CommentaarPieter Klok

Alles wat de Spelen uittilt boven een gewoon sporttoernooi, ontbreekt dit keer

Protest tegen de Spelen in Tokio deze week. Beeld REUTERS
Protest tegen de Spelen in Tokio deze week.Beeld REUTERS

De Olympische Spelen zijn voor de Nederlandse equipe in mineur begonnen. Twee sporters, polsstokhoogspringer Rutger Koppelaar en 5.000 meter-loper Mike Foppen zijn niet eens naar Tokio afgereisd, vanwege een positieve coronatest. Twee anderen moeten tien dagen in Japanse quarantaine omdat ze het coronavirus onder de leden blijken te hebben en kunnen daardoor niet aan hun wedstrijden meedoen.

Vijf jaar trainingsarbeid voor niets. Taekwondoka Reshmie Oogink besloot direct een punt achter haar carrière te zetten.

De voetbalsters wonnen weliswaar met 10-3 van Zambia, maar na de wedstrijd barstte bondscoach Sarina Wiegman los in een klaagzang. Ze noemde het hotel waar haar spelers waren ondergebracht ‘een gevangenis’. En de Spelen zijn nog niets eens echt begonnen.

De strenge maatregelen waaraan de deelnemers worden onderworpen, zijn mede het gevolg van de Japanse aversie tegen het evenement. Een ruime meerderheid van de Japanners vindt dat de Spelen afgelast hadden moeten worden. Het land heeft een lage vaccinatiegraad en een vergrijsde bevolking en is dus nog uiterst kwetsbaar voor het virus.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft toch doorgezet, vooral vanwege de grote financiële belangen. De verkoop van tv-rechten levert miljarden op. Het niet doorgaan van de Spelen zou een te grote strop zijn. Tegelijkertijd begrijpt het IOC dat een grote corona-uitbraak als gevolg van de Spelen niet te verantwoorden is en dus worden de sporters aan een zeer streng regime onderworpen.

Het zijn daardoor Spelen zonder de olympische gedachte. Het onderlinge contact tussen sporters van alle continenten, het warme welkom door de plaatselijke bevolking, het zelfvertrouwen dat een land krijgt door twee weken lang in het brandpunt van de belangstelling te staan. Alles wat de Spelen uittilt boven een gewoon sporttoernooi, ontbreekt dit keer.

Japan wilde de Spelen graag organiseren om te laten zien dat het land zich had opgericht na de verwoestende tsunami van 2011. Begin dit jaar was de hoop dat de Spelen het symbool zouden worden van het einde van de wereldwijde pandemie, van de bevrijding die daarop zou volgen. Nu dreigen ze vooral het symbool te worden van de onoverwinnelijkheid van het coronavirus en van de verstikkende lockdown die de wereld nu al meer dan een jaar in zijn greep heeft. Het was daarom beter geweest om ze nog een jaar uit te stellen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over