ColumnThomas van der Meer

Als ze competitie ruikt, spert ze haar ogen open en gaat ervoor

thomas van der meer artikel Beeld de volkskrant
thomas van der meer artikelBeeld de volkskrant
Thomas Van Der Meer

Ik sta aan het bed van mevrouw Trip (94). Ze is halfnaakt – ik heb haar net uit haar nachthemd geholpen – als de deur van de kamer openzwaait en mijn collega binnenstapt. Ze drukt op de lichtknop waarmee een felle spot boven het bed aangaat. Mevrouw Trip knijpt haar ogen dicht.

‘Heb jij hier verstand van?’, vraagt mijn collega, en ze houdt me haar iPad voor. Met haar wijsvinger swipet ze heen en weer en drukt op een paar toetsen, maar het scherm reageert niet. ‘Hij zit vast ofzo.’

De deur heeft ze open laten staan. Op de gang schuifelt meneer Veenstra (84) langs met zijn rollator en werpt een nieuwsgierige blik naar binnen.

‘Doe de deur dicht’, zeg ik. ‘Je moet hier niet zomaar naar binnen banjeren. We zijn bezig.’

Mijn collega kijkt naar mevrouw Trip. ‘O, dat vindt ze niet erg, hoor.’

Dat is waar. Mevrouw Trip weet wel dat ze half naakt is en begrijpt ook dat ik haar ga wassen, maar meer context kan ze de situatie niet geven. Dat komt door haar alzheimer.

‘Daar gaat het niet om’, zeg ik.

Mijn collega kijkt me vragend aan. Nu is het de bedoeling dat ik vertel waar het wél om gaat. Ik weet niet hoe ik dat moet uitleggen. Ik zou iets kunnen zeggen over privacy en waardigheid, maar dat dekt de lading niet. Wat ik wil zeggen, schiet me ’s nachts pas te binnen, als ik in bed lig te prakkiseren. Of morgenochtend onder de douche.

Ik kijk mevrouw Trip hulpeloos aan. Mevrouw Trip gaapt.

Tijdens het wassen en aankleden houdt ze haar blik gericht op twee foto’s boven haar bed. Op de ene foto staan haar vier kinderen en de andere is een portret van haar man. Hij had een hoekig, mannelijk gezicht. Als je vroeger tegen haar zei dat ze een knappe man had, antwoordde ze altijd: ‘Hij was vooral heel slim.’ Nu zegt ze dat al heel lang niet meer; ze zegt steeds minder.

Wat mevrouw Trip nog wel of niet meer kan, is een ambivalent en complex verhaal. Ze kan niet goed meer bewegen: ze kan zich niet omdraaien in bed, niet staan en heeft een speciale rolstoel omdat ze anders niet recht kan blijven zitten. Maar ze heeft bliksemsnelle reflexen – als je haar een bal toewerpt, vangt ze die – en een sterk gevoel voor richting. Ze is onze beste sporter. Vanmiddag is het sjoeltoernooi en je zou het misschien niet zeggen nu ik haar met een takelwagentje in de rolstoel laat zakken, maar mevrouw Trip geldt als grote kanshebber op een podiumplek.

Bovendien beschikt ze over een winnaarsmentaliteit. Als ze competitie ruikt, spert ze haar ogen open en gaat ervoor. Ze heeft in het onderwijs gewerkt: vroeger liep ze iedereen hier de hele dag te verbeteren.

In de huiskamer zitten de andere dames al aan het ontbijt. Ze zijn in gesprek over het krijgen van kinderen en wat daarvoor de beste leeftijd is. Niet te jong en zeker niet te oud. Zuster Gertrudis (95) heeft geen ervaring met het krijgen van kinderen, ze bracht haar hele leven in het klooster door, maar voert niettemin het hoogste woord. ‘De vaders zijn tegenwoordig ook veel te oud’, zegt ze. ‘Die beginnen telkens een nieuw gezin bij een ander, die krijgen op hun 50ste nog een kind.’

‘Werkelijk?’, vraagt mevrouw Peperkamp (83). Ze schiet in de lach. ‘Vaders van 50? Hoe is het mogelijk. Wie wil er met zo’n oude man naar bed?’

‘Mijn hemel’, zegt mevrouw Van der Kaaij (85), en ze slaat schaterend haar hand voor de mond. ‘Ik niet!’

Ik parkeer mevrouw Trip aan tafel. ‘Hoe oud was u toen u uw eerste kind kreeg?’, vraag ik.

De dames kijken verstoord naar ons. ‘Stel die vrouw niet zulke moeilijke vragen’, zegt mevrouw Peperkamp.

Mevrouw Trip richt zich op in de rolstoel. ‘Ik was 28’, zegt ze met haar dunne, hese stemmetje.

Ik kijk de dames triomfantelijk aan.

Aan het eind van de middag kom ik mevrouw Trip tegen op de gang, mijn collega brengt haar naar haar kamer. Het sjoeltoernooi is voorbij. Op het blad van haar rolstoel staat de wisselbeker. Als ze het toernooi nog één keer wint, mag ze hem houden.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. Hij schrijft elke week een wisselcolumn met Arie Elshout. De namen in deze column zijn gefingeerd.