ColumnMax Pam

Als ik mijn bronnen aan het hof mag geloven, is dit hoe het gesprek tussen de koning en premier Rutte verliep

Het was al donker toen het busje, dat Willem-Alexander en zijn gezin terugbracht na een korte vakantie in Griekenland, het grind deed knarsen op de oprijlaan van Huis ten Bosch. De fotograaf in de bosjes maakte er een foto van die hem zo deed denken aan de foto van Mohammed B. die naar de bunker in Amsterdam werd gereden dat hij nog even had getwijfeld of hij hem wel kon aanbieden aan de kranten. Het busje droeg in dit nachtelijk uur geen koninklijke standaard, maar zodra de hekken waren gesloten, werd de vlag gehesen en wapperde de driekleur aan de mast, die als een antenne hoog uitsteeg boven het koninklijk woonpaleis.

In bedrukte stemming werden de koffers uitgeladen. Koningin Máxima verdween onmiddellijk naar haar boudoir, terwijl ook de jongste prinses met een zuur gezichtje haar vertrek opzocht. De koning haastte zich naar zijn werkkamer in de Wassenaarse vleugel. Daar ging hij niet aan zijn bureau zitten, maar in een van de monumentale clubfauteuils. Toen rinkelde hij met de bel, die naast hem op het rococo-tafeltje stond. De minister-president werd binnengelaten en de koning wees naar de andere clubfauteuil.

Even later zaten de twee mannen tegenover elkaar, zwijgend en chagrijnig. Dankzij mijn contacten aan het hof ben ik nu in staat enige passages van het gesprek te publiceren. Overbodig te zeggen dat ik reken op de discretie van de lezer. De koning nam als eerste het woord.

‘Ik mag toch aannemen dat je de vliegtuigspotter die ons heeft verlinkt onmiddellijk in de gevangenis hebt gegooid.’

‘Daar wil het OM niet aan, majesteit.’

‘En ik had nog zo gezegd dat ons regeringsvliegtuig onherkenbaar moest worden gemaakt.’

‘Dat is ook gebeurd, majesteit. Maar er zijn internationale reglementen die het verbieden om helemaal onzichtbaar te zijn. Anders bestaat het gevaar dat u als een Ufo uit de lucht wordt geschoten.’

‘En dan die lijnvlucht terug. Dat eten aan boord! Kartonnen broodjes kaas, het moest er nog bijkomen dat wij daarvoor hadden moeten betalen.’

‘U reisde eersteklas. We hebben eerst alle andere passagiers laten instappen en toen zijn de tussengordijnen dichtgetrokken, om daarna met de lichten uit te vertrekken. Bij aankomst mochten de passagiers er pas weer uit toen uw gezin al in de auto zat. Niemand heeft er iets van gezien, majesteit.’

‘Majesteit, majesteit… We zouden toch tutoyeren, we zijn toch vrienden?’

‘Niet vanavond, majesteit. Maar mag ik vragen: waarom bent u vertrokken, zonder de regering op de hoogte stellen?’

‘Kom op, man! We willen je toch niet voor elk wissewasje lastigvallen. Hoe vaak vliegen we niet naar Griekenland en Argentinië? Ik wil van jou toch ook niet weten wat jij gisteravond deed? Wij dachten bovendien dat je in deze coronatijd wel iets anders aan je hoofd had.’

‘U moet zoiets altijd aanmelden, majesteit. Achteraf mag ik nog blij zijn dat ik in Brussel zat voor onderhandelingen, want anders had niet Hugo de Jonge maar ikzelf voor lul gestaan op die persconferentie. Maar nu: hoe gaan wij dit oplossen?’

‘Je hebt de media toch de schuld gegeven voor al die ophef? Heel goed, dat lijkt me voldoende.’

‘Dat is niet voldoende majesteit. In ons staatbestel is de koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk.’

‘Alsof ik dat niet weet! Ik heb nog privéles gekregen van die ouwe prof. Wesseling, die hamerde daar elke dag op. Ik kan doen en laten wat ik wil en de ministers draaien daarvoor op. Dus ik begrijp echt niet waarom je me hebt laten terugkomen.’

‘Het volk mort, majesteit.’

‘Ja, omdat jij die vliegtuigspotter niet op tijd hebt onderschept. Anders had niemand er iets van geweten. Nu zit ik weer met drie van die pubermeiden opgeprikt in deze paleistoko, terwijl we heerlijk in de zon hadden kunnen badderen. Wie misgunt ons dat? Niemand. Je bent toch koning, of je bent het niet?’

‘Zeker, majesteit, maar ook dat laat de vraag onverlet: hoe lossen wij dit op?’

‘Nou, dat lijkt mij toch volkomen duidelijk. Jij gaat bij het ochtendkrieken naar de pers en de politiek. Jij zegt dat je alles wist en dat je een grove inschattingsfout hebt gemaakt. Je trekt het boetekleed aan en je neemt als verantwoordelijke alle schuld op je.’

‘Dus ik moet liegen dat ik alles geweten heb?’

‘Dat is geen liegen, dat heet een constitutionele crisis bezweren. Mark, hoelang ben je nu premier? Tien jaar? Je moet nog veel leren.’

Meer over