ColumnSheila Sitalsing

Als om zijn impotentie te demonstreren, zegde de G7 een fooi toe voor ‘de bestrijding van de Amazonebranden’

null Beeld

In de Noordelijke uitlopers van het Amazonegebied stond ik vorige week nog oog in oog met de vooruitgang. Vooruitgang, zo hebben ook de mensen die daar wonen geleerd van de reclame op televisie en de films uit Hollywood, is dingen kunnen kopen. Dingen koop je met geld.

Het geld hangt daar aan de bomen; je hoeft ze enkel om te kappen en tegen marktconforme vergoeding de basralocus, zwarte kabbes en purperhart – amazonehout is waarlijk prachtig hout – naar verre buitenlanden te vervoeren. Het geld zit er in de grond; je hoeft er enkel als porknokker, zoals de zzp’ers in de goudwinning in Suriname heten, met kwik in de weer te gaan om het goud uit de modder te peuteren. De goudprijs gaat als een dolle.

Als je dus vanuit Paramaribo in een rechte lijn naar het zuiden reist, de rijkdommen van de Amazone tegemoet, kun je zien wat vooruitgang teweeg brengt: leegte waar onlangs nog bomen stonden, adviezen om geen riviervis te eten want je weet maar nooit waar het kwik zich ophoopt. O, en opengekapte terreinen langs de rivier om plaats te maken voor ecotoerisme uit Europa, de tak van reizen waarvoor wegen worden aangelegd, bomen worden gerooid en vliegtuigen worden ingezet opdat de beoefenaars comfortabel van de natuur kunnen genieten.

Men hoeft kortom niet door te reizen naar het Braziliaanse deel van de Amazone om te zien wat ontbossing doet met een land. Naast verwoesting en ontreddering levert het degenen die over de grootste handigheid, de mooiste politieke connecties en de minste scrupules beschikken geld op. Buitenlands geld, harde valuta, geld waar je iets mee kunt in de wereld, niet dat monopoliegeld waarmee binnenslands betaald wordt.

Zo bezien zijn er begrijpelijkerwijs niet altijd evenveel prikkels onder regeringen in het Amazonegebied om een regenwoud in stand te houden ter compensatie van de CO2-uitstoot van mensen elders op de wereld. Mensen uit het decadent-rijke Westen dat eerst de eigen gebieden heeft volgeplempt met asfalt en koeienstallen en industrie, vervolgens geen maat wist te houden met de eigen CO2-uitstoot en met de vraag naar tropisch hardhout, en nu aan het janken is geslagen over de dreigende teloorgang van ‘de longen van de wereld’.

Hier in Nederland circuleert een petitie tegen ‘de vernietiging van het Amazonewoud’ las ik bij terugkeer uit Suriname. En een oproep aan de Nederlandse regering én aan de EU (toe maar) om geen handtekening te zetten onder een nieuw handelsverdrag met Brazilië, omdat het te weinig tegen ontbossing onderneemt.

Zullen ze van schrikken in Brazilië, zo’n petitie uit Holland. De belangrijkste handelspartner én grootste buitenlandse investeerder is daar al geruime tijd China. Net zoals Suriname, Peru, Venezuela en andere landen die stukjes Amazonegebied herbergen al jaren opgewekt zaken doen met de Chinezen en hun goud en hout met scheepsladingen tegelijk naar Peking sturen in ruil voor mooie asfaltwegen, spoorlijnen en havens. Terwijl de Europese Unie met zichzelf bezig was, en de G7 verviel ‘van een geopolitieke hoofdrolspeler tot een therapeutisch geval’ (Arie Elshout afgelopen week in de Volkskrant), kocht China de voormalige derde wereld op, Latijns-Amerika incluis.

Als om zijn impotentie en overbodigheid te demonstreren, zegde de G7 gisteren 20 miljoen dollar toe voor ‘de bestrijding van de Amazonebranden’. Een fooi ter omvang van zo’n 20 procent van het bedrag dat door donateurs is toegezegd voor de herbouw van de Notre-Dame.

Meer over