ColumnFrank Heinen

23:59 op de klimaatklok; wie wil er nog een speklap?

null Beeld -
Beeld -
Frank Heinen

Op Twitter schreef klimaatwetenschapper Peter Kalmus deze week: ‘We know what to do, we know how to do it, it requires taking toys away from the rich and world leaders aren’t doing it.’ Kalmus had het niet over de nieuwe campagne van de Nederlandse overheid die burgers aanspoort korter te douchen en ook niet over het zomeravondtempo waarmee minister Hoekstra en ‘aanpakker en aanjager’ Blok achter de Russische miljarden in Nederland aandribbelen – steeds als Blok een of ander superjacht in beslag komt nemen, ziet hij nog net een triomfantelijk rookpluimpje achter de horizon verdwijnen – maar over het nieuwste IPCC-rapport.

Inmiddels vormt elk IPCC-rapport over klimaatopwarming aanleiding om onder de bank te gaan zitten kniezen. Het is één voor twaalf, aldus medeauteur Detlef van Vuuren. Probleem: zodra het eenmaal twaalf uur is, luiden er geen klokken, er wordt geen apocalyptisch vuurwerk ontstoken en er is geen Laatste Proostmoment. Het kantelpunt, het punt waarop de temperatuurstijging niet meer tot 1,5 graad beperkt kan blijven, zal in relatieve stilte voorbijglijden, net als de vorige kantelpunten dat deden.

Tuurlijk, er zal nog wel een aantal voorpagina’s passeren met koppen als ‘Laatste kans voor het klimaat’, zoals in deze krant, dinsdag, maar meer ook niet. En het IPCC is helder: de komende jaren zijn cruciaal. Nu, of nooit. ‘We moeten inzetten op gedragsverandering’, zei klimaatonderzoeker Heleen de Coninck. ‘Verandering van culturele normen.’ Ze noemde vlees als voorbeeld. Want hoewel de Week van de Slager dezer dagen in het teken staat van een dreigend tekort aan slagers, is het eten van vlees in dit land nog altijd de norm. Steek je neus buiten je bubbel en de geur van gebraden dier slaat je in het gezicht. Een minister hoeft maar, zoals vorige week, een voornemen tot een onderzoek naar een eventuele heffing op vlees aan te kondigen en de halve Kamer zit al in de hoogste boom memes van bedroefde gehaktballen te twitteren, de mond vol van kiloknallers en ‘ik mag toch zeker zelf bepalen…?’.

Specialisten betwijfelen of een vleestaks werkt, en er zijn ook nog wel andere manieren te bedenken om iets aan de overvloedige vleesconsumptie te doen – elke dag dat de bio-industrie in zijn huidige vorm blijft bestaan, wordt het oordeel van komende generaties over het feit dat iets dergelijks ooit normaal was vernietigender. Maar het gaat om die reflex: dat bepaal ik zelf wel, en laat me lekker barbecuen (vrij naar: de premier). Het is die Pavlov-reactie die zo enorm wordt gevreesd.

Enkele jaren geleden zette de overheid een duurzaamheidscampagne op touw, ‘Iedereen doet wat’. Destijds noemde het ministerie van Landbouw ‘minder vlees eten’ niet als mogelijkheid om duurzamer te leven, omdat dat politiek gevoelig zou liggen. De angst een trosje militante carnivoren op stang te jagen, won het van de wens om werkelijk verandering teweeg te brengen – al werd het advies later via een ‘positieve sociale norm’ alsnog subtiel toegevoegd.

Op de klimaatklok is het intussen dus 23:59. En er gebeurt van alles, en het gaat sneller dan gedacht, maar toch gebeurt er onvoldoende, en gaat het niet snel genoeg. Met beleidsmakers die actief bijdragen aan cultuuromslagen, kunnen de meest catastrofale scenario’s misschien nog omzeild worden. Met verantwoordelijken die onder het motto van ‘ieders vrije keuze’ achter de altijd net te traag kantelende tijdgeest aan sukkelen, blijft het schipperen, tot we zinken.

Meer over