25 jaar na het vredesverdrag voor Bosnië zijn de bevolkingsgroepen niet nader tot elkaar gekomen

Het was een gigantische prestatie van onderhandelaar Holbrooke: aartsvijanden die de Bosnische vrede tekenden in 1995. Maar het resultaat was en is een gedrocht, stelt de betrokken Nederlandse oud-diplomaat en zaakgelastigde in Sarajevo in die tijd, Hans Glaubitz.

Op 14 December 1995 applaudisseren de Spaanse premier Felipe Gonzalez, de Amerikaanse president Bill Clinton, de Franse president Jacques Chirac, de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl, de Britse premier John Major en de Russische premier Victor Chernomyrdin als de Servische president Slobodan Milosevic, de Kroatische president Franjo Tudjman en Bosnische president Alija Izetbegovic hun handtekening hebben gezet onder het vredesverdrag voor Bosnië-Herzegovina. Beeld AFP
Op 14 December 1995 applaudisseren de Spaanse premier Felipe Gonzalez, de Amerikaanse president Bill Clinton, de Franse president Jacques Chirac, de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl, de Britse premier John Major en de Russische premier Victor Chernomyrdin als de Servische president Slobodan Milosevic, de Kroatische president Franjo Tudjman en Bosnische president Alija Izetbegovic hun handtekening hebben gezet onder het vredesverdrag voor Bosnië-Herzegovina.Beeld AFP

Op 14 december 1995, 25 jaar geleden, werd het “General Framework Agreement for Peace in Bosnia and Herzegovina” ondertekend in Parijs. Een hele mond vol voor wat doorgaans het Verdrag van Dayton wordt genoemd, dat een einde maakte aan de oorlog in Bosnië-Herzegovina. Hoe moeten we, 25 jaar verder, de resultaten van Dayton duiden?

De ondertekenaars waren de presidenten van Kroatië (Tudjman), Bosnië-Herzegovina (Izetbegovic) en – toen nog – de Federale Republiek Joegoslavië (Milosevic). De EU, de VS, Duitsland, de Russische Federatie, het VK en Frankrijk bekrachtigden de bepalingen van het verdrag door hun handtekening. Hiermee namen zij medeverantwoordelijkheid voor de uitvoering van het verdrag. De EU voor de civiele bepalingen, de Navo (onder leiding van de VS) voor de militaire.

De – buitengewoon gedetailleerde – verdragstekst was tussen 1 en 21 november 1995 overeengekomen op een van de minst voor de hand liggende locaties voor dergelijke baanbrekende internationale onderhandelingen ooit, de Wright-Patterson Airforce Base in Dayton, Ohio.

Richard Holbrooke

Hoe dit allemaal zo gekomen is, kan worden nagelezen in het boek To End a War, van de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken en hoofdonderhandelaar Richard Holbrooke (Random House, 1998). Een goed leesbaar en uitstekend verslag, zij het – zoals de titel al doet vermoeden – niet geheel vrij van enige ijdelheid. In mijn ogen is hem dit vergeven, want zonder zijn bulldozer-diplomatie waren we niet veel verder gekomen. Tien jaar geleden, op 13 december 2010, overleed hij, rijkelijk jong met 69 jaar. Ik heb hem eenmaal ontmoet in Sarajevo, op de Amerikaanse ambassade, in 1996. Zo iemand vergeet je niet snel.

Dat Holbrooke het voor elkaar had gekregen dat in november 1995 de drie verbitterde, op leven en dood, met elkaar strijdende ex-Joegoslavische partijen om de tafel zaten op een luchtmachtbasis in the middle of nowhere was al een hele prestatie. Er was nauwelijks vermaak, ofschoon de Amerikaanse gastheren voor voldoende whisky en andere drank hadden gezorgd, maar je kon geen kant op. De onderhandelaars zaten vast in een hangar. De realiteit had de strijdende partijen om de tafel gebracht.

