ColumnSheila Sitalsing

Als KLM weer eens in de problemen is, is het redden zus en redden zo. Dat moet stoppen

null Beeld
Sheila Sitalsing

Corendon gaat deze zomer vanaf Münster, Düsseldorf en Keulen vliegen om de misère op Schiphol te ontwijken. TUI en Transavia wijken dit weekend alvast uit naar Rotterdam, en Daniel Koerhuis – onthoud die naam, dat wordt een heel grote in VVD-contreien – wil vliegen, vliegen, vliegen vanaf Lelystad.

Welkom bij de strijd in de achterhoede. Waar vliegen voor een handvol tientjes een privilege is waarvoor alles moet wijken. Waar ruimtegebrek, personeelsuitbuiting, een imploderend Schiphol, passagiersrijen tot op straat, en zorgen om een opwarmende aarde (ja, al die dingen gaan gewoon door, ook in tijden van oorlog) ondergeschikt zijn aan stoelriemen vast en low-level lighting will guide you to an exit.

In De blauwe fabel, het boek dat Ties Joosten, klimaatjournalist bij Follow the Money, schreef over honderd jaar KLM, valt te lezen hoe in dit land voor de KLM altijd ergens een potje met geld is. Zeg gerust: pot. Economische crisis, managementproblemen, corona: geen gedoe zo groot of de overheid staat klaar met miljarden om KLM ‘te redden’.

‘Redden’ is een woord dat je zelden hoort in verband met overheidsuitgaven – wanneer er mensen gered moeten worden, is het moeilijk-moeilijk en heet het dat de overheid geen geluksmachine is en gaat het over ‘uitkeringen’ en ‘kosten’ – maar als KLM weer eens in de problemen is, is het redden zus en redden zo. Dat redden gaat gepaard met grote woorden: nationale trots, motor van de economie, essentieel voor Schiphol, banenmachine, hubfunctie.

Van die metafoor Schiphol-banenmachine klopt weinig, zegt Joosten. Daarbij wordt creatief gerekend en telt zelfs de bedrijvigheid op de Wallen mee. Maar zeg ‘hubfunctie’ en iedereen gaat plechtig knikken. Hubfunctie, dat zijn wij, logistieke experts in hart en ziel, heersers over zeeën en luchtruimen, baas van alles wat er te vervoeren valt, van olie uit despotische landen en dozen vol Chinese meuk tot 240 opeengepakte toeristen met bestemming Albufeira. Niet voor niets was ’s lands eerste multinational een onderneming die met schepen de wereldzeeën over trok om mensen en spullen van hot naar her te slepen. Nog altijd is Nederland transportland, met Schiphol als essentiële infrastructuur en KLM als hoofdschakel.

Het leidt tot gekkigheid. Tot het uitknijpen van personeel onder aan de voedselketen op en rond luchthaven in een wedloop naar de bodem van de arbeidsmarkt, want dat is nodig in verband met het behoud van de hubfunctie. Tot wonderlijke uitzonderingsposities als er stikstofdepositie berekend moet worden. Tot belastingvoordelen: in het Financieele Dagblad rekent Partij van de Dieren-Kamerlid Lammert van Raan voor dat het feit dat er op kerosine geen accijns wordt geheven neerkomt op een voordeel voor de luchtvaart op alle Nederlandse vliegvelden samen van 3 miljard euro per jaar.

Dat gaat stoppen. Omdat het niet anders kan. Rotterdam is niet van elastiek, extra heffingen op de luchtvaart kunnen niet langer uitblijven, en van vliegen, vliegen, vliegen vanaf Lelystad zal het niet komen. Omdat de beschaving voortschrijdt, het klimaatalarm nog altijd loeit, en het inzicht indaalt dat je toeristen soms moet willen tegenhouden, desnoods met een draaihek op de toegangswegen tot Venetië of de Wallen. Een vliegticket zal duurder worden, schaarser, luxer, vaker ingeruild worden voor een treinticket wellicht. Daar helpt geen Schiphol- of KLM-lobby meer tegen.

Meer over