ColumnDanka Stuijver

Arts die zorg verleende aan vierhonderd ouderen verdiende geen berisping, maar een medaille

null Beeld

De zorg moet zich gaan voorbereiden op overbelasting’, waarschuwen politici en zorgbestuurders. Het is alsof ze een galopperend paard aansporen nog harder te galopperen. Buiten dat zelfs het beste paard van stal dat niet lang kan volhouden, brengt het significante risico’s met zich mee. De kans dat een paard aan bepaalde zaken voorbijgaat of, erger nog, ten val komt is logischerwijs groter wanneer het galoppeert. De cruciale vraag is: wie is verantwoordelijk voor een val in galop? Antwoord: het paard zelf.

Vorige week publiceerde het blad ­Medisch Contact een tuchtzaak tegen een specialist ouderengeneeskunde. Deze arts was in haar eentje verantwoordelijk voor de zorg voor vierhonderd ouderen verdeeld over vier woonzorglocaties. Dat is ongeveer vier keer de werkbelasting die door de beroepsvereniging verantwoord wordt geacht. Een paar maanden eerder waren haar enige twee collega-specialisten vertrokken.

Hoewel de arts meerdere malen aan de bel had getrokken bij het management en verzoeken had ingediend voor het aantrekken van nieuw personeel, vond zij geen gehoor. Na vijf maanden verliet zij de organisatie. In de tussentijd werd een tuchtklacht tegen haar ingediend door een familielid van een overleden bewoonster. Uit het onderzoek van het medisch tuchtcollege kwam naar voren dat de kwaliteit van de door de specialist ouderengeneeskunde geleverde zorg ondermaats was. Hoewel het tuchtcollege ook besefte dat dit voor een groot deel te wijten was aan de extreme werkdruk en zorgzwaarte, kreeg de arts een berisping. ‘Want’, zo verklaarde het tuchtcollege, ‘het is de verantwoordelijkheid van een zorgverlener niet te werken in een omgeving waarin geen verantwoorde zorg kan worden geboden.’

Nekharen overeind

Toen ik dat las, gingen mijn nekharen overeind staan. Hoe kan het dat als een zorgverlener haar stinkende best doet in een onderbemande situatie voor patiënten te zorgen, maar de zorg kwantitatief of kwalitatief ondermaats is, dit háár wordt aangerekend? En niet het management, waartegen zij haar zorgen heeft geuit? Of de collega-specialisten die twee maanden daarvoor de toko verlieten? Had zij de vierhonderd ouderen dan maar helemaal moeten laten stikken?

Abandon sinking ship adviseert het tuchtcollege midden in een zorginfarct. Alsof je de kapitein van een schip adviseert van boord te gaan als het schip water maakt, want alleen als hij aan boord is als het schip ten onder gaat, kan hem dat tuchtrechtelijk worden verweten. Terwijl ‘van boord gaan’ indruist tegen de voor artsen opgestelde gedragsregels. Daarin staat dat je verplicht bent in een noodsituatie hulp te verlenen. Of vinden we vierhonderd kwetsbare ouderen zonder fatsoenlijke medische zorg geen noodsituatie?

Door dergelijke uitspraken van het tuchtcollege voel ik mij als zorgverlener ‘vogelvrij’ verklaard. Beter gezegd: overgeleverd aan de elementen. Elementen die ik niet kan beïnvloeden, maar die wel de kwaliteit van mijn werk beïnvloeden. Het maakt dat ik nog minder trek krijg in een dienst op een onderbezette huisartsenpost waar menig zorgverlener door de werkdruk aan zichzelf, maar ook aan zieke patiënten voorbij galoppeert. Onvergeeflijk als je werkt in een branche waar fouten maken niet menselijk is.

Ik snap dat het voor een tuchtcollege een moeilijke kwestie is. Als een hoge werkdruk een legitiem excuus wordt voor het niet of slecht uitvoeren van zorgtaken, belanden we op een glijdende schaal. Door zorgprofessionals maatregelen op te leggen, hoopt het tuchtcollege wellicht dat zij niet gaan werken op bepaalde plekken, waardoor het management aldaar wordt gedwongen de zaakjes op orde te brengen.

Theorie en realiteit

In theorie dan. De realiteit is dat we ons midden in een daverend zorginfarct bevinden. Waarbij, schat ik, driekwart van de zorgprofessionals onder een dusdanig hoge druk werkt, dat verantwoorde zorg bieden nauwelijks haalbaar is of kan worden verwacht. Zowel het tuchtcollege als de Nederlandse zorggebruiker lijkt daarvan nog onvoldoende doordrongen.

Is de specialist ouderenzorg in deze casus tekortgeschoten? Waarschijnlijk. Maar moet dat haar worden aangerekend? Dat is de vraag. Het feit is dat zij er stónd. In haar eentje. Een galopperend paard, ‘opgezadeld’ met vier keer de zorglast dan volgens de richtlijnen verantwoord is. Zij nam als enige de verantwoordelijkheid voor vierhonderd kwetsbare ouderen. Daarvoor verdient zij in mijn optiek geen berisping, maar een fucking medaille.

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over