reportage

Waarom het al zo lang rommelt rondom borstimplantaten – en vrouwen toch nog steeds nieuwe nemen

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Kelly (25) laat na zes jaar haar borstimplantaten weghalen. Elise (24) neemt juist vol vertrouwen nieuwe. Siliconen-borstimplantaten, al een tijd omgeven met zorgen over gezondheidsklachten, vormen nog steeds een groeimarkt. Tegelijk laten veel vrouwen ze eruit halen. Hoe kan dat?

Het is een doodgewone woensdag bij Kelly van Heijnengen (25) thuis: chihuahua-russell Sammie springt bij haar op de leren bank, op tafel piept via de babyfoon af en toe haar jongste dochter, maar Van Heijnengen is nerveus.

Woensdag gaan ze eruit, de twee Mentor-implantaten van 425 cc, of wat daarvan over is, want ze weet bijna zeker dat ze leger zullen zijn dan toen ze er zes jaar geleden in gingen. ‘Ik wil ze mee naar huis!’, zegt ze. Pas dit voorjaar begon het haar te dagen: de waslijst aan klachten, haar jarenlange geleur bij specialisten, het lag al die tijd al aan die borsten.

Op dit moment heeft ze alleen last van tintelingen, duizeligheid, en een verlammende vermoeidheid, maar wat heeft ze ook alweer allemaal gemankeerd? Ze leest op van een A4-tje: koorts bij het traplopen, benauwdheid, hyperventilatie, paniekaanvallen, hoge hartslag, hartkloppingen, opvliegers, longontstekingen, misselijkheid, pijnsteken in de linkerborst. Er is onder meer gedacht aan een longembolie, een stoornis aan het evenwichtsorgaan, astma, want ze rookt immers ook, de ziekte van Menière – pas toen al het andere was uitgesloten, kwam Van Heijnengen op Linda.nl een artikel tegen over de auto-immuunziekte breast implant illness (BII, soms ook wel Asia-syndroom genoemd). Eindelijk had ze een naam voor haar problemen.

Steeds meer vrouwen lichten elkaar voor over het risico op BII, via Facebookgroepen, organisaties als Calm Your Tits en het Meldpunt Klachten Siliconen. Dit voorjaar verscheen de documentaire Moordtieten, waarin youtuber Dionne Slagter tot de conclusie kwam dat haar implantaten haar ziek zouden kunnen maken – ze liet ze vervangen voor een paar dat mogelijk minder schadelijk zou zijn. De aandacht zorgt voor een explosieve groei van het aantal explantaties, zoals het weghalen van implantaten wordt genoemd.

De siliconenpoli in het UMC Amsterdam had begin dit jaar een wachtlijst van 15 maanden, die ze wisten in te dammen tot 5. Wat opvalt in discussies over het onderwerp, is de onenigheid over de risico’s: waar een plastisch chirurg als Rita Kappel zegt dat iedere vrouw last zal krijgen van siliconenimplantaten, schrijft haar collega Frank Niessen in een blog dat naar schatting 1 op de 500 vrouwen ziek wordt. Marc Mureau, oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC), schrijft in Don Croonenbergs boek Het Siliconenlek (2018): ‘We zien geen wetenschappelijke basis voor het idee dat siliconen, afkomstig uit zwetende of lekkende implantaten, de directe oorzaak zijn van klachten die vaak onder het Asia-syndroom worden geveegd.’ Prabath Nanayakkara, oprichter van de siliconenpoli van het Amsterdam UMC, vindt dat er meer onderzoek moet worden gedaan.

Stijgend aantal implantaties

Tegelijk stijgt het aantal implantaties nog steeds. Bij de Velthuis kliniek hebben ze het ‘drukker dan ooit’, zegt plastisch chirurg dr. Laura Zaal. ‘De fabriek van Mentor-borstimplantaten in Leiden, die voor Europa, Azië en Rusland produceert, kon de productie afgelopen jaar niet aan, omdat er in 2020 200 procent meer vraag naar borstimplantaten was.’ Hoe kan dat? En hoe moeten vrouwen met een borstenwens het risico inschatten als de beroepsgroep er zelf niet uit is?

Zes jaar geleden was het nog simpel: over de risico’s van borstimplantaten wist Van Heijnengen, toen 19 jaar, niets. Ze was veel met sport bezig, en wilde slank zijn met een paar goeie jongens erop. ‘Nu vind ik het zo dom klinken, maar ja, toen wilde ik het. Een kennis en mijn nicht hadden ook al implantaten, dan denk je er toch makkelijker over.’ Ze belde de chirurg die de kennis had aangeraden, en twee weken later was de klus geklaard. ‘Binnen veertig minuutjes, het is lopende bandwerk voor hen.’

