introductie

We breken de natuur af, maar putten er ook inspiratie uit. Voilà, het thema van ons Designnummer

Terwijl de natuur door de mens wordt uitgehold, raken kunstenaars en ontwerpers steeds meer onder de indruk van slimme ontwerpen en de veerkracht in het planten- en dierenrijk. Dit designnummer gaat in z’n geheel over de inspiratie die ontwerpers en kunstenaars putten uit het dierenrijk.

Onlangs publiceerde The New York Times een reportage over Siberische rendierherders op het schiereiland Jamal. Deze herders werden gevaccineerd tegen covid: een logistieke uitdaging, want de Nenetsen, zoals de inheemse groep herders heet, gaan praktisch nooit naar de dokter, en een afspraak met ze maken is lastig. Dit nomadenvolk legt jaarlijks gemiddeld 1.300 kilometer af op een gebied van anderhalf keer Frankrijk, om hun rendieren te laten zoeken naar korstmos. Corona bereikte de herders lange tijd niet, zegt herder Ivan. ‘De problemen gingen waarschijnlijk aan ons voorbij vanwege onze afstand tot de bewoonde wereld. Ik ben bijvoorbeeld al 61 jaar in ‘zelf-isolatie’, sinds ik ben geboren.’

Ik bleef hangen bij de reportagebeelden; adembenemende foto’s van Aziatisch uitziende herders bij hun chows, traditionele tipi-achtige tenten midden in een glooiend landschap, ergens aan het einde van de wereld. De Nenetsen trotseren dagelijks de elementen – het kwik daalt in de winter tot wel 50 graden onder nul – door zich te tooien in van rendiervacht gemaakte sloffen en jassen, gedecoreerd met bloemmotieven op vilt. Hun agenda’s worden niet gestuurd door kantoor- en winkeltijden, door dwingende appjes en deadlines, maar door het bioritme van hun rendieren.

De winterse plaatjes van The New York Times voerden me in gedachten ook terug naar de eerste hond in mijn leven, een witte, West-Siberische poolhond genaamd Twinkel die ik als meisje twee keer per week mocht uitlaten. Van haar baasje, een oude mevrouw uit de buurt, hoorde ik dat Twinkel een samojeed was, het poolhondenras dat de taak had om kleine kinderen warm te houden. Ik droomde weg bij dat idee: ik in een tipitent, buiten huilt de wind, en binnen liggen drie Twinkels in mijn bed als levensgrote kruiken. Precies deze honden beschermen met hun lieflijke snuiten de kudde rendieren van de Nenetsen tegen wolven.

Het romantische beeld van deze nomaden is overigens vrij makkelijk door te prikken. Op het ijskoude Russische schiereiland heeft het moderne leven zich inmiddels aangediend: de Nenetsen torsen satellietschotels met zich mee, zo blijkt uit de reportage. Ze zitten ’s avonds in hun tenten voor de Russische buis, misschien wel met een zak dikmakende chips. Hun bestaan wordt ernstig bedreigd door de winning van gas- en olie in de permafrost en door klimaatverandering, waardoor het leefgebied van de nomadenstam op gevaarlijke wijze aan het veranderen is. En hoe moeten we het sacrale evenwicht tussen mens en rendier waarderen, iets waar de Nenetsen bij zweren? Die waardering is soms ver te zoeken, bijvoorbeeld als de herders hun bokken onverdoofd castreren.

En toch gaat er een zekere aantrekkingskracht uit van het leven in het wild, volledig in het teken van een innige cohabitatie met oogverblindende beesten als samojeden en rendieren. Ik heb altijd het idee gekoesterd dat een hechte omgang met dieren je tot een beter, en bewuster mens maakt.

