ColumnAleid Truijens

Als al die uitval was voorkomen, dan zouden er wel genoeg leraren zijn geweest

null Beeld
Aleid Truijens

De docent economie doet er een paar uurtjes wiskunde bij – hij is goed in statistiek. Ook de collega’s natuurkunde en biologie springen bij, zij hebben toch óók een exact vak? De stagiair van de lerarenopleiding wordt gevraagd te blijven; ze kan best wat bijverdienste gebruiken. Zo worden bij wiskunde de gaten gedicht. Steeds vaker geven onbevoegden dat vak. Die doen hun best, met wisselend succes.

Niet zo verrassend dat de wiskundescores van Nederlandse leerlingen gestaag dalen. Wiskundeleraren slaan alarm: zij vrezen dat het tekort aan docenten ertoe zal leiden dat het kennisniveau van leerlingen nog meer achteruitgaat. Er moet iets gebeuren – nu. Wiskunde is een essentieel, verplicht vak, en voor veel leerlingen hondsmoeilijk. Daarvoor heb je uitstekende leraren nodig.

In een Kamerbrief schreven ministers Slob en Van Engelshoven vorig jaar dat ze in 2026 een tekort van 2.600 fulltimebanen in het voortgezet onderwijs verwachten. Voor wiskunde zijn dat er 513. Als er niet wordt ingegrepen.

Bij wiskunde is wel zo’n beetje bekend waardoor het tekort komt. Universitair geschoolde wiskundigen, met hun goede analytische vermogens, zijn ook buiten het onderwijs gewild, ook buiten de wiskunde, als onderzoeker of in het bedrijfsleven. Daar krijgen ze een stuk beter betaald.

Op tweedegraadslerarenopleidingen is de uitval hoog, vooral in de tekortvakken. Volgens een onderzoek van bureau Berenschot uit 2021, in opdracht van het ministerie, bleek dat bij wiskunde 36 procent uitvalt na het eerste studiejaar. Er wordt tijdens de stage meteen veel geëist van de studenten; ze haken geschrokken af. Bij oudere studenten is de kans op uitval kleiner.

Studenten voortijdig van de opleiding plukken en een baan aanbieden werkt ook niet, zoals een onderzoek van journalistiek platform Investico vorig jaar liet zien. De studenten worden voor de leeuwen geworpen en krijgen amper begeleiding. Ze zijn op de opleiding onvoldoende voorbereid op de overrompelende praktijk, lopen studievertraging op of keren het onderwijs gedesillusioneerd de rug toe.

Vervolgens houdt nog eens 30 procent van de beginnende leraren het binnen vijf jaar voor gezien. Om dezelfde redenen, vooral stress en hoge werkdruk, maar ook omdat ze van baan naar baan moeten hoppen. Nieuwkomers worden flexibel ingezet om de wisselende leerlingenaantallen op te vangen; ze moeten telkens opnieuw solliciteren en krijgen vaak geen vast contract. Dat is krankzinnig beleid, bij zulke grote tekorten.

Tel al die afvallers bij elkaar op, allemaal mensen die ooit gemotiveerd waren om leraar te worden: als hun uitval was voorkomen, zou er helemaal geen lerarentekort zijn geweest. Je ziet ook welke oplossingen wel kunnen werken. Houd op met onbevoegden voor de klas te zetten. Bied jonge leraren goede begeleiding en een vast contract; dwing schoolbesturen daartoe. Besteed op de opleidingen meer aandacht aan de weerbarstige praktijk, houd eens op met dat eindeloze reflecteren in werkstukjes en help worstelende stagiairs.

En dan zijn er nog de onorthodoxe oplossingen: kwijtschelden van studieschuld, bijvoorbeeld, en het aanbieden van een betaalbare woning. Maar ja, dat kost geld. Net als het bijscholen van hoogopgeleide vluchtelingen, die ooit leraar waren. De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren en Vluchtelingenwerk Nederland hebben een mooi plan bedacht om deze – bevoegde – leraren bij te scholen in Nederlands en inzicht te geven in het Nederlandse onderwijs. Een prachtig idee, maar het komt moeizaam van de grond, door gebrekkige financiering. Aan de Hogeschool Utrecht worden nu vijftien Turkse wiskundeleraren, politiek vluchteling, bijgeschoold. Dat kunnen er veel meer zijn, uit meer landen. Geld hieraan besteed, en aan het verleiden en begeleiden van jonge leraren, is welbesteed.

Meer over