ColumnMarian Donner

Als jonge meisjes maar hard genoeg werken en nooit opgeven, is volgens May alles mogelijk. In werkelijkheid is dat natuurlijk een leugen

null Beeld

Zelfs als alles mislukt kun je als vrouw tenminste nog zeggen dat je een inspiratiebron bent voor jonge meisjes en daarmee dus een boegbeeld van feminisme. Of zoals Theresa May het woensdag in haar afscheidsspeech verwoordde: ‘This is a country of aspiration and opportunity and I hope that every young girl who has seen a woman prime minister now knows there are no limits to what they can achieve.’

Omdat May de top heeft bereikt weten jonge meisjes nu dat ook zij het kunnen halen. Als ze maar hard genoeg werken en nooit opgeven, is alles mogelijk. Volgens May dan. Want in werkelijkheid is het natuurlijk een leugen.

Dit is een vrouw die altijd al tot de elite behoorde. Een vrouw die studeerde aan Oxford (waar ze onder meer vriendschap sloot met Benazir Bhutto, de latere premier van Pakistan), ging werken voor de Bank of England en uiteindelijk niet door het volk werd gekozen, maar door 149.000 leden van haar partij zonder dat er een tegenstander was (die had eerder opgegeven). Destijds nam ze het stokje over van David Cameron, eveneens oud-student van Oxford. En nu geeft ze dat stokje weer door aan de volgende Oxford-alumnus, Boris Johnson, een goede vriend van Cameron: ze kennen elkaar nog van het prestigieuze Eton college en zaten tijdens hun studie samen in de zogeheten Bullington Club waarvan bijna alle oud-leden nu voor banken of investeringsbedrijven werken.

De les die jonge meisjes vooral van May kunnen trekken is dat je niets bereikt zonder de juiste achtergrond.

Grappig genoeg is dat ook precies de boodschap die te lezen viel in het toekomstverhaal dat Jan Terlouw onlangs schreef voor deze krant. Hoofdpersoon hierin is Elisabeth, de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten, die goede vriendinnen is met Helga, de Duitse voorzitter van de Europese Commissie, en Wei Wei, de machthebber in China. Elisabeth kent allebei nog van vroeger, met Wei Wei studeerde ze aan, jawel, Oxford. Gedrieën, als een heuse rebellenclub, breken ze uiteindelijk de macht van oliebaronnen en het grootkapitaal en redden zo de wereld.

‘De komende maanden zullen er studies verschijnen over de vraag of het wat heeft uitgemaakt dat het vrouwen zijn die de besluiten hebben genomen’, laat Terlouw zijn protagoniste na afloop mijmeren. Zelf weet ze het niet, maar ik meen hier het antwoord wel te kunnen geven: nee, absoluut niet. Het probleem is namelijk dat Elisabeth en haar vriendinnen deze besluiten in werkelijkheid nooit zouden nemen aangezien hun inner circle bestaat uit oliebaronnen en bankiers die allemaal ook op Oxford of vergelijkbare universiteiten hebben gezeten.

De uitspraak van May, het verhaal van Terlouw: ze laten feilloos zien wat Noam Chomsky necessary illusions noemt. Illusies die het volk gevoerd krijgt zodat de werkelijke macht verborgen blijft. Want nee, jonge meisjes, of jongetjes, kunnen niet alles bereiken wat ze willen, niet zonder de juiste achtergrond, opleiding en connecties tenminste. Door te doen alsof het uitmaakt dat een vrouw de baas is, hebben May en Terlouw misschien het idee dat ze een vuist heffen voor het feminisme, maar dat is dan wel een vuist die miljoenen kansarme vrouwen neerslaat omdat het grootste probleem onbenoemd blijft, namelijk dat de wereld nog steeds geregeerd wordt door een old boys network (m/v) van ons kent ons.

Meer over