die vanaf de tweede helft van de vorige eeuw in het Westen werd geboren, is min of meer doordrongen van zijn individualiteit, ­variërend van het idee dat hij er als persoon mag wezen, tot de gedachte dat hij het centrum van het universum vormt.

Zonder ‘ik’ ben je nergens.

In het boek Alles! En wel nu! Een ­geschiedenis van de jaren zestig beschrijft historicus Piet de Rooy de opkomst van dat ‘ik’ in Nederland. Terwijl mensen in de 19de eeuw als treintjes over het spoor van sociale en religieuze conventies reden, maakte de collectieve, verzuilde ­moraal na de Tweede Wereldoorlog plaats voor iets nieuws: het streven naar ‘authenticiteit’.

De Rooy beschrijft het als een vrij plotselinge ommezwaai die begon met de opheffing van de censuur op het boek Lady Chatterley’s Lover in 1960, de komst van de minirok, de bikini, de uitspraak van modeontwerper Yves Saint Laurent ‘rien n’est plus beau qu’un corps nu’ (‘niets is mooier dan een naakt lichaam’) en de komst van The Beatles.

Binnen een paar jaar was de opmars van het individu niet meer te stuiten. Ouderlijke, kerkelijke en onderwijzende autoriteiten stonden machteloos. Een nieuwe generatie leefde naar eigen inzicht en vooral intuïtie.

Daarmee won ook het ‘presentisme’ terrein: het idee dat het verleden in het niet viel bij, dan wel ‘fout’ was tegenover het lichtend ­heden. Vandaar dat ik in de jaren tachtig ­alles leerde over het fascisme (‘nooit meer oorlog’), maar weinig over de middeleeuwen en de vaderlandse geschiedenis en dat ik in het nog overwegend witte Nederland ook niet veel te weten kwam over het ­slavernijverleden.

Voor de collectieve herinnering kwam het op de toekomst gerichte, actuele individu in de plaats en raakte algemene kennis ondergeschikt aan het eigen gevoel. ‘Wat vind je er zelf van?’ werd in het ­onderwijs de leidende vraag.

De historicus Hermann von der Dunk (1928-2018) vertelde mij eens dat toen hij in de jaren zestig ­ geschiedenis doceerde op de vooruitstrevende school De Werkplaats in Bilthoven, scholieren daar demonstreerden met de leus: ‘Wij willen leuke dingen doen met leuke ­mensen.’

Sindsdien is het op het hier en nu gerichte ‘ik’ alleen maar groter ­geworden. Dankzij technologie kan het zichzelf nu 24 uur per dag, zeven dagen per week uitzenden. Het heeft bovendien trucs geleerd.

Bedrijven ontdekten eerder al hoe je met mededelingen en plaatjes de aandacht van de massa trekt.

Eerst heette dat ‘reclame’, daarna ‘marketing’. En die beheerst tegenwoordig ons leven.

Ook het individu is nu een product: Linda de Mol is behalve een vrouw, ook een tijdschrift. Een gouden marketingregel is eenduidigheid. Niet twijfelen, niet nuanceren, níét onderzoeken of het omgekeerde óók waar is; één boodschap graag, en het moet er natuurlijk goed uitzien.

Als het gaat om consumptiegoederen valt die tucht te verdragen – je hóéft geen Miele – maar voor menselijke verhoudingen is zij funest.

Streven naar authenticiteit ­ontaardt erdoor in narcisme en vrijheidsdrang in terreur.

Helaas zijn universiteiten ook marketingorganisaties geworden. De decaan van University College in Utrecht, James Kennedy, zei drie jaar geleden in een interview dat de activisten van Black Lives Matter volgens hem niet geloven in een wereld zonder discriminatie omdat ze kleur­verschil juist benadrukken.

Tot mijn verbazing bracht hij deze maand een verklaring uit waarin staat dat zijn universiteit de beweging ‘volledig ondersteunt’, dat ­racisme in Nederland ‘breed geïnstitutionaliseerd’ is en dat het lesprogramma ‘gedekoloniseerd’ moet worden.

De vraag ‘Wat vind je er zelf van?’ is veranderd in: ‘Wat vinden jullie van wat ik er zelf van vind?’

De jaren zestig waren intellectueel misschien geen hoogtepunt, maar authenticiteit was wel een hoopvol streven. Door technologie en marketing is het een gedrocht geworden. 

Daniela Hooghiemstra is journalist en historicus.

Verbetering: In een eerdere versie van deze column stond dat Hermann von der Dunk geboren werd in 1918. Hij werd geboren in 1928.

Meer over