ColumnErdal Balci

Als het om de slavernij in onze eigen tijd gaat blijft het stil in Nederland

Het nieuws over de Oeigoerse slaven bereikte Nederland in een tijd van hevige discussies, messcherpe analyses en debatten over het eigen slavernijverleden. Meer dan 180 mensenrechtenorganisaties slaakten gisteren een noodkreet over het lot van de Turkse minderheid in China. Ze laten weten dat 20 procent van alle kleding in de wereld door een miljoen tot slaaf gemaakte Oeigoeren in Chinese werk- en heropvoedingskampen wordt gemaakt. Als het om de slavernij in onze eigen tijd gaat blijft het stil in Nederland. Aangezien tot op de dag van vandaag geen beter middel is ontwikkeld tegen hypocrisie dan de fantasie, het volgende verslag van de gebeurtenissen:

Nadat de grote coalitie van de mensenrechtenorganisaties melding had gemaakt van assimilatie, martelingen, gedwongen scheiding van mannen en vrouwen en grootschalige sterilisatie van de vrouwen onder Oeigoeren, ging het los in Nederland. Landgenoten, die zich zo schuldig voelden over de slavernijpraktijken uit de 17de, 18de eeuw dat ze bereid leken om over herstelbetalingen aan de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten te praten, hadden nu weet van de verschrikkingen van slavernij in hun eigen tijd en kwamen spontaan bij elkaar onder het dak #wijzijn­oeigoeren. Er werd een demonstratie aangekondigd, het werd al snel duidelijk dat het druk ging worden.

Voor geen goud wilde ik dit historische protest missen. Maar toen belde een vriend: ‘Wil je dat echt wel doen? Jij hebt toch laatst het volgende getweet? De beste uitvinding van deze eeuw is wel het ‘veilige’ activisme: we bevrijden nu de slaven en de onderdrukten van driehonderd jaar geleden en de slaven en de onderdrukten van onze eigen tijd worden over een paar eeuwen door onze achterachterkleinkinderen bevrijd. Ten onrechte heb je dus de spot gedreven met de goede mensen van dit land. Wat als iemand jou daar herkent? De nobele burgers van Nederland zijn al zo boos over de massale slavernij in China. Ik ben bang dat ze hun frustraties op jou afreageren.’

Ik deed een pruik op, plakte een snor onder mijn neus, nam de trein naar Amsterdam en werd daar onthaald door de walm van de furie. Ik begaf me tussen de massa en besefte dat eerlijke woede niet verward moet worden met blinde hysterie.

De eerlijke woede had een bewustzijn en liet ruimte over voor het systematische handelen. Zoals bij de studenten van de UvA het geval was. Die kookten van woede, maar liepen wel zeer gedisciplineerd vooraan om de 1,5 miljoen demonstranten via de meest perfecte route langs alle foute historische figuren te leiden. Peter Stuyvesant, Jan Pieterszoon Coen, Witte de With en Michiel de Ruyter versteenden meer dan ooit door de grootsheid van de massale boosheid. Onrecht en onderdrukking leken voor de verandering het onderspit te delven op deze mooie dag.

Het ging dus eindelijk niet meer alleen over de slaven van weleer, maar over het Chinese juk van nu. De grote massa in Amsterdam was vastbesloten om niet in de val van het collectieve verdriet te vallen omdat verdriet op den duur dooft en omarmde de lange adem van de woede.

Ik liep op een gegeven moment naast activist en rapper Akwasi en hoorde hem geëmotioneerd bellen: ‘De Oeigoeren hebben mij zodanig geraakt dat ik niet meer om het eerlijke verhaal kan. Ik wil een documentaire maken over de rol van mijn eigen Ashanti-voorouders. De donkere, vochtige kerkers van Cape Coast Castle wil ik filmen. Daar zaten de door mijn voorouders gevangen en verkochte tot slaaf gemaakten.’

Turkse Nederlanders pinkten een traantje weg voor de slaven die door hun voorouders als dieren waren gekocht en gecastreerd. Marokkaanse Nederlanders repten over het feit dat in hun heilige boek regelgeving is omtrent het houden van seksslavinnen. Over autochtone Nederlanders hoef ik het niet eens te hebben. Ieder standbeeld dat we passeerden, liet de grote woede in hen blinken.

We liepen langs de warenhuizen waar kleding werd verkocht die door de Oeigoerse minderheid in China in die concentratiekampen waren geknipt en genaaid. Noch God, noch de natuur, noch de Chinese slavenhouder kon ontsnappen aan de gloed van onze rebellie en we riepen zo hard ‘Wij zijn Oeigoeren’ dat kraaien in Beijing van overheidsgebouwen hebben moeten opstijgen.

Het was allemaal te heftig, te heet. Ik wou mijn jas uittrekken maar zag opeens dat mijn bovenlijf naakt was. Weigerden we soms iedere kledingstuk te dragen waar wellicht het zweet, het bloed van een Oeigoerse slaaf op was gedruppeld? Ik keek om mij heen en riep: ‘Hé, iedereen loopt in zijn blootje.’

Meer over