De Amerikaanse schrijver, dichter en filosoof Henry David Thoreau dacht daar ook zo over, toen hij zich in de 19de eeuw uit onvrede over de moderne samenleving terugtrok in een zelfgemaakte hut aan de oever van het Waldenmeer in het noorden van de staat Massachusetts. Thoreau bestudeerde uitvoerig de dieren om hem heen: de groepen mieren die in oorlog met elkaar waren, de spreeuwen en eekhoorns die hun nestjes bouwden, de bosmarmot die aan de bonen op zijn akker knabbelde. ‘Alle dieren zijn lastdieren, in zekere zin, bestemd om een deel van onze gedachten dragen’, schrijft Thoreau in de eco-klassieker Walden. Hij werd mede dankzij de ethische inzichten uit de levende natuur pacifist, vegetariër en grondlegger van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Animals are good to think with’, citeert fotograaf en onze weekendgids Charlotte Dumas de beroemde filosoof Claude Lévi-Strauss in deze designspecial, die geheel gewijd is aan dieren en de inspiratie die ontwerpers en kunstenaars putten uit het dierenrijk. ‘Dieren halen je uit je eigen perspectief’, zegt Dumas, die doorbrak met haar schilderachtige foto’s van Romeinse politiepaarden. ‘Net als kleine kinderen communiceren ze op een andere manier, non-verbaal, niet gehinderd door existentiële angsten of een besef van gisteren of morgen. Dat is troostrijk en jaloersmakend tegelijk.’

Mensen kunnen een opmerkelijk toegewijde band aangaan met dieren, een relatie die in de wetenschap eigenlijk pas de afgelopen decennia goed is onderzocht. De Russisch-Amerikaanse psycholoog Boris Levinson werd begin jaren vijftig van de vorige eeuw nog uitgelachen toen hij meende dat honden een positieve uitwerking hadden op kinderen met gedragsproblemen. Zijn wetenschappelijke artikel De hond als co-therapeut stuitte op hoon, maar inmiddels zijn de ideeën van Levinson gemeengoed; tal van studies tonen aan dat mensen door contact met huisdieren minder cortisol (het hormoon dat wordt geassocieerd met stress) en meer oxytocine (ook wel ‘het knuffelhormoon’ genoemd) aanmaken. Dankzij onderzoek van het Allen Institute for Brain Science in Seattle weten we dat mensen speciale hersencellen hebben voor hun omgang met dieren: in de amygdala, het gebied van het brein dat is betrokken bij emoties, bevinden zich neuronen die sneller reageren door beeltenissen van dieren. De studie uit 2011 wijst op een neurale basis voor de sterke emotionele reacties die beesten kunnen ontlokken. Dieren – en met name dieren die lijken op baby’s – kunnen een troostrijk en vrolijk gevoel oproepen, en zelfs door emotionele blokkades heen beuken met hun snuiten en glanzende ogen.

Het dierenrijk vormt daarnaast een inspiratiebron voor duurzaam en slim menselijk design. Een beroemd historisch voorbeeld is Leonardo da Vinci, die uitvoerig de bewegingen en botstructuren van vogels bestudeerde in zijn pogingen om een vliegmachine te ontwerpen. Onder de noemer biomimicry zijn de afgelopen jaren tal van constructies gebouwd en verrezen die bouwwijzen van de natuur nabootsen om zo slimmer om te gaan met ruimte en energie. Zo is er het Nationale Stadion van Beijing, gemodelleerd naar een vogelnest, naar het idee van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei, en een gemeentekantoor van Melbourne, dat is geïnspireerd op een termietenheuvel. Een ander voorbeeld van biomimicry is de Japanse kogeltrein. Door de neus van de hogesnelheidstrein dezelfde stroomlijn te geven als de snavel van de ijsvogel kan de trein harder en zuiniger rijden, en zijn passagiers verlost van de harde knallen door het luchtdrukverschil. De Augurk ten slotte, de kogelvormige wolkenkrabber in het financiële district van Londen, is in vele opzichten een nabootsing van het venusmandje, een type spons met stevig en duurzaam soort traliewerk van silica, ofwel glas.

