ColumnAaf Brandt Corstius

Als assertiviteit golft, dan golft het ook

null Beeld
Aaf Brandt Corstius

De barista die ik trof, net terug in Nederland na een vakantie in Italië, was Italiaans. Althans, dat meende ik aan haar accent te horen. Ze sprak alleen Engels en verexcuseerde zich daar niet voor, maar ik ben zo kosmopolitisch dat ik dan gewoon a small latte with a glass of water bestel.

‘We hebben geen water’, zei de barista in het Engels. ‘Alleen flesjes.’ Ze wees op de glazen ijskast naast haar.

‘Dan hoeft het niet’, zei ik.

Hier zat ik voor de zoveelste keer verstrikt in de principekwestie rond water: ik vind dat ieder koffiedrinkend mens daar gratis recht op heeft, horecapersoneel vindt dat vaak niet.

Ze ging mijn koffie maken en ineens werd ik bevangen door assertiviteit. Assertiviteit is niet iets wat ik bewust in mezelf kan oproepen. Ik moet afwachten of het op het goede moment door me heen golft, maar als het golft, dan golft het ook. Je zou het op dat moment zelfs kunnen verwarren met agressiviteit, als je niet beter wist.

You know, it’s the law’, zei ik tegen de rug van het koffiezettende meisje. Ze draaide zich om. Ik legde haar uit dat er in Nederland een wet is die voorschrijft dat de horeca gratis water bij de koffie moet verstrekken. Ik wist niet of dat echt zo was, maar ik meende zoiets gelezen te hebben. Bovendien maakte ik misbruik van het feit dat ze niet Nederlands was.

‘Maar ik heb alleen flesjes water’, zei ze.

‘Je hebt een kraan. En je heb bekertjes. Je kunt me water geven’, zei ik. Als ze het zo wilde, kon ze het zo krijgen.

Ze keek naar de kraan alsof ze hem voor het eerst zag. ‘Maar dat is geen goed water.’

‘Dat is het beste water dat er bestaat’, zei ik.

Het was duidelijk. We hadden oorlog, al glimlachten we allebei.

‘Nee’, zei ze, ‘bij koffie hoor je bruiswater te drinken.’

‘Ik hou van plat water’, zei ik.

‘Daarmee spoel je je mond niet goed schoon,’ zei zij. Ik moest het haar nageven, ze was een doorzetter. We zaten nu op olympisch niveau.

Ik zei: ‘Het water is niet bedoeld om mijn mond mee schoon te maken. Ik heb gewoon dorst.’

Waarop zij terugsloeg met: ‘Water neem je traditioneel gezien bij de koffie om je mond mee te spoelen.’

Ik denk dat ze aan mijn gezicht zag dat er nu water uit een kraan in een beker moest gaan stromen. Ze zette de kraan aan, liet een piepklein beetje water in een bekertje lopen, en gaf het aan me. Mijn kop koffie zette ze ernaast.

Ik had gewonnen. Zij ook.

Later heb ik het nog opgezocht. Het was niet the law.

Meer over