COLUMNSheila Sitalsing

Algoritmes zijn de pest bij de uitvoering van overheidsbeleid

Toen de Volkskrant onlangs ging kijken in Moerwijk, een van de armste wijken van het land, waar de mensen zes jaar eerder doodgaan dan degenen die aan de goede kant van de streep zijn beland, tekende de verslaggever de volgende wijsheid op uit de mond van Neo, een man die van helpen zijn levensvervulling heeft gemaakt: ‘De enige manier om met de overheid te communiceren is ertegen te ageren. Onder elke brief van de gemeente staat dat je bezwaar kunt maken, maar een gewoon gesprek is niet mogelijk.’

Het is de pest, de automatisch aangemaakte brieven, de no-reply e-mails, de telefonische keuzemenu’s met blikstem: ‘Bent u wanhopig? Kies ophangen.’ Bij veel klachten over de zoekgeraakte menselijke maat bij de overheid ligt hier de oorsprong van het verdriet.

Sinds maandag probeert de Tweede Kamer die menselijke maat terug te vinden. In een serie hoorzittingen onderzoekt een parlementaire commissie waarom de bureaucratie zo kon falen dat de Belastingdienst onschuldige klanten kon criminaliseren en ruïneren, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen mensen tot waanzin kon drijven en al die andere instanties zich zo konden verslikken in protocollen dat de burger vermalen raakte.

Indrukwekkend was de bijdrage van Albert Jan Kruiter. Hij richtte mede het Instituut voor Publieke Waarden op en doet al een leven lang onderzoek naar waarom de mensen die de overheid het hardst nodig hebben juist niet worden geholpen. In een uurtje schetste hij voor de onderzoekscommissie adequaat de systeemcrisis waarin we gevangen zitten.

Besluiten is lekker – we pakken hier belastingfraude keihard aan, we doen er daar iets bij voor de kinderopvang – maar in de uitvoering is de politiek minder geïnteresseerd. Waardoor uitvoeringsinstanties een ondoorgrondelijk politiek compromis krijgen toegeworpen dat amper uitvoerbaar is: succes ermee! Bij die uitvoeringsinstanties is bovendien bezuinigd (het lot van niet-sexy instituten), waardoor almaar schralere organisaties almaar complexere wetgeving moeten uitvoeren.

In de uitvoering regeert het algoritme, want dat is sneller en goedkoper. Maar de algoritmes kunnen zichzelf niet corrigeren en zijn gericht op het opsporen van onregelmatigheden in plaats van op dienstverlening.

Voor ’80 procent van de mensen’, denkt Kruiter, werkt het systeem prima. Zij kunnen met de bureaucratie overweg, hebben geen grote problemen in het leven en hebben doorgaans met maar één instantie te maken.

Voor de overige 20 procent is het een gruwel. Dat zijn mensen bij wie het tegenzit: ze hebben een huurachterstand, een laag inkomen of gedoe met een uitkering, een niet-betaalde telefoonrekening, een stapel post van het CJIB, hun kinderen staan onder toezicht van jeugdzorg, de administratie is niet op orde, DUO staat voor de deur omdat de studie nooit is afgemaakt, ze lezen of rekenen slecht. Dan wreekt zich de verkokering: de Belastingdienst praat niet met Jeugdzorg en het CJIB weet niets van de andere problemen. En de computer zegt nee.

Kruiter deed een boel constateringen waarvan je hoopt dat de Kamerleden ze op Delftsblauwe tegeltjes laten schilderen. Zoals: ‘In Nederland testen we zelfredzaamheid zoals men dat deed met vermeende heksen in de Middeleeuwen. Je gooit ze in de plomp en als ze verdronken zijn, zeg je: o nee, toch niet zelfredzaam.’

En: ‘Als je de menselijk maat terug wil, moet je er mensen neerzetten en geen algoritme.’ Het leek me dé zin van het hele parlementaire onderzoek.

Meer over