Gesprek van de dagGeneratieconflict

‘60-plussers hebben een waardevolle functie in de maatschappij, waar ook de jonge mensen hun voordeel mee doen’

‘Ik schaam mij voor al die zestigers (en ouder) die roepen dat jongeren verwend zijn, prinsen en prinsesjes die nooit ellende hebben meegemaakt’, schreef Aleid Truijens in haar column. Haar woorden hebben veel losgemaakt bij de Volkskrant-lezers. ‘Nee, ik schaam me niet…’

Jongeren liggen te zonnen in het Griftpark in Utrecht. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Jongeren liggen te zonnen in het Griftpark in Utrecht.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Giftige woorden

Eén dag nadat Arnon Grunberg op indrukwekkende wijze waarschuwde voor het groepsgewijs afgeven op mensen, kopte Aleid Truijens onbekommerd: ‘60-plussers, ga je schamen!’. Ouderen, zo brieste zij, moeten niet klagen en een flink toontje lager zingen, want jonge mensen leggen voor hen solidair hun hele sociale leven lam voor een dodelijke ziekte die zij zelf amper oplopen.

Voor dat ‘offer’ zouden wij, de niksnutterige ‘protestgeneratie’ die de wereld immers niks goeds heeft gebracht, hen elke dag op de blote knieën moeten bedanken. Ik, toevallig een boomer, lees dat, voel me aangesproken. Maar ik zeur echt nooit over jonge mensen, en mijn zogeheten geprivilegieerde flowerpowerleventje bestond uit een schimmelig bronchitiszolderkamertje, werken in een stomend hete wasserij, buffelen op de avondschool en aan het werk met een studieschuld van tienduizend gulden. Geen tijd voor love-ins of dansen rond het Lieverdje.

Niks bijzonders overigens, daar ben ik alleen maar een flinke meid van geworden, maar Aleid Truijens zou er wel goed aan doen het essay van Grunberg nog eens aandachtig door te lezen: ‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort. Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen, al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn.’

Trees Roose, Haren

Jongerenbashers

Aleid Truijens heeft heeft groot gelijk wanneer ze in haar column schrijft dat jongeren een dikke pluim verdienen voor de solidariteit die ze in deze coronacrisis tonen. De oudere generaties zouden nu veel meer moeten opkomen voor deze twintigers en dertigers. Wanneer jongeren immers zelf een voorzichtig protest laten horen, worden ze steevast uitgemaakt voor watjes die nog nooit wat hebben meegemaakt.

En ja hoor, altijd wordt de oorlog er bijgehaald. Toen was het leven pas zwaar. Die vergelijking doet het ongetwijfeld goed in deze week van herdenken, maar alle discussie slaat er mee dood. En wie van die jongerenbashers heeft daadwerkelijk zelf die tijd meegemaakt?

Marjolein Zaal, Leiden

Trots

Dank Aleid Truijens voor je verstandige woorden. Ook ik ben een zestiger en ben blij met de veerkracht van de jongeren. Mijn eigen kroost , 27 en 30, is vastberaden en slaat zich blijmoedig door deze coronacrisis.

Zij doen het beter dan ik. We mogen onze kinderen niet verwijten wat zij niet beleefd hebben. Wij sliepen in onverwarmde huizen, zonder tv, zonder auto. Onze kinderen niet. Zij leven het leven dat zij kennen. Maar met de verantwoordelijkheden die bij dit leven passen.

Ik ben trots op hen. Zij hebben het zwaarder dan wij, met minder mogelijkheden en minder ruimte op arbeidsmarkt, huisaanbod. Het doet me goed te lezen dat anderen ook kunnen relativeren. En hen de credits geven die ze verdienen.

Thanneke van de Wiel, Culemborg

Gemeenschapszin

‘60-plussers ga je schamen’, schrijft Aleid Truijens. Nee, is het antwoord. In essentie veroorzaakt de coronacrisis een overbelasting van onze gezondheidszorg. Iedere leeftijd werkt mee in de bestrijding hiervan. Dat de ernst van de gebrachte offers per leeftijdsgroep vergeleken en gekwalificeerd kunnen worden, lijkt mij onmogelijk en niet bevorderlijk voor de gemeenschapszin die we in deze bestrijding nu zo hard nodig hebben.

Joep van Leeuwen, Maastricht

Verwend

Niet naar cafés, niet naar festivals, geen fles wijn drinken met vrienden in een park, paar maanden geen of amper nog vrienden mogen/kunnen zien, niet Tinderen, et cetera. Het zal je lot maar wezen, volgens mevrouw Truijens. Het is de jonge generatie met tegenslag. De generatie waarvan velen eerst de halve wereld overtrekt, iets waar vele ouderen nooit aan toe zijn gekomen. Toen ze jong ware, hadden ze niks en nu ze wat hebben, kunnen ze er niks meer. Bedenk dat terrasjes, wereldreizen, borreltjes en festivals luxe is. Ik gun iedereen de allerleukste dingen, maar om nu al na een paar maanden zo overdreven te reageren naar 60-plussers?

