ColumnEva Posthuma de Boer

Aan de rand van het zwembed: niet lullen, maar loeren

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva.

null Beeld

Aan het hotelzwembad tussen de Italiaanse bergen staat een vrouw met een korset. Ze vraagt aan mijn dochter of ze met haar dochtertje wil spelen. ‘Ik mag zelf niet zwemmen’, verklaart ze in fraai Vlaams. Wij vragen niet waarom, we knikken begripvol en mijn kind speelt met haar kind. In reisorganisatiejargon heet het hier sfeervol en comfortabel. En dat is het. Geen dikdoenerij, maar luxe die zich vertaalt in discretie. Een plek waar je te midden van anderen op jezelf kunt zijn, waar mensen niet lullen maar loeren. Vanuit mijn gestrekte positie en van achter mijn donker beglaasde zonnebril gaat dat prima.

De Vlaamse vrouw draagt het korset, een fors ding, over haar zomerjurk. Ik hou mijn boek zo hoog vast dat het lijkt alsof ik lees. Alleen, met een kind en een korset. Waar is de man? Ik denk dood. Ik denk een auto-ongeluk waarbij hij is overleden, en zij haar rug brak. Nu is ze voor het eerst sinds de fatale dag op vakantie; de scherpste rouw bezworen, de rug aan de beterende hand.

Aan de kopse kant van het zwembad ligt een echtpaar, de enige andere Nederlanders die ik tot nu toe heb ontwaard. Achter in de vijftig, knap gebruind. Kinderen net het huis uit, ze nemen het ervan, het spat ervan af. De vrouw leest De ontsnapping van Heleen van Royen. Daarom, vraag me niet waarom, vermoed ik dat ze stewardess is. En haar man, met zijn modieus geknipte witgrijze haren, piloot. Om beurten gaan ze het zwembad in, spetteren ze elkaar pesterig nat. De seks heeft ook een nieuw leven, minder heftig, maar intenser dan ooit. Ook dat spat ervan af.

Er komt een man aan hinken, type patserige Italiaan, een lapje voor zijn oog, een Sophia Loren aan zijn zijde. Breed lachend steekt hij beide armen de lucht in. ‘Hello! Where are you from?’, roept hij luidkeels naar mijn man, die juist een baantje wil trekken.

Brazilië, 1967 Beeld Eddy Posthuma de Boer
Brazilië, 1967Beeld Eddy Posthuma de Boer

Heleen van Royen wordt even opzij gelegd, ook mijn boek zakt verwonderd naar beneden. Herseninfarct, schiet het door me heen. Hoewel, hij heeft ook iets van Rain Man, blij, autistisch, misschien is het aangeboren. Maar hoe komt hij dan aan zo’n Sophia Loren?

Rain Man klautert het zwembadtrappetje af en waggelt het water door. ‘Holland? Yes? Gullit! Van Basten!’ Heel, heel hard praat hij, terwijl hij nu toch vlak voor mijn man staat. ‘My wife!!!’, wijst hij.

Zonder een spier te vertrekken drapeert his wife zich op een ligbed.

‘Ik kom uit Milaan!’, vervolgt Rain Man luidkeels. ‘Ik verkoop parfum en ik heb een ongeluk gehad! Tien jaar geleden, met skiën! Het komt nooit meer goed!’ Tamelijk onverwacht laat hij een paar hartverscheurende snikken ontsnappen.

‘Basta!’, roept Sophia Loren. ‘Hier komen!’

Rain Man gehoorzaamt mokkend en daarmee keert de rust rond het zwembad terug. Al komt het nooit meer goed.

Meer over