Opinie

Als een astronaut tolde ik gewichtloos en gelukzalig rond in een universum aan nieuwe mogelijkheden

null Beeld
Arie Elshout

Het was een mooi toekomstbeeld dat een techneut in Silicon Valley me nog niet eens zo lang geleden schetste. Hij voerde me mee naar een nieuwe wereld waarin alles en iedereen door internet en sensoren met elkaar verbonden is. Met als gevolg meer onderling contact, begrip en eenheid. De wereld getransformeerd tot één groot, van goede bedoelingen overlopend kringgesprek.

De man noemde het ‘maximale connectiviteit’ en als een astronaut tolde ik gewichtloos en gelukzalig rond in een oneindig universum aan nieuwe mogelijkheden. Het was allemaal positief en nuttig. Overal in de Valley klonk hetzelfde lied: de technologie gaat de mensheid verlossen van haar mankementen en tekortkomingen. Eindelijk, na 200.000 jaar moord en doodslag.

Het liep iets anders. De connectiviteit van het internet wordt ook gebruikt om mensen te bespioneren, op te lichten, zwart te maken en uit te melken, om desinformatie te verspreiden, verkiezingen te beïnvloeden, maatschappijen te polariseren, parlementen te versplinteren, essentiële voorzieningen te saboteren. ‘Alles wat aan internet verbonden is, is (...) in de basis kwetsbaar’, schreven pas twee techredacteuren van de Volkskrant.

En het is niet alleen internet. Globalisering, handel, massa-immigratie en toerisme zorgen eveneens voor connectiviteit, verbinden mensen over de hele wereld met elkaar. Het laat de wereldeconomie en welvaart groeien, levert arbeidsmigranten die voor ons het vuile werk verrichten, leert ons andere culturen kennen. Opnieuw allemaal positief en nuttig. Maar ook hier een schaduwzijde. Arbeiders zagen hun banen naar lagelonenlanden verdwijnen of overgenomen worden door goedkope immigranten. De ongelijkheid tussen verliezers en winnaars nam toe en schiep een voedingsbodem voor populisme.

Connectiviteit is dus niet alleen maar goed, stelt denktank-expert Mark Leonard in zijn boek The Age of Unpeace, ondertitel: hoe connectiviteit conflicten veroorzaakt. ‘Veel van de krachten waarvan verondersteld werd dat ze de wereld zouden verenigen, drijven ons uiteindelijk uit elkaar’, aldus Leonard, directeur van de European Council on Foreign Relations.

Dat idee had ik ook al een tijdje. Gij zult verbinden, is het gebod van deze tijd, maar samenzijn is niet altijd een lolletje. Dat begint al op het elementaire niveau van de familie. Verjaardagen zijn in potentie tijdbommen die bij elke teug alcohol aftellen naar een Festen-achtige ontploffing, waarbij het connectiviteits- en verbindingsideaal uiteenspat in duizend splinters.

Verbinden kan steken en schuren. Door de komst van migranten wordt onze westerse kijk op de wereld en geschiedenis uitgedaagd, moeten we ons openstellen voor de perspectieven van de nieuwkomers. Zo’n aanpassing is onontkoombaar en oké, maar soms wordt het me te veel. Als voor iemand met mijn profiel (zie fotootje) het openslaan van de krant voelt als het plaatsnemen in een beklaagdenbank, als ik een groepsidentiteit toegemeten krijg die zucht onder een berg erfzonden, zit ik qua verbinding aan mijn taks. Wat nu kolonialisme, slavernij, witte privileges? Mijn voorouders waren in de Brabantse en Haarlemmermeerse klei vooral aan het ploeteren voor een karig bestaan.

Ook geopolitiek is connectiviteit niet een onverdeeld genoegen. De economische banden met Rusland en China zijn nauw. Europa is in hoge mate afhankelijk van Russisch gas en Chinese fabrieksgoederen. Die verstrengeling zet een rem op het ontstaan van nieuwe koude oorlogen. Fijn. Maar tegelijkertijd geeft ze de Russische en Chinese leiders, Poetin en Xi Jinping, hendeltjes in handen waarmee ze afwisselend hard en zacht in het weke Europese vlees kunnen knijpen om te laten voelen dat ze niet al te veel gezeur willen over mensenrechten enzo. Poetin en zijn Belarussische protegé Loekasjenko hebben nu zelfs een eigen migrantenroute geopend om de Europese Unie te intimideren en te splijten.

Eens te meer blijkt dat nabijheid, connectiviteit, verbinding – via internet, globalisering, handel of migratie – inderdaad kwetsbaar maakt. Daarom proberen westerse landen weer op tal van vlakken meer afstand te creëren. Amerika verbiedt samenwerking met het Chinese telecombedrijf Huawei. De Europese Unie ambieert strategische autonomie, de vermindering van de afhankelijkheid van andere mogendheden in strategische sectoren. Nederland overweegt nieuwe kerncentrales om geen gasslaaf van Poetin te worden. En de Belarus-verbindingsweg voor migranten wil men zelfs afsluiten met een muur.

Uit dit alles blijkt: verbinding is prachtig, maar er zijn grenzen. Een beetje afstand houden is niet alleen vanwege corona verstandig.

Arie Elshout is journalist.

Meer over