Schaam u, mevrouw Truijens. Volgens mij bent u ook aardig verwend, maar u beseft het niet meer, omdat het kennelijk zo gewoon geworden is in dit land.

Theo Abbingh, Dwingeloo

Diepe buiging

Aleid Truijens heeft gelijk. Onze jongeren tonen al maandenlang een historisch ongekende solidariteit. Boomers en bejaarden moeten een diepe buiging voor hun kinderen en kleinkinderen maken. Laat nooit meer iemand het hebben over een generatie van geïndividualiseerde hedonistische jongeren.

Raymond van de Klundert (Kluun), Amsterdam

‘Leef’-tijd

Elke 60-plusser die, in reactie op de column van Aleid Truijens, nu begint te mauwen, het volgende: als 60-plussers hebben wij allemaal ruimschoots gehad wat jongeren nog maar moeten zien te krijgen. ‘Leef’-tijd.

Eef Peelen, 60 jaar, Hasselt

Podium

Wat slaat Aleid Truijens de plank mis met haar polariserende stuk. We zitten hier samen in: het is niet anders. Niemand heeft hierom gevraagd of heeft er schuld aan. Beschuldig dus ook geen groepen op deze manier. Elkaar steunen, relativeren en uitzitten. Wat zeker niet helpt, is jongeren zo op het podium te hijsen met de boodschap dat deze leeftijdsgroep bedankt moet worden. Voor wat? Hoezo opoffering? Leren leven met wat zich in het leven aandient, is waardevol en daar kunnen ze de rest van hun leven profijt van hebben. Ook al is het nu vervelend. Er is een groep die wel op het podium gehesen mag worden: de zorgmedewerkers, ook vaak jonge mensen. Die hoor je niet piepen: ze werken namelijk de afgelopen maanden 12 uur per dienst. Neem dat eens voor ogen als je het over jongeren hebt.

Marianne Paijmans, Oosterhout

Doorslikken

Waarom maakt u een dergelijk kwalijk onderscheid tussen jongeren en ouderen?

Het is nu even doorslikken en er kunnen weer goede tijden aanbreken, die hopelijk in solidariteit worden verdeeld. Ik heb geen zin om mij te schamen, trouwens daar heb ik de tijd niet voor. De uitdrukking liefde maakt vindingrijk, dat mag zeker niet onbekend zijn. Is dat bij Aleid Truijens onbekend, dan heeft ze nu de tijd om naar de opera’s van Mozart te luisteren of de toneelstukken van Molière te lezen.

J.S. du Pont

Beleidsmakers

Aleid Truijens prijst zich gelukkig in deze tijd niet jong te zijn. Ze onderbouwt dit door de situatie van de twintigers van nu te vergelijken met die van huidige 60-plussers, de twintigers van toen. Hoe eenvoudig kan het zijn? Je deelt de bevolking op in leeftijdscategorieën, plakt daar wat etiketten op van gesignaleerde gedragingen en je gaat vergelijken. De studenten aan wie Truijens ooit les gaf, beschrijft zij in termen van boze koppen met duivelse kapsels, rond stampend in soldatenkisten en wonend in kraakpanden. Ja, ook ik zie ze nog zo voor me. ‘Opschot’, zo typeerde mijn vader ze vroeger. Maar ook hij zou die groep indertijd niet representatief gesteld hebben voor mijn generatie.

De gedachte dat ook het etiket ‘dor-hout’ op mijn generatie (en oudere) van toepassing zou zijn, is al verwoord. Met andere woorden: er is achterstallig onderhoud aan de generatie van graaiende baby-boomers. Immers opschot en dor hout kun je maar beter snoeien.

In de ruim vijfendertig jaar die ik in de jeugdhulpverlening werkte, heb ik in elke leeftijdscategorie jongeren met een duidelijk perspectief gezien en jongeren die moeilijk hun draai in de maatschappij konden vinden. Het is te makkelijk om te stellen dat, in tegenstelling tot de ene groep, de andere ‘de wind mee’ had of tenminste zijn best deed.

Zo is het ook niet juist om de ene generatie, zonder enige nuancering, tot schaamte en dankbaarheid te bewegen tegenover de andere.

Wat zouden beleidsmakers daarmee moeten?

