COLUMNDaniela Hooghiemstra

Als de praktijk van samenleven wordt ingehaald door de theorie, verliest de mens altijd

Beeld .

Een eeuw geleden lanceerde de antroposoof Rudolf Steiner zijn theorie over mensenrassen. Volgens hem waren er vijf. In het midden had je de drie hoofdrassen: ‘wit’, ‘zwart’ en ‘geel’. Als zijtak van het ‘zwarte’ ras, was er het ‘koperrode’ ras, en als zijtak van het ‘gele’ ras, het ‘bruine’. Het ‘zwarte’ ras, dat volgens hem ‘het meest aards’ was, zou uitsterven als het naar het westen zou trekken, het ‘witte’ ras was het ‘toekomstige, meest aan geest scheppende’ ras, en het ‘gele’ ras stond ‘tussen de aarde en de al-wereld’ in. Voor Joden was in het systeem geen plaats: hun bestaan was volgens Steiner ‘een fout van de wereldgeschiedenis’.

Twintig jaar later probeerde Hitler die ‘fout’ te herstellen en aan het feit dat hem dat niet is gelukt, maar wel zes miljoen mensen vermoord werden, is te danken dat racisme tegenwoordig strafbaar is.

Rassentheorieën waarvan vóór de oorlog niemand opkeek, hoorde je daarna alleen nog in obscure kring. Op school in de jaren tachtig leerde ik dat het Jodendom geen ras was: de Neurenberger wetten waren bedacht door de nazi’s. Ook de culturele verschillen tussen volken werden liever maar niet meer benoemd.

Later kwam ik erachter dat veel ­Joden zelf wél vonden dat ze een ras waren. En dat veel migranten, die vanaf de jaren zestig naar Nederland waren gekomen, zelf níet vonden dat ze bij de Nederlandse cultuur hoorden, zoals werd gezegd.

Nadat de ‘wereldburger’, die niet in grenzen, afkomst en religie geloofde, was opgestaan, stak vanaf de jaren negentig ouderwets stamdenken de kop weer op. De behoefte om verschillen te relativeren, sloeg om in het verlangen ze te onderstrepen. De songteksten van Robert Long (‘De paus, de Kerstman, Sinterklaas, ze zijn al eeuwen lang de baas, en eeuwen lang al even dwaas’) zaten nog in mijn hoofd, toen ik mensen in mijn omgeving ineens hoorde zeggen dat ze zich ‘christelijk’ voelden.

Die omwenteling had iets bevrijdends: de ontkenning van culturen was krampachtig geworden en ­bovendien alleen weggelegd voor degenen die zich het negeren van verschil konden permitteren.

De onthullers van de kloof leken alleen net zomin uit te zijn op het praktisch overbruggen ervan als de hardnekkige ontkenners. Dat de ‘migrantenzuil’ niet overliep van enthousiasme voor de westerse cultuur, werd gesymboliseerd door de verschijning van de onliberale hoofddoek.

De ontdekking dat de eigen ­moraal niet die van anderen is, maakte – zeker na de aanslag op de Twin Towers – niet nieuwsgierig, maar wantrouwig. Eigen onderscheid werd ieders nieuwe, universele doel. Thierry Baudet werd er groot mee, net als de imam Suhayb Salam, die zijn volgelingen vorige week tijdens een verhoor van de enquêtecommissie van de Tweede Kamer liet zien hoe je dat doet: met de rechtsstaat je hoogsteigen, door God gezegende achterste afvegen.

Baudet, die zichzelf een ‘frontsoldaat’ noemt in de strijd tegen ‘homeopathische verdunning’ en ‘kwaadwillende elementen in ons maatschappelijk lichaam’, spande een rechtszaak aan nadat hij in het tv-programma Buitenhof van racisme werd beticht. Geert Wilders houdt de overheid al jaren bezig met zijn hoger beroep in een zaak waarin een rechter oordeelde dat hij discrimineerde toen hij beloofde om ‘minder Marokkanen’ te ‘regelen’.

Zo verandert de rechtszaal in een politieke arena.

Het Eindhovense D66-raadslid Mpanzu Bamenga stapte vorige week ook naar de rechter, omdat de marechaussee hem als man met gekleurde huid bij de Nederlandse grens vaker onderwerpt aan controles dan mensen met blond haar. Bij een landgrens is dat niet onlogisch, maar voor de universele rechten van het individu moet pragmatiek wijken.

De ‘non-binaire transfemme’ Olave Nduwanje meldde vorige week in een essay aan de lezers van NRC Handelsblad dat zij zich als schrijfster door hen ‘niet geïnspireerd’ voelt, omdat zij ‘witte mensen’ zijn in ‘witte huizen’ met ‘wit geld uit witte banen’.

Waarom de krant discriminatie van de eigen lezers toestaat, is raadselachtig. Er is vast een advocaat te vinden die hierover namens hen een proces wil voeren. Maar als de praktijk van samenleven wordt ingehaald door de theorie, verliest de mens altijd.

Meer over