Van gidsland tot hekkensluiterHoe progressief is Nederland nog?

Agnes Jongerius over sociaal beleid: ‘Dit land ligt al een tijdje uit het lood’

Vijftig jaar geleden was Nederland een progressief lichtbaken in de wereld. In een korte serie staat de vraag centraal: Is dit nog steeds zo? In aflevering 4: PvdA-europarlementariër Agnes Jongerius over sociaal beleid.

Beeld ANP

PvdA-europarlementariër Agnes Jongerius komt net van een bezoekje aan ‘Ali, 14 jaar werkzaam voor een groot levensmiddelenconcern in Rotterdam’. Bij een toespraak die ze onlangs hield over de arbeidsmarkt had ze zijn casus voorgesteld: Ali van het uitzendbureau, die alle gaten in het rooster dichtloopt en veel vaker nachtdiensten draait. Jongerius: ‘Komt er een man naar me toe, die had voor hetzelfde concern gewerkt. Hij had bij zijn jubileum een gouden horloge gekregen. In tranen vroeg hij aan mij of ik dat aan meneer Ali wilde geven. Dat heb ik dus zojuist aan hem uitgereikt.’

De naam van het levensmiddelenconcern laat zich raden, maar Jongerius noemt hem niet. De oud-voorzitter van de FNV gaat het erom dat duidelijk wordt hoe de arbeidsverhoudingen in Nederland zijn veranderd. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw domineerden grote bedrijven, die vonden dat ze een voorbeeldfunctie hadden en voor hun werknemers zorgden, van een goede pensioenregeling tot een studiefonds voor de kinderen. Werkte je bij Douwe Egberts dan kreeg je op vrijdag een pakket koffie en thee mee. En bij het 25-jarig jubileum lag dat gouden horloge klaar.

Nederland had een machtige vakbond met in de frontlinie mannen als Wim Kok, Johan Stekelenburg, Arie Groenevelt, Herman Bode. ‘Willen we naar de Dam? Dan gaan we naar de Dam!’ En duizenden arbeiders volgden. Jongerius, afkomstig uit de vervoersbond en de eerste vrouwelijke FNV-voorzitter, herinnert zich havenstakingen waarbij arbeiders optrokken door een lange tunnel. Kwam de eerste groep er uit, moest de andere nog aan de eerste meters beginnen.

Wat is het belangrijkste verschil met de huidige tijd?

‘Een halve eeuw terug was er eenvormigheid: je had jonge en oudere werknemers, maar het waren bijna allemaal mannen die werkten in vast dienstverband. Solidariteit was een vorm van eigenbelang: als jongere vocht je voor de pensioenen, omdat je wist dat het ook jouw toekomst was.

‘De wereld is verzakelijkt, de verhoudingen versnipperd. De zorg van wieg tot graf bestaat niet meer. Ali werkt op dezelfde werkvloer, maar in een heel ander dienstverband. De kantine is uitbesteed, net als de postkamer en het interne transport. We werken onder hele andere condities.’

In 1982 werd een historische overeenkomst gesloten tussen overheid, werkgevers en werknemers: het Akkoord van Wassenaar. Dat werd leidend in de decennia die volgden.

‘Het was de tijd van oplopende werkloosheid, van fabriekssluitingen en massaontslagen, zonder dat er een perspectief was op nieuw werk. Wat we nu soms nog zien in Frankrijk. Het waren de jaren van arbeidstijdverkorting en loonmatiging. In de jaren negentig volgde een tweede fase van het poldermodel, toen de PvdA met de VVD ging regeren in Paars. Toen ging het ons economisch juist voor de wind. Er werd getracht om verschillen tussen kapitaal en arbeid te overbruggen met slimme adviezen uit de Stichting voor de Arbeid en de Sociaal-Economische Raad (SER).’

Maakte dat Nederlandse model ook internationaal school?

‘Wim Kok mocht als premier op bezoek bij Bill Clinton en Tony Blair om uit te leggen hoe wij dat hier organiseerden. Ja, er werd naar ons gekeken. Aan de ene kant met bewondering, maar ook met afgrijzen. Neem Engeland: je zou bij de Brexit, die enorme effecten heeft op de werkgelegenheid, verwachten dat de premier werkgevers en werknemers bij zich vraagt: hoe gaan we dit aanpakken? Het gebeurt niet. Die voorzitters zien elkaar één, twee keer per jaar.

