opvoeden

Wat als je zoon roept: ‘Dat is voor meisjes!’ – ondanks de genderneutrale opvoeding?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

Anna van den Breemer
null Beeld AP
Beeld AP

‘Mijn man en ik staan versteld van de traditionele opvattingen van onze kleuterzoon’, mailt een moeder. ‘Meisjes zijn volgens hem tere wezens die roze tutu’s dragen, nooit stout zijn en met hoge stem ‘red mij’ zeggen. Jongens daarentegen zijn lawaaierig, onhandig, maar ook de brandweer en de held.’ En dat terwijl zijn ouders hem genderneutraal opvoeden en thuis een compleet ander voorbeeld geven. Moeder is kostwinner, rijdt auto én denkt aan het bloemetje voor de juf. Vader is creatief, kookt, knutselt en doet de meeste klussen in huis. De ouders willen weten: hoe komt ons kind aan die ouderwetse opvattingen en wat kunnen we eraan doen?

Dit zeggen de deskundigen

Er zijn geen cijfers bekend over hoeveel ouders in Nederland hun kind genderbewust opvoeden, zoals het koppel uit het voorbeeld. ‘Ik merk dat er twee kampen zijn’, zegt Joyce Endendijk, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, die onderzoek doet naar hoe genderstereotypen het gedrag van ouders en kinderen beïnvloeden. ‘Ouders die ervoor openstaan en een traditionele groep die het een linkse hobby vindt.’

Volgens experts kunnen genderstereotypen als ‘meisjes zijn lief’ wel degelijk schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. ‘Als een kind gelooft in strikte genderhokjes, dan kan het zich ernaar gaan gedragen, bijvoorbeeld door de beroepskeuze aan te passen’, zegt Endendijk. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij de profielkeuze op school’, vult hoogleraar Judi Mesman aan. Ze doet aan de Universiteit Leiden onder andere onderzoek naar genderfactoren in de ouder-kind-interactie. ‘Waarom hebben we zo weinig mannelijke leerkrachten en kiezen zo weinig meisjes voor een technisch beroep? In andere landen speelt dit minder, dus het is geen kwestie van biologische verschillen.’

Hoe bepalend is het voorbeeld dat opvoeders thuis geven? ‘Je kunt niet zeggen: voor zoveel procent zijn de ouders verantwoordelijk voor de gendernormen van kinderen’, zegt Mesman. ‘Kinderen krijgen op een dag meer dan honderd ‘genderboodschappen’ mee: in de winkel, op school, via de televisie.’ Uit onderzoek blijkt wel dat de rolverdeling thuis invloed heeft. ‘Als de taakverdeling minder traditioneel is, dan is de kans groter dat de kinderen later ook een minder traditionele rol op zich nemen.’

Kleuters zijn een categorie apart, benadrukt Judi Mesman. ‘Ze zijn nog aan het leren hoe de sociale wereld werkt en dat doen ze door alles te categoriseren.’ Wat mag wel en wat mag niet? Wat doen meisjes en wat hoort bij jongens? In de leeftijdscategorie vijf tot zeven jaar bereikt dit ‘hokjesdenken’ een piek met rigide denkbeelden. ‘Bij meisjes uit dit zich vaak in de rozeprinsessenfase’, aldus Mesman. ‘Ouders zou ik willen geruststellen: het gaat weer over. Mijn drie dochters wilden vroeger alles in het roze, maar zijn nu zelfbewuste feministische jongedames.’

Hoe pak je het aan?

Als zoonlief luidkeels blijft verkondigen dat bepaalde dingen alleen voor meisjes zijn, dan kunnen de ouders hier tegenin gaan. Mesman: ‘Zeg: nou, toch niet alle meisjes doen zo? En er zijn ook jongens die gered willen worden.’ Probeer praktijkvoorbeelden te geven uit de directe omgeving. ‘Is voetballen alleen voor jongens? Maar we zien toch altijd je buurmeisje op straat voetballen?’ Het zal niet direct effect hebben, maar blijf volhouden. Ga niet overdreven corrigeren en houd het speels.’

Uit onderzoek blijkt dat het goed is voor kinderen om met zowel jongens als meisjes te spelen. ‘Het heeft een positief effect op hoe ze in hun vel zitten. En ze leren uit eigen ervaring dat die stereotypen niet altijd opgaan’, vertelt Endendijk.

Wie weet blijkt tijdens zo’n speelafspraak dat het schattige meisje uit zijn klas zeer geloofwaardig is in haar rol als stoere brandweer.

Meer over