Van Heijnengen haalt het bonnetje tevoorschijn, ‘kijk: 2.800 euro’, en weer daaronder, dat zag ze later pas in de kleine lettertjes in het contract: ‘Hier staat het: het Asia-syndroom als één van de risico’s.’ Opvallend: in de chirurgische bijsluiter van de beroepsvereniging NVPC staat dat niet is vastgesteld ‘dat vrouwen met borstimplantaten een verhoogd risico op deze ziekten hebben.’

Al in dat eerste jaar ging het mis. Van Heijnengens borsten werden groot, breed, en pijnlijk. Ze raakte vermoeid, en niet gewoon slapjes, nee: niet-uit-je-nest-kunnen-komen-vermoeid. En ze kreeg duizelingen en paniekaanvallen: ‘Het gevoel dat je doodgaat aan een hartaanval’. Waardoor kon ze zich zo ellendig voelen?

Altijd iets aan de hand

‘Vroeg of laat heeft de gezondheid van elke vrouw onder siliconenimplantaten te lijden’, zegt plastisch chirurg Rita Kappel (70). Ze ziet al jaren vrouwen als Van Heijnengen in het Kappel Instituut in Zwolle. Een paar jaar geleden mocht ze zelfs onderzoek doen naar ‘het siliconenvraagstuk’ op het lichaam van een overleden vrouw – daarover later meer. Kappel houdt niet zo van het lawaaiwereldje van de media, zegt ze, maar voelt nu een verantwoordelijkheid hierover te praten.

Al tijdens haar beginjaren als staflid in het UMC in Groningen, eind jaren negentig, begon haar iets op te vallen: ‘Er was altijd iets aan de hand achteraf met patiënten met siliconenimplantaten.’ Kappel begon zich te roeren in het gesprek onder plastisch chirurgen, in het tijdschrift van de beroepsvereniging, en niet tot vreugde van die gemeenschap. ‘Het siliconenvraagstuk werd toen al een heet hangijzer en er werd naarstig gezocht naar manieren om het de kop in te drukken’, zegt ze.

Volgens Kappel kwam in medische vakbladen te staan dat er niets aan de hand was met siliconenimplantaten, omdat de klachten niet werden geregistreerd bij chirurgen, maar bij de huisarts. ‘Dan kwam in het dossier niets te staan, en kwam er een artikel waarin stond: niks aan de hand.’ Maar Kappel stelde vast dat bij patiënten waarbij ze implantaten explanteerde, de klachten afnamen. Ze stopte met het gebruik van siliconen, en later ook met zoutwaterimplantaten, ‘en daar slaap ik heel goed op, snap je?’

Voor Kappel staat inmiddels als een paal boven water dat siliconen voor iedere vrouw schadelijk zijn, maar haar kijk op de zaak is omstreden. ‘Zij kan dat niet zo stellen, want het is niet wetenschappelijk bewezen’, zegt plastisch chirurg Laura Zaal, specialist op het gebied van borsten, in haar consultkamer in de Velthuis Kliniek: ‘Dat de klachten van breast implant illness worden veroorzaakt door siliconen is nooit aangetoond.’

Zaal wijst daarbij op een onderzoek onder 238 vrouwen dat in 2020 in het Aesthetic Surgery Journal verscheen van onder meer immunoloog prof. Tervaert en plastisch chirurg prof. van der Hulst van de Universiteit Maastricht. Daarin werden vier groepen vergeleken, één groep met siliconen borstimplantaten via het Meldpunt Klachten Siliconen, één willekeurige groep met siliconenimplantaten, één met watergevulde prothesen en een controlegroep zonder. Uit het onderzoek bleek dat de klachten van BII niet significant meer voorkwamen bij vrouwen met (siliconen) borstimplantaten dan zonder.

Zelfverzekerder

Zaal richt zich voor 70 procent op cosmetische borstcorrecties en doet wel 350 borstvergrotingen per jaar. ‘Een belangrijk deel van het vrouwelijk lichaam’, zegt Zaal: ‘Je voedt je kinderen ermee, het geeft een bepaalde vrouwelijkheid. Vrouwen voelen zich na een borstvergroting vrouwelijker, sexier en zelfverzekerder en vinden dat kleding mooier staat.’

In een rapport van het RIVM werd onlangs gemeld dat niet kan worden vastgesteld dat siliconen de oorzaak zijn van gerapporteerde klachten – maar ook niet dat ze dat níét zijn. De Universiteit Maastricht begon hierna met andere partijen een groter, nog te verschijnen onderzoek. En dus kan de één stellen dat niet is aangetoond dat siliconenimplantaten veilig zijn, en de ander dat niet is aangetoond dat ze onveilig zijn. Zo blijft (ook boven artikelen als deze) altijd de vraag hangen: worden de risico’s van siliconen door belanghebbenden gebagatelliseerd, of wordt met de recente aandacht rondom het onderwerp een beperkt risico opgeblazen?