‘In de internationale vakbeweging werd indertijd ook vanuit een ander perspectief naar Nederland gekeken: wat is dat voor een rare arbeidsmarkt, waar zovelen als zelfstandige en in deeltijd opereren? Het Nederlandse model, als je het zo mag noemen, stond in de belangstelling.’

Vakbondsbestuurder Herman Bode spreekt in maart 1980 stakers toe op de Dam te Amsterdam: ‘Willen we naar de Dam? Dan gaan we naar de Dam!’Beeld ANP

Inmiddels draaien hier hele sectoren op zzp’ers en werknemers in deeltijd.

‘Nederland ligt uit het lood. We zijn in de jaren negentig te makkelijk in het verhaal gestapt dat als de markt het regelt, het per definitie beter en efficiënter is. Toen ik vorig jaar zei: het is code rood op de arbeidsmarkt, want drie van de acht werkenden hier heeft een flexibel contract, werd ik niet geloofd. Nederland neemt hier een koppositie in waar we niet trots op kunnen zijn. De commissie-Borstlap zegt niet voor niets: hiervan gaan we nog veel economische schade ondervinden.’

Zijn we zo langzamerhand uitgepolderd?

‘Oplossingen bereik je pas als je bereid bent om met elkaar aan tafel te zitten. Maar de vraag of en hoe je je organiseert, bepaalt of je met kracht en zelfvertrouwen aan zo’n gesprek begint. Het onderwijs staakt, de zorg ook – en dat gebeurde in een traditionele vorm.

‘Ik werd vorig jaar via Facebook gevraagd of ik Uber-chauffeurs in Amsterdam, die een WhatsApp-groepje hadden, wilde helpen, omdat ze een gesprek hadden afgedwongen bij hun werkgever. Ze wisten niet goed hoe ze dat moesten aanpakken. De tijd dat Herman Bode of Paul Rosenmöller een grote havenkantine toespreekt is voorbij. Maar PO in Actie is begonnen met een paar pagina’s op Facebook.’

Oud-werkgeversvoorzitter Kees van Lede presenteerde onlangs een boek met Joris Luyendijk, waarin wordt gesteld dat de focus op arbeid is verschoven naar een focus op kapitaal. Het is na links daarom nu aan rechts om op te schuiven naar het politieke midden. Deelt u die analyse?

‘Jazeker. Christine Lagarde zegt: de lonen moeten omhoog. Vijf jaar geleden was het antwoord op de crisis: de lonen moeten naar beneden. De Europese Commissie werkt aan een voorstel voor een minimumloon in alle lidstaten, als het goed is komt er straks ook wetgeving om de verschrikkelijke uitbuiting door platforms als Uber tegen te gaan. Je ziet bewegingen de goede kant uit.’

Als Nederland een leidende rol zou willen pakken in de vormgeving van moderne arbeidsverhoudingen, hoe zou dat dan moeten?

‘Het flexwerk zal in Europa een grote vlucht nemen, het is ook een verlangen van veel mensen. Als het betekent: ik heb een baan en een gezin, en ik wil daarom niet vastzitten in het keurslijf van een door anderen opgelegd rooster, dan is dat iets positiefs. Maar als het betekent dat je baas erop rekent dat je eigenlijk altijd beschikbaar bent en nooit nee durft te zeggen, zit je op de verkeerde weg. Het wordt nog een ingewikkelde discussie om daarin een evenwicht te vinden.

‘Nederland moet met een antwoord komen op de Ubers en Deliveroos die zeggen: taxichauffeurs of koeriers zijn slechts gebruikers van ons platform, daarvoor dragen wij geen verantwoordelijkheid. Zo slaan ze een gat in ons arbeidsrecht. Ons poldermodel werkt alleen als de ene partij geen overmacht heeft over de andere. Minister Koolmees zou met het rapport-Borstlap in de hand voor een nieuw evenwicht moeten zorgen. Als dat lukt, laat je Europa de weg voorwaarts zien.’

Meer over