COLUMNDaniela Hooghiemstra

Als iemand de Willem I-prijs moet krijgen, is het prins Bernhard jr.

null Beeld

De wereld kent winners en losers en dat geldt zeker als het gaat om de uitreiking van prijzen. Sommige mensen winnen er een heleboel, andere nooit een. Ooit werd mijn biografie van Kees Boeke genomineerd voor de Erik Hazelhoff Roelfzema Biografieprijs. Dat was een vernederende ervaring, aangezien ik de prijs niet alleen niet won, maar juryvoorzitter Paul Schnabel zijn praatje over de school van Kees Boeke aanwendde voor een waarschuwing aan het publiek: ‘Stuur uw kinderen nóóit naar die school!’

Ik hoop zoiets niet nog eens mee te hoeven maken en gezien bovengenoemd geloof in predestinatie ben ik er gerust op dat het ook niet meer zal gebeuren. Toch stel ik me voor dat het heerlijk moet zijn om een prijs te winnen. Het is waarschijnlijk net alsof je door God wordt aangewezen, en dan ook nog eens voor het oog van het hele land of zelfs de wereld. De prijzen dragen ook vaak de naam van onsterfelijk geworden personen, zoals Alfred Nobel, Constantijn Huygens, Joseph Pulitzer of Thomas Edison, en daarmee mag je je als aardse krabbelaar dan voor altijd mee associëren.

Toch vroeg ik me in dit verband af hoe John van Hoof, de voorzitter van de raad van bestuur van schoonmaakbedrijf CSU zich vorige maand gevoeld moet hebben, toen koningin Máxima aan hem de ‘Koning Willem I-prijs’ voor het grootbedrijf uitreikte. Willem I? Was dat niet de oprichter van het Amortisatiesyndicaat? Ik besloot de mooie biografie van historicus Jeroen Koch er nog eens op na te slaan. Als kind was Willem al ‘in de ban van geld’, las ik. De koning was een ‘dienaar van Mammon’ en het feit dat zijn portret op de gulden prijkte, moet voor hem ‘van existentiële betekenis’ geweest zijn, aldus Koch.

In 1822 lukte het Willem de Tweede Kamer akkoord te laten gaan met de instelling van een staatskas, die iedere vorm van controle door de Kamer uitschakelde, zodat hij almacht verwierf over de staatsfinanciën. Goklust, speculatie en gesjoemel met boekhouding kregen vrij spel, met daarin een hoofdrol voor de koning, die grootaandeelhouder was van talloze Nederlandse ondernemingen.

Omdat parlementair toezicht ontbrak, raakte het onderscheid tussen privé- en staatsfinanciën zoek, wat in de praktijk betekende dat de winsten naar de koning vloeiden en de verliezen naar de staatskas. Pas toen het syndicaat in 1840 werd opgedoekt, werd de schade zichtbaar. Het land bleek op de rand van een faillissement te verkeren, terwijl de koning, tientallen miljoenen rijker, naar Duitsland vertrokken was.

Ik ken de winnaar van de Koning Willem I-prijs niet, maar ben nu wel nieuwsgierig naar hem geworden. Al moet je natuurlijk waken voor wat je tegenwoordig ‘guilt by association’ noemt. Ik weet dat ondernemers de laatste tijd in een kwaad daglicht staan. De jongeren van de SP staan te trappelen om hen, al dan niet gewapenderhand, te onteigenen. Maar de meesten houden er géén valse boekhoudingen op na, investeren niet roekeloos en schuiven schulden niet heimelijk op anderen. De meeste ondernemers kosten de staat geen geld doordat zij belasting van anderen aan zichzelf uitkeren, zoals Willem I, maar leveren de staat juist geld op, doordat een deel van het geld dat zij verdienen via de belastingen aan anderen wordt uitgekeerd.

Je had de ‘Oscar voor het bedrijfsleven’, zoals de prijs wordt aangeduid, ook kunnen noemen naar de filantropische handelsman Christiaan Pieter van Eeghen, selfmade-ondernemers als Albert Heijn en Freddy Heineken of ingenieuze avonturiers als Anton Philips en Anthony Fokker. Kennelijk wilde de stichting een boegbeeld dat geen risico nam, maximaal profiteerde en de samenleving op kosten joeg.

Mocht John van Hoof de prijs bij nader inzien terug willen geven, dan weet ik misschien iemand anders. Prins Bernhard jr., de achter-, achter-, achterkleinzoon van Willem I, profiteert als bezitter van 590 panden op nogal extreme wijze van onbelaste huurinkomsten. Daarom heeft de PvdA een voorgestelde heffing op huurinkomsten ‘de Prins Bernhard-belasting’ genoemd. Ik heb begrepen dat hij daar boos over was, maar een koninklijke onderscheiding kan het leed misschien verzachten.

Daniela Hooghiemstra is journalist en historicus.

Meer over