Columnkustaw bessems

Alles in Groningen moest kloppen en daardoor klopt er niets meer van

null Beeld
Kustaw Bessems

Om een crisis te bestrijden, moet je de crisis als crisis herkennen. Een onderschat probleem. Het is zo belangrijk omdat je daarmee als overheid ruimte maakt om af te wijken van het gangbare. Om niet meer te vragen: wat kan er? Maar: wat is er nodig? Gaat dat in het begin mis, dan kan het zomaar gebeuren dat tien jaar later de ouderen in Winsum en Hoogezand blauwbekkend en met opgehouden hand een dag in de rij staan voor het gemeentekantoor. Om in veel gevallen vergeefs en vernederd af te moeten haken.

De grote aardbeving bij Huizinge in 2012 wordt wel gezien als de gebeurtenis waardoor de landelijke overheid wakker schrok. Tot dan toe was er weinig acht op geslagen dat Groningers regelmatig uit hun huizen trilden. De handelingen die volgden, pasten niet bij een crisis. Meer bij een ordinaire aansprakelijkheidskwestie. Geschuif met verantwoordelijkheden tussen de overheid en de NAM, die het gasveld uitbaat. En de bewijslast kwam bij de gedupeerde te liggen: toon maar aan dat die scheur in de gevel écht door de gaswinning komt. Op enig moment ging 90 procent van het geld voor schadevergoedingen op aan keuringen. En de vertraging was niet te overzien.

Intussen kon de overheid niet van de ene op de andere dag de gaswinning stoppen en zette ze een op zich begrijpelijke stap: versteviging van huizen die risico liepen. Maar nu liepen er wel minstens twee sporen – ik bespaar u het woud aan instellingen en overlegorganen – naast elkaar. Terwijl schadeherstel en versteviging in de praktijk natuurlijk nogal tegen elkaar aan schurken. Bovendien won ook hier het business as usual-denken het van crisisdenken: er werd streng beoordeeld. Nadat VVD-minister Wiebes van Economische Zaken in 2018 alsnog had besloten de gaswinning af te bouwen, legde hij de versterking voor de zekerheid zelfs eerst maar eens helemaal stil. Want stel er werd een stap teveel gezet.

Alles wat van belang was voor de zwaarst getroffenen zat nu vast: de vergoedingen voor geleden schade én de versterking van de huizen die het meest werden bedreigd. Zo was een nieuwe groep benadeelden gecreëerd: iedereen in het aardbevingsgebied. Want die mensen konden ervan uitgaan dat door al het gesodemieter hun huizen minder waard waren geworden en wisten ze lang niet of ze wel of niet onder een of andere regeling zouden vallen.

Ze zouden daarom wat geld krijgen om hun huis op te knappen en ditmaal werd er niet al te kritisch gedaan. Máár: hier betrof het volgens de bestuurlijke logica geen compensatie, maar een subsidie. En subsidies worden, zegt de bestuurlijke logica, nooit door iedereen die ervoor in aanmerking komt aangevraagd. En dus moet je het potje niet te vol stoppen. Zie daar de kleumende meute. Doordat alles moest kloppen in Groningen, klopt er niets meer van.

Makkelijk zou het nooit zijn geweest. Maar stel, de overheid had de crisis wel herkend. En iedereen in het getroffen gebied had voor een royaal bedrag aan zijn huis mogen laten verspijkeren. En dat het voor sommigen dan niet zo hard nodig was, had je op de koop toe genomen. En alleen wie dacht recht op nóg meer te hebben, had dat hoeven aantonen. Niet alleen waren mensen sneller geholpen geweest, het had ook minder gekost.

De kunst voor de overheid is om te leren. Nu verzakken in alle laagveengebieden de huizen. Extra snel door de recente droogte en een kunstmatig laag gehouden waterstand, zeggen bewoners. Maar funderingen? Die zijn hun eigen verantwoordelijkheid, klinkt uit het waterschap. De overlegtafels zijn alweer opgetuigd. Wat nu? Paal voor paal bewijzen?

Meer over