Bittere ironie kun je het noemen: terwijl er steeds meer interesse is in natuurlijke vormgeving, wordt diezelfde natuur door menselijk handelen steeds meer uitgehold. Een update begin september van het IUCN, het internationale samenwerkingsorgaan dat zich bezig houdt met biodiversiteit, liegt er niet om: 138 duizend planten- en diersoorten worden op dit moment met uitsterven bedreigd, waaronder 26 procent van alle zoogdieren, en 12 procent van alle vogels. De dieren dreigen te verdwijnen door ontbossing, vervuiling en overexploitatie. Alleen in de uithoeken van de wereld – zoals op de arctische gronden van het schiereiland Jamal – lijkt er nog enigszins sprake te zijn van een leefbare balans tussen mens en dier.

Het verlangen naar een beter evenwicht is bijna tastbaar in deze designspecial, volledig gewijd aan dieren en design. Neem het interview met kunstenaar en ontwerper Christien Meindertsma, die furore maakte met haar boek Pig 05049, waarin ze laat zien hoe moeilijk het is om varkensvrij te consumeren: van cheesecake tot medicijncapsules, in onvoorstelbaar veel producten zit materiaal van varken verwerkt. Met haar meest recente installatie Sharing Elements, vanaf 16 oktober te zien tijdens de Dutch Design Week, kunnen bezoekers ontdekken uit welke elementen hun lichaam bestaat. Meindertsma wil mensen ervan doordringen dat ze niet boven de natuur staan, maar onderdeel zijn van hun omgeving: ‘We zijn allemaal onderdeel van één systeem.’ Journalist Jeroen Junte verdiepte zich in de opkomst van diervriendelijke ontwerpen, oftewel: vegan design. In de praktijk heeft dat nog haken en ogen, omdat de harde eis van vegan luidt dat dieren op geen enkele manier mogen lijden tijdens het productieproces. En zo voldoet bijvoorbeeld zijde niet aan de eis, omdat die wordt gemaakt door de zijderups in gevangenschap. En zelfs in gereedschappen als kwasten en schuurpapier zijn dierlijke producten uit de bio-industrie verwerkt. Wel helemaal veganistisch: de ‘zoutkruk’ van de Israëlische ontwerper Erez Nevi Pana, die het meubelstuk wekenlang in de Dode Zee legde, zodat er een grillige zoutstructuur ontstond op het hout.

Junte liep ook mee met landschapsarchitect Thijs de Zeeuw, die hem meenam op een ‘poldersafari’ langs snelwegen, vinexwijken en industrieterreinen waar doorgangen en verblijfplaatsen voor wilde dieren zijn gemaakt. De safari biedt troost, want van een loopbrug voor overstekende eekhoorns, tot een rifkorf voor migrerende stekelbaarzen, overal in Nederland worden pogingen gedaan om vreedzamer samen te leven met wilde dieren. Ten slotte in dit designnummer ook veel aandacht voor de schoonheid en vertroosting van dieren, zoals in de kleurrijke dierentekeningen van kunstenaar Rop van Mierlo en de magistrale foto’s van Charlotte Dumas.

‘Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven’, schrijft Henry David Thoreau in Walden, ‘om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me moest leren, zodat ik niet op mijn sterfbed zou moeten ontdekken dat ik niet geleefd had.’ Voor Thoreau stond een oprecht en authentiek leven in het teken van evenwicht tussen de mens en natuur. ‘Thoreau ziet met eigen ogen de geboorte van het antropoceen’, zei zijn biograaf Laura Dassow Walls vorig jaar in een mooi artikel in De Groene Amsterdammer over de herwaardering van Walden. Het is duidelijk dat we inmiddels zijn aanbeland in dit geologische tijdperk waarin de mens overal domineert en zijn schadelijke sporen nalaat. Terugtrekken in een zelfgemaakte hut biedt geen soelaas. Maar gelukkig kunnen we dankzij kunst en design ook buiten de wildernis het fundamentele belang voelen van een beter evenwicht tussen de mens en natuur, getuige dit extra dikke, extra diervriendelijke nummer.

Meer over