LAAT HET STOPPENKatinka Polderman

Als de school dreigt met een continurooster komt er een guerrillatemperament in me naar boven

null Beeld

Niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen, nee móéten verzetten. Deze week komt Katinka Polderman met wimpels, banieren en een gebalde vuist in opstand tegen het continurooster.

Sinds een klein jaar gaat mijn oudste zoon naar de basisschool. We kozen een openbare school met een rooster ‘volgens Hoorns model’. Waarom dat model Hoorns is weet ik niet, misschien bedachten ze in Hoorn als eerste dat het een goed idee was de schoolweek op te delen in vijf dagen met een uur middagpauze en een vrije woens- en eventueel vrijdagmiddag. Of er ook een Leeuwardens of een Stramproys model is weet ik evenmin. Wat ik wel weet, is dat er ook een continurooster bestaat en dat ik daar een buitengewone hekel aan heb. Nu en dan dreigt onze school met een continurooster en dan komt er een guerrillatemperament in me naar boven, denk: wimpels en banieren, een gebalde vuist in de lucht en een sjerp van munitie dwars over de borstkas. Dat komt waarschijnlijk omdat het hier over MIJN KIND gaat, en als het over HET KIND gaat, kijken de meeste ouders niet op een uitroepteken, krachtterm of bloedbad meer of minder (zie ook: discussies over kinderfeesten).

Al is mijn woede buitenproportioneel, volgens mij heb ik toch echt een punt.

Bij een continurooster gaan kinderen elke dag van half negen tot half twee naar school, al houden sommige scholen andere tijden aan. Tussen de middag is er een korte pauze, meestal een half uurtje. In dat half uurtje eten de kinderen hun boterhammen onder begeleiding van de juf of meester, in hun klaslokaal, en spelen ze even buiten.

Niemand heeft op deze manier nog pauze: de juffen en meesters niet, die moeten immers met de kinderen eten. De kinderen niet, want een juf of meester blijft een juf of meester, een klaslokaal een klaslokaal.

Voor een kind, zeker in de onderbouwleeftijd, lijkt het me bovendien fijn om tussen de middag een uurtje thuis te zijn. Even spelen, het hart luchten als er op school onenigheid is geweest, even onpartijdig ouderlijk advies inwinnen, afstand nemen: kan allemaal niet met een continurooster.

En waarvoor gingen kinderen ook alweer naar school? O ja, om te leren. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar kinderen en leren, met verschillende uitkomsten. Maar over één ding zijn ze het eens: kinderen concentreren zich het best ’s ochtends tussen tien en twaalf en ’s middags tussen twee en half vijf. Met een continurooster gooi je die hele middag weg en houd je dus maar twee uur optimale leerconcentratie over.

Met zulke grote nadelen zou het heel logisch zijn als geen enkele school een continurooster wil. Maar meer dan de helft van de basisscholen heeft al zo’n rooster, en dat worden er alleen maar meer. Want het is zo handig voor werkende ouders.

En die ouders zeggen: ‘Als iedereen het doet, zal het zo slecht toch niet zijn.’

Nou ja. Er was een tijd dat iedereen met het hele gezin naar de arena ging om te kijken hoe brullende leeuwen mensen aan flarden reten. Iedereen rookte ooit boven wiegjes, iedereen vond slavernij geen probleem, iedereen vond vrouwen wilsonbekwaam. Iedereen zag het levend verbranden van vermeende heksen als topamusement en iedereen gebruikt ‘me’ als bezittelijk voornaamwoord.

Met een continurooster valt er niets te kiezen. Zodra een continurooster wordt ingevoerd, moeten ouders die tussen de middag thuis zijn (nog afgezien van de corononathuiswerkers zijn die er heus) mee in een contraproductief schoolrooster. En wat was er mis met de good old keuze voor overblijven? Helemaal niks. Wimpels, banieren en een gebalde vuist kunnen ze krijgen.

Meer over