commentaar

Als Rutte dit kabinet echt wil, kan hij Kaag niet nogmaals laten verliezen

De doorstart van Rutte III ligt nu veel minder voor de hand dan op 17 maart. D66 heeft veel te bewijzen.

Sigrid Kaag en Rob Jetten donderdag in Den Haag. De D66-leider en haar fractie hebben ingestemd met het begin van formatie-onderhandelingen met VVD, CDA en ChristenUnie. Beeld Arie Kievit
Sigrid Kaag en Rob Jetten donderdag in Den Haag. De D66-leider en haar fractie hebben ingestemd met het begin van formatie-onderhandelingen met VVD, CDA en ChristenUnie.Beeld Arie Kievit

D66 ging niet door de beste week van zijn toch al hobbelige partijgeschiedenis. Hoon daalt neer over partijleider Kaag nu ze toch doet wat ze zo lang per se niet wilde: praten met Gert-Jan Segers. Uit fase 1 van deze oneindige formatie is ze niet als winnaar tevoorschijn gekomen.

Niet al die hoon is gerechtvaardigd. Kaag is zeker schuldig aan de impasse die het landsbestuur in de greep heeft gekregen, maar niet meer dan Mark Rutte, Wopke Hoekstra en, niet te vergeten, al die partijen die sowieso al maanden doen alsof zij hun kiezers in de oppositie beter kunnen bedienen dan met eigen ministers in de Trêveszaal.

Kaag is nu de vrouw die de patstelling doorbreekt. Dat zal haar door haar politieke concurrenten nog lang worden nagedragen als een teken van politieke zwakte, maar het kan net zo goed gelden als een bewijs van volwassen ­gedrag: eindelijk iemand die zich realiseert dat ze niet ­bezig is aan een verkiezingscampagne maar aan een kabinetsformatie.

Het is wel zonneklaar dat Kaag nu een grote verantwoordelijkheid op zich laadt. Want een doorstart van het vorige kabinet lag op de avond van de verkiezingen misschien nog wel voor de hand, maar inmiddels verkeert die ploeg al maanden in een zorgelijke staat van ontbinding. Informateur Remkes denkt aan een nieuwe start met nieuwe mensen, nieuwe plannen, nieuw politiek elan en een geheel nieuwe bestuurscultuur, maar het valt niet mee om daar een helder beeld bij te krijgen.

Meer dan de andere drie coa­litiepartijen was D66 bovendien klaar met Rutte III, ook al voordat het in januari viel over de toeslagenaffaire. Het achter­blijvende klimaatbeleid, de ­lethargie in het stikstofbeleid, de aarzelende houding in Brussel, het terughoudende asiel­beleid, de achterblijvende investeringen in het onderwijs: het ­begon de Democraten behoorlijk tegen de borst te stuiten. De kritiek op Ruttes leiderschapsstijl dateert ook al uit de jaren van partijleider Pechtold. Er ­waren, kortom, ook heus wel wat inhoudelijke redenen om al in de verkiezingscampagne aan te sturen op een andere regeringscoalitie.

Na de verkiezingsoverwinning van 17 maart stond er dan ook meteen al veel op het spel voor Kaag. Inmiddels is de druk bijna niet meer te overzien. Niet alleen haar eigen achterban, maar het hele progressieve deel van de Kamer kijkt over haar schouders mee: lukt het Kaag om nieuw ­leven te blazen in het uitgebluste Rutte III?

Zelf noemt ze het onderwijs, het klimaatbeleid en de ­Europese koers met name. Maar ze komt er ook niet zonder serieuze sanering van de veehouderij, zonder modernisering van de arbeidsmarkt en zonder zichtbare pogingen om het nieuwe kabinet eerlijker en transparanter te maken in het contact met de Kamer. En is het voorstelbaar dat D66 weer vier jaar stilstand accepteert in het onderzoek naar embryo’s, rond de bedenktijd voor abortus en rond de modernisering van de vrijheid van onderwijs, die nu door sommige scholen toch echt wordt misbruikt om te discrimineren?

Nog niet vaak begon een partij met zoveel ballast aan formatieonderhandelingen, maar dat legt niet alleen een zware verplichting bij D66. Als Mark Rutte zijn premierschap echt wil redden, zal hij nu moeten laten zien dat hij begrijpt dat Kaag in deze formatie niet ook de tweede slag kan verliezen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over