ColumnAaf Brandt Corstius

Al die kleding van al die koopverslaafden wilde ik weleens zien

null Beeld

Het jammere met iets goeds doen voor de wereld is dat het altijd iets slechts blijkt te zijn. Windmolens vinden mensen horizonvervuiling, als je vrijwillig olifanten gaat wassen in Thailand kost dat twee vervuilende vliegreizen, en als je op vakantie een zwerfkind een stuiver geeft, zit daarachter altijd een bende volwassenen die die stuiver meteen weer van dat zwerfkind afpakt. Schijnt.

Maar met het kopen van tweedehands kleren, redeneerde ik, deed ik niemand kwaad. Dat kleertje ging anders op de grote brandstapel, en nu had het een tweede leven bij mij, en zo zag ik een wollen vest van hand tot hand gaan in de mooie kringloop van het leven. En het scheelde weer een vestje dat door kinderhandjes moest worden gemaakt.

Er bleek toch iets fout aan te zijn, las ik in Volkskrant Magazine, want veel mensen die hun kleren doorverkopen zijn koopverslaafd. Dus zij houden de Zara’s en H&M’s van deze wereld in stand: ze kopen zich daar suf en als ze een nieuwe rok een paar minuten hebben aangehad, verkopen ze hem door op grote tweedehandssites als Vinted. En zo gaat de wereld toch weer ten onder, net als in ieder scenario.

Het is ook nooit goed. Ik besloot me wel aan te melden op Vinted. Al die kleding van al die koopverslaafden wilde ik weleens zien.

Duizenden, misschien wel miljoenen broeken en vesten en truien en jassen openbaarden zich aan mij. Afhankelijk van je karakterstructuur zou je heel opgewonden of heel gedeprimeerd kunnen raken van de eindeloze reeksen foto’s van textiel. Misschien zelfs allebei tegelijk.

De mensen die hun kleding op deze site aanbieden, hangen zo’n jurk of blouse meestal aan een haakje of leggen hem plat op de grond. Hup, foto maken, verkopen. De kleren zijn maar een paar keer gedragen, staat er meestal bij, dus maar een paar keer gewassen. Maar zelfs dan al stralen ze vaak een levensmoeheid uit die niet te verbloemen is op een foto.

Verkreukeld en licht verfomfaaid liggen ze daar op de grond of hangen ze lubberend aan hun knaapje te wachten op hun volgende eigenaar. Ik leek mooi en blauw, straalde zo’n bloesje uit, maar na één keer op 30 graden wassen werden mijn mouwen net te kort, werd mijn stofje kartonnerig en hing mijn bovenste knoopje op half zeven. Of eigenlijk viel het eraf.

De kleren deden me denken aan mijn eigen kleren.

Al die realistische portretten van gedragen broeken en truien, in hun volle verlorenheid bij de mensen thuis: het bleek de beste remedie tegen het kopen van nog meer.

Meer over