Truijens stelt dat beleidsmakers razendsnel moeten bedenken hoe we voorkomen dat de twintigers van nu opdraaien voor de gevolgen van de coronacrisis, de klimaatcrisis, de wankele pensioenen en de oplopende zorgkosten. Ik vind het weinig constructief om generaties zo tegenover elkaar te stellen.

Beleidsmakers, dat zijn we zelf. De volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen ons, de verschillende generaties. Tegenover elkaar staand zullen we er niet uitkomen.

Met elkaar en met wederzijds respect zullen we oplossingen vinden voor de problemen waarmee we nu geconfronteerd worden, vanuit welke crisis dan ook.

Het is dan ook constructief wanneer we inzicht en kracht, van jong en oud, weten te bundelen.

Jan Zwartjes, Arnhem

Waardevolle functies

Nee, ik schaam me niet….

Mijn leventje kabbelt net zo voort als dat van mevrouw Truijens. De dingen die ik even niet meer kan, mis ik erg, maar het zijn vooral luxe dingen: met de camper reizen, theater, uit eten, teamsport…Ik realiseer me heel goed welke offers studenten, (jonge) ondernemers, jonge gezinnen in deze tijd moeten brengen.

Echter de 60-plussers, waar mevrouw Truijens op doelt, hebben een waardevolle functie in de maatschappij, waar ook de jonge mensen hun voordeel mee doen. Gezinnen met jonge kinderen vallen met grote regelmaat terug op opa en oma. Ook bestaat het vrijwilligersbestand in Nederland vooral uit 60-plussers. Daarom moeten ook zij zolang mogelijk gezond blijven. Dus nee, mevrouw Truijens, ik schaam me niet. We moeten er allemaal, jong en oud, voor zorgen dat iedereen, jong en oud, gezond blijft.

Annemarie Bloemers, 68 jaar, Alkmaar

Hulde

Helemaal met Aleid Truijens eens. Ik ben 80 jaar en heb zoveel ontzettend aardige, hulpvaardige, in hun leefstijl beknotte jonge mensen ontmoet dezer dagen. Hulde aan hen en dank.

Eveline van Ditmarsch, Meppel

Ontroerd

Ik heb het artikel van Truijens aan mijn 19-jarige dochter voorgelezen en ik hield het niet droog.

Het was ontroerend om uw woorden hardop te zeggen over zaken, die gevoelsmatig al een tijd bij mij leefden, maar die u op zo’n duidelijke manier uiteenzette. Het was voor mij alsof de sluizen opengingen. Het verhaal klopt, de emoties kloppen, de frustraties zijn waar, maar niemand die daar ooit oog voor had.

Alle generaties, waaronder ook die van mij, en ik ben van 1963, hebben moeilijke tijden gekend, maar zoals u al refereerde, de generatie van rond de eeuwwisseling heeft letterlijk alle problemen op haar nek gekregen.

Het ontroert mij dat wij onze kinderen hierin niet kunnen helpen, dat het wereldwijd is, en dat er zo weinig op overheidsniveau gedaan wordt. Deze generatie staat bij geen enkele partij op de agenda.

Wij kunnen onze kinderen niet de toekomst geven zoals onze ouders dat voor ons deden, en onze grootouders aan onze ouders. En dat is het grote verschil, het is ook een verlies in vrijheid en in keuzevrijheid. Daar kan ik, kunnen wij, niets aan veranderen, helaas.

Maar dank aan Truijens voor haar woorden, die mij en de rest van de 60-plussers in ons bewustzijn kunnen laten neerdalen, ons laten begrijpen en veranderen, zodat wij onze jonge generatie blijvend steunen, omdat zij het nodig hebben.

Jolanda Poot, Roosendaal

Toekomst

Ik lees dat er een enorme verkoopexplosie is van skates, skeelers, racefietsen, tafeltennisnetjes, trampolines, et cetera. Dus ik zie het niet: het offer van jonge mensen, waarvoor ik mij volgens Aleid Truijens zou moeten schamen. Ze netflixen, zitten (op gepaste afstand) heerlijk met z’n allen in het park en aan de waterkant. Ze joggen, fietsen, skeeleren en hebben de hele dag contact via hun telefoon.

Ook wij woonden in onze jeugd lang bij onze ouders, want betaalbare woonruimte was er niet. Studeren ook niet, met mijn 14de jaar was ik al aan het werk, de meesten moesten dat verdiende geld thuis afgeven. Een telefoon? Toch zeker niet om je vrienden te bellen. Terrasjes? Festivals?

Wanneer het beter wordt? De toekomst is onbekend voor ze, ja altijd al geweest. Maar er is gelukkig wel een toekomst - en dus hoop. Nee, die oproep tot schaamte en zorgt alleen maar voor verdeeldheid.

A.C. Looijesteijn, Alkmaar

Meer over