Beter Leven

Welke invloed hebben hormonen op ons gewicht?

Ieder pondje gaat door het mondje, is het gevleugelde gezegde. Maar er razen talloze hormonen door ons lijf die invloed hebben op hoeveel we aankomen of afvallen. Een aantal van de belangrijkste en hun werking worden hier uitgelicht.

Anouk Broersma
null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

De een heeft een hekel aan zijn buikje, de ander maalt er niet om. Hoe je er ook tegen aankijkt, waarschijnlijk onderschat je dat blubberlaagje. ‘Mensen denken vaak dat buikvet slechts een laagje voor energieopslag is, maar vet is een actief orgaan dat honderden hormonen en andere stofjes aanmaakt’, zegt internist-endocrinoloog en hoogleraar Liesbeth van Rossum van het Erasmus MC.

Het staat constant in contact met andere organen, zoals de darmen en hersenen. Door hongerhormoon ghreline uit de maagwand krijg je trek, verzadigingshormonen uit de darmen vertellen je te stoppen met eten. En dat toetje dat na een flink avondmaal tóch past? Daarvoor mag je onder andere dopamine danken, in het beloningssysteem van de hersenen.

Een hormoon uit vetcellen dat een belangrijke rol speelt bij overgewicht is leptine. Toen wetenschappers die stof in de jaren negentig ontdekten, dachten ze hét medicijn tegen obesitas te hebben gevonden. Leptine toedienen aan muizen onderdrukte de eetlust en hielp bij de vetverbranding. Maar al snel bleek het niet zo simpel bij mensen.

Leptine en eetlust

Leptine zet een rem op de eetlust, maar een verzadigingshormoon zou moleculair neurobioloog Roger Adan (UMC Utrecht) het niet noemen. ‘Vet is waar je energie opslaat, leptine informeert de rest van het lichaam hoeveel voorraad er is.’ Hoe meer vet, hoe meer leptine en hoe meer signalen in het regelcentrum van de hersenen binnenkomen. Die hersenen sturen vervolgens aan het lichaam de boodschap: stop met eten en zwengel het verbrandingssysteem aan.

Dat mechanisme raakt verstoord als je obesitas hebt ontwikkeld. De hersenen krijgen dan continu zo’n hoog gehalte leptine binnen dat ze niet meer reageren. Leptine-resistentie heet dat, en daar kom je moeilijk vanaf. Die resistentie is mede waarom crashdiëten op de lange termijn zo slecht werken. Natuurlijk val je af van tijdelijk weinig eten, maar die verstoorde balans blijft of verergert. Op de lange termijn krijg je dan vaak het jojo-effect. Van Rossum: ‘Verstoorde hormonale regelmechanismen proberen het lichaam weer terug naar het hogere gewicht te brengen.’

Bij obesitas is daarom vaak medische begeleiding nodig om blijvend af te vallen. De basis blijft een gezond dieet en bewegen, maar er bestaan behandelingen die de hormoonbalans helpen herstellen. Zo kan de arts medicijnen voorschrijven, hoewel nog niet vergoed, die inspelen op honger- en verzadigingshormonen. Een meerderheid van de patiënten valt daarmee zo’n 5 à 10 procent extra af, vertelt Van Rossum. Eind volgend jaar verwacht ze een nog effectiever middel op de markt, dat in Amerika al mooie resultaten laat zien.

Adan heeft daarnaast goede hoop voor een behandeling waarover hij samen met internationale collega’s afgelopen zomer een review publiceerde. Die behandeling richt zich op een receptor die een belangrijke schakel blijkt in gewichtsregulatie. ‘Leptine activeert dat systeem, met medicatie kun je dat nabootsen en leptineresistentie opbreken.’ Maar, voegt Adan eraan toe, zoals bij alle behandelingen geldt: het helpt alleen als je je daarnaast aan een gezond dieet houdt.

Cortisol en balans

Leptine is zeker niet het enige hormoon dat invloed heeft op overgewicht. Ook bijvoorbeeld het stresshormoon cortisol speelt een rol. Bij acute stress krijgen veel mensen geen hap door hun keel, maar chronische stress leidt juist vaak tot extra kilo’s, volgens Van Rossum.

‘Cortisol geeft een sein aan het brein om calorierijk te eten, dan ben je eerder geneigd ongezond te snacken.’ Ondertussen gebeurt er in het lichaamsvet iets bijzonders bij chronisch verhoogd cortisol: het verplaatst zich van plekken als de armen naar de buik. Terwijl juist buikvet het meest ongezonde vet in ons lichaam is, een risicofactor voor onder andere hart- en vaatziekten.

Ook zien vrouwen in de overgang bijvoorbeeld vaak een buikje verschijnen als de balans in geslachtshormonen verandert: oestrogeen neemt sterker af dan testosteron. De kilo’s vliegen er bij vrouw en man op latere leeftijd sowieso sneller aan doordat we met de jaren steeds minder groeihormonen aanmaken. Van Rossum: ‘Het gevolg is dat je gemakkelijker vetmassa stapelt en minder spiermassa.’

Daarnaast kunnen allerlei aandoeningen en medicijnen de balans verstoren. Gewichtstoename komt bijvoorbeeld vaak voor bij schildklierproblemen, door een tekort aan schildklierhormoon. Er gebeurt dus van alles in onze hormoonhuishouding waarover we weinig controle hebben. Wat je wel zelf kunt doen om té grote verstoring van de hormoonbalans te voorkomen? Het is misschien een open deur, maar dat komt toch neer op de gebruikelijke adviezen: gezond eten, bewegen, voldoende slapen en niet te veel stressen.

Meer over