ColumnPeter Buwalda

Als de aardkloot om het zonnetje, zo hebben hij en ik vijftig uur non-stop om de binnenstad gecirkeld

Peter buwalda artikel

Van mijn rij-instructeur heb ik geleerd koffie zwart te drinken, maar ook met melk en suiker. Maar ook met alleen melk. Of alleen met suiker. ‘Het zijn g’woon vier verschill’nde drankjes,’ legde hij me uit. ‘All’maal ev’n lekker, heur.’

Verder niks van opgestoken. Nou ja, dat je eerst moet remmen en dan pas spiegels kijken, maar dat bleek niet te kloppen. Toch? Ik heb er geen verstand van, autorijden, ondanks een les of vijftig.

Vijftig uur op elkaars lip, het was haast een huwelijk. Een vriendin van me is ontmaagd door haar rij-instructeur, ik bedoel maar. Zover kwam het bij ons niet, al was het een sympathiek kereltje. Spierwit haar, klein van stuk, en om de ingreep een grapje uit de Donald Duck, die hij wekelijks van a tot z las. Datzelfde alfabet had ons overigens maar mooi bijeengebracht: op een maandagochtend plukte ik hem uit het telefoonboek van Enschede en omstreken, gewoon de bovenste rijschool – waarom niet?

Een vraag met vele antwoorden. Om ergens te beginnen: zijn eigen dochter was vijf keer gezakt, hij kreeg het haar gewoonweg niet aangeleerd, hoorde ik van zijn vrouw, bij wie ik één theorieles volgde. Ze deden de rijschool samen, vanuit huis, en dat huis stond tot mijn teleurstelling helemaal in Haaksbergen. Ik moest daar op de fiets heen, wat educatief had kunnen werken, zeker in de winter, je wist op je barre tocht in ieder geval waarvoor je het allemaal deed, maar het was té educatief, ik bleef gewoon lekker thuis.

Ook een antwoord: op een keer reed hij ons bijna dood. Na de les bracht hij me ergens heen, de enige keer dat hij stuurde, en toen zag hij een vrachtwagen over het hoofd. ‘Pas op!!!’, brulde ik, en daar slipten, holderdebolder de berm in, de Dukes of Hazard, je kon de banjo horen, maar hij zei:

Niks.

Normaal zei hij van alles, als onderdeel van zijn bedenkelijke lesmethoden, al wil ik hem niet de schuld geven hoor. Maar hoe hij het aanpakte, was tijdrovend: wanneer ik zelf bijna een aanrijding had veroorzaakt, parkeerde hij zijn aangepaste Opel en pakte pen en papier. Hij begon dan de afslag, T-splitsing of rotonde na te tekenen, niet schetsmatig, maar uitvoerig. Ik herinner me dat ik een keer vroeg: ‘En wat is dat?’

‘Gras.’

Het is echt waar. Pas wanneer alles op z’n plek stond, de uitlaten voorzien waren van wolkjes, kwam hij met een uiteenzetting in plat Haaksbergs waar, geloof mij maar, zelfs vader en zoon Verstappen geen chocola van hadden kunnen maken.

Koffie zijn vier drankjes. En verder: Enschede heeft een rondweg. Zelfs bij zware alzheimer blijft die rondweg hangen, waarschijnlijk langer dan de opening van Heartbreak Hotel. Als de aardkloot om het zonnetje, zo hebben hij en ik vijftig uur non-stop om de binnenstad gecirkeld – elke keer schrok ik me tijdens het afrijden opnieuw een hoedje, linksaf, rechtsaf, linksaf, en toen weer rechtsaf, waarna ik wagenziek was, én gezakt.

Dondert niet: aardige vent. Hoewel hij alle drie de keren dat ik zakte, achteraf verdwenen was – op naar de volgende tekenles, denk ik? Terwijl dat afrijcentrum gevestigd was op een industrieterrein aan een snelweg. Kon ik alle drie de keren langs de vangrail helemaal naar huis lopen.

Meer over