VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Leiden

Acht durfals strijden om voorzitterschap PvdA: ‘Ik mis hier urgentie’

null Beeld

De hele PvdA komt vanavond langs in het benedenzaaltje van de Burcht in Leiden. Luister maar: ‘We hebben het verhaal van de sociaal-democratie nodig’, ‘een herkenbare boodschap’, ‘een aanvallende sociale koers’, ‘breken met oude vormen en gedachten’, want ‘we zijn het contact met de basis kwijt’, ‘de afstand tot de kiezers is groter dan ooit’, ‘het geluid van de leden wordt niet gehoord aan de top’ en ‘over inclusiviteit moet je niet praten, dat moet je doen.’ Kortom: ‘We zijn aan een grote renovatie toe.’

Zo. Dat is er uit. Sprokkelhout van dit voorzittersdebat, tweede in een reeks van drie. Al in de eerste tien minuten komt alles langs wat de PvdA tot de PvdA maakt: nostalgie, bevlogenheid, onrust en hoop op betere tijden. Heilig vuur, dat is er ook. Je moet het maar durven: voorzitter worden van de PvdA. Acht mensen staan hier, ze maakten een website, zongen een lied, schreven een manifest en bedachten slogans: ‘links met lef’, ‘samen sterker vooruit’ – de wind van de brainstorm is nog voelbaar. Er zijn partijen die zouden tekenen voor zoveel enthousiasme. Alles wat maar even rood kan zijn, kleurt vanavond rood. Oppervoorzitter Gerdi Verbeet leidt in rode bloemetjesjurk het gesprek.

Acht kandidaten, plus debatvoorzitter Verbeet. Beeld
Acht kandidaten, plus debatvoorzitter Verbeet.

De jongste kandidaat is Frank van de Wolde (29), in het dagelijks leven manager bij Boer & Croon; de oudste is de eeuwige dwarsligger Gerard Bosman (65); de meeste statuur heeft Esther-Mirjam Sent, senator, hoogleraar en voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma schreef. Dan heb je nog Binnert de Beaufort, Ger Rolsma, Reshma Roopram, Taco Kuiper en Pieter Paul Slikker. Het is wat Roopram zegt: ‘We zijn allemaal even talentvol, denk ik. Het is ook een kwestie van smaak en gunnen.’

Om beurten leggen ze de sores op tafel: dat er amper jonge leden zijn, dat het partijkantoor niet goed functioneert, dat de kiezer niet meer weet waar de PvdA voor staat. Heel veel werk aan de winkel en de acht reageren verschillend op de klus waarvoor ze zich hebben aangemeld. Sent is vooral hoopvol. Ze spreekt van ‘een bruisende ideeënpartij’. Slikker maakt zich juist enorme zorgen. ‘De afdelingen lopen kapot op de partijbureaucratie. We moeten van het stoomtijdperk naar de sociale media.’ Hij wil de verplichte afdracht van 5,5 naar 10 procent verhogen om de partij meer middelen te verschaffen.

Een hele stap verder gaat Van de Wolde, die telkens als hij de beurt krijgt de noodklok luidt: ‘We mogen niet nog langer toekijken hoe er niets gebeurt.’

De kwestie die boven deze verkiezingsstrijd hangt, is vanuit Den Haag aangedragen: is de tijd eindelijk rijp voor een samengaan van PvdA en GroenLinks? Voor Van de Wolde is dat simpel: de verschillen zijn zo klein dat het beter vandaag dan morgen kan gebeuren. ‘Dan kun je een vuist maken tegen rechts.’ Slikker gaat een eind met hem mee. De anderen zijn behoedzamer. Die hebben het over samenwerken met verwante partijen en groeperingen. Hoe, dat staat nog te bezien.

In vijf kwartier jast Verbeet er een regen aan vragen uit de zaal, uit het land en van bondgenoten (ex-voetballer Nathan Rutjes) doorheen. De stellingen van de kandidaten zijn in balletjes verstopt waar ze naar mag grabbelen. En ja, ook die balletjes zijn rood.

Wat maakt het leuk om voorzitter van de PvdA te zijn? Ik vraag het Nelleke Vedelaar, die als ‘de hele Nelleke’ vier jaar geleden werd verkozen na een overigens heel wat minder geoliede tweestrijd. ‘Je bent bezig met alledaagse politiek, maar ook met de lange termijn. En je werkt met allemaal betrokken, gepassioneerde mensen.’

Sent, volgens insiders de gedoodverfde winnaar, is nog een slag enthousiaster. ‘Wat een rijkdom zit er in de partij, wat een kansen hebben we’, zegt ze. ‘Ik weiger me erbij neer te leggen dat onze idealen maar negen zetels waard zijn.’

Van de Wolde toont zich na afloop kritisch. ‘Ik mis hier elk gevoel van urgentie’, zegt hij. ‘De partij loopt leeg, er zijn geen jonge mensen en nieuwe ideeën. Dat het vijf voor twaalf is, voel ik niet.’

Meer over