De maat was – eindelijk – ook voor de Amerikanen vol. Eerst na de door de Bosnische Serviërs gepleegde genocide in Srebrenica in juli 1995, en de Bosnisch-Servische mortieraanval op de markt in Sarajevo op 28 augustus 1995. In Navo- verband werd besloten tot de operatie Deliberate Force, luchtaanvallen op Bosnisch-Servische stellingen in Oost-Bosnië en vernietiging van de daar opgestelde zware wapens, afkomstig uit de arsenalen van de voormalig Joegoslavische krijgsmacht. Tegen de Navo-overmacht was geen kruid gewassen. De Bosnische-Serviërs en hun Servische beschermheer Slobodan Milosevic werden letterlijk naar de onderhandelingstafel gebombardeerd.

Einde belegering

Het onmiddellijke effect was heilzaam. De gevechtshandelingen werden gestaakt, Aan de belegering van Sarajevo kwam een einde. De stad kon weer ongehinderd over de weg worden bevoorraad, zonder oponthoud bij Servische roadblocks waar transporten niet werden doorgelaten zonder een belangrijk percentage van de vervoerde goederen af te staan. Nutsvoorzieningen als gas, elektriciteit en waterleiding konden worden hersteld. Civiel luchtverkeer kwam weer langzaam op gang. Je kon in Sarajevo weer over straat lopen zonder vrees het slachtoffer te worden van een Servische scherpschutter. Voor het eerst weer eens opgelucht adem halen, was de eerste, primaire reactie.

Verder is er in mijn ogen weinig reden tot vreugde of optimisme. Dayton verdeelde Bosnië-Herzegovina in twee entiteiten: de Bosnisch-Kroatische Federatie en de Republika Srpska, met een driemanschap als staatshoofd, bestaande uit een om de vier jaar te kiezen Bosnisch (moslim), Kroatisch (rooms-katholiek) en Servisch (orthodox) lid van het presidium.

Deze staatsinrichting was en is een gedrocht. 25 jaar na Dayton kan het land nog steeds niet zonder de aanwezigheid van het Office of the High Representative in Sarajevo. Deze door de EU in te vullen functie van Hoge Vertegenwoordiger is bij het Verdrag van Dayton ingesteld om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de civiele bepalingen van het verdrag. Niet de minsten hebben deze positie bezet: de Zweedse oud-premier Carl Bildt, de Spaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Carlos Westendorp, de prominente Britse politicus Paddy Ashdown, en nu de zeer capabele Oostenrijkse diplomaat Valentin Inzko.

Laatstgenoemde heb ik nog meegemaakt in 1996/97 toen hij Oostenrijks ambassadeur in Sarajevo was. Hij kwam uit Karinthië, sprak Sloveens, en had daarmee een niet gering linguïstisch voordeel op zijn EU-collega's.

Destructieve koers

Al deze zwaargewichten zijn er in 25 jaar niet in geslaagd de drie bevolkingsgroepen nader tot elkaar te brengen, of zelfs maar tot de meest basale vormen van praktische samenwerking te bewegen. Tussen Kroaten en Bosnische moslims gaat het nog, zij het niet altijd van harte. Maar de Republika Srpska vaart onder leiding van het Bosnisch-Servische lid van het presidentiële triumviraat, Milorad Dodik, haar eigen destructieve, provocatieve, extreem nationalistische koers. Het streven naar volledige onafhankelijkheid of aansluiting bij Servië staat bij Dodik hoog op de agenda, en staat aan de basis van zijn populariteit in Banja Luka.

Je moet de hoop nooit opgeven, maar 25 jaar na Dayton heb ik weinig hoop op het tot stand komen van een multi-etnische, multireligieuze samenleving in Bosnië-Herzegovina, toch een van de hoofddoelstellingen van het verdrag. Niet als tienduizenden Kroaten en moslims na meer dan vijfentwintig jaar nog steeds niet kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke woonplaatsen, die zich nu in de Republika Srpska bevinden.

Hans Glaubitz was op Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor humanitaire hulp aan het uiteengevallen Joegoslavië in 1994-1995 en in 1996-1997 zaakgelastigde in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij schreef het boek Vervaagde Grenzen (2019).

Meer over