Elise Kroon (24) zou zeggen: dat laatste. Ook voor haar is het een spannende week: op vrijdag krijgt ze de borsten waarover ze al tien jaar nadenkt. Ze heeft zich juist door de media-storm uitgebreid ingelezen. Kroon vindt het jammer dat er zo veel aandacht uitgaat naar siliconenproblemen die, zoals zij concludeert, maar een klein deel van de vrouwen treffen.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Via Zoom vertelt ze vanuit haar studentenkamer: ‘Toen ik 14 was, wist ik al dat ik achterliep. Gepest werd ik niet, maar er waren altijd opmerkingen als: hé, daar heb je de plank.’ Push-up-bh’s hielpen niet, zegt Kroon, want er viel niets te pushen. ‘Daar heb ik rond mijn 17de en 18de veel verdriet van gehad. Ik heb heel vaak gehuild, als ik in de Hunkemöller stond en zelfs de kleinste beha niet paste.’ Ook in de slaapkamer zat haar kleine cup haar dwars: ‘Ik durfde geen seks te hebben zonder bh aan, of alleen met het licht uit.’ Maar de laatste jaren is ze zelfverzekerder, en vindt ze haar bescheiden borsten ook wel mooi – alleen klein.

‘Toen kwam ik een vriendinnetje tegen die een borstvergroting had laten doen, ze was zo happy, het was zo mooi. Ze trok haar shirt omhoog en we stonden met zes meiden eromheen aan haar borsten te voelen.’ Toen Kroon bij de chirurg van die vriendin de 3D-modellen van de rondborstige toekomst zag, was ze overtuigd. De plastisch chirurg: Laura Zaal.

Over de risico’s wist Kroon al een en ander, ook omdat haar peetmoeder bij een cosmetische kliniek werkt. Ze heeft een hele hoop tabbladen openstaan op haar computer, laat ze zien: een artikel van Trouw, de International medical database: ‘Juist omdat ik wilde zien: is er ergens een oorzaak-gevolgverband? Nergens.’

Nocebo-effect

Volgens Kroon heeft Zaal haar goed voorgelicht over de risico’s: ‘Ze zei: ik opereer je niet als je hierover twijfelt.’ Zaal merkt dat vrouwen zich juist heel goed inlezen, en angstiger zijn geworden door berichtgeving in de media: ‘Als er zo’n programma op tv komt, krijg ik begrijpelijkerwijs meer vragen. Wat we ook zien is dat er een nocebo-effect plaatsvindt: doordat er angst wordt gezaaid krijgen mensen juist klachten die ze anders niet hadden gehad.’

‘We zijn allemaal weleens moe, of niet gefocust. Wij nemen alle klachten en angsten serieus, het bewustzijn over BII is goed, maar ik denk niet dat vrouwen met implantaten nu nog snel met onverklaarde klachten zitten: het is nu bekend. Het werkt ook andersom: sommige vrouwen zijn nu bang geworden terwijl ze geen klachten hebben, of zijn huiverig om ze te nemen.’

Over het zogenaamde ‘zweten’ van implantaten, het lekken van siliconendeeltjes door de wand van het implantaat, sprak Kroon ook met Zaal. ‘Ze zei: bij vrouwen die make-up gebruiken, zien we óók siliconen in het bloed. Er is meer gemeten bij vrouwen die implantaten hebben, maar er is nog geen oorzaak-gevolgrelatie tussen hun klachten en die siliconen bewezen.’

Kroon sprak ook haar nefroloog, een nierspe­ci­a­list, omdat ze de auto-immuunziekte IGA-nefropathie heeft, een vorm van nierfilterontsteking. ‘Ik heb gevraagd: kun je het mij afraden omdat de kans dat mijn auto immuunziekte erger wordt aanwezig is? Toen zei ze: nee, dat kan ik niet.’

Kroon heeft daarom besloten haar implantaten goed in de gaten te houden met regelmatige MRI-scans. Als haar lichaam slecht reageert, dan gaan de borsten eruit. ‘Als je snel handelt is de schade tijdelijk en niet permanent. Vroeg of laat moeten ze toch eens worden vervangen.’ Ook Kroon vindt een documentaire als Moordtieten te eenzijdig. ‘Er wordt daarin gezegd: kijk, deze vrouwen hebben allemaal siliconenimplantaten, ze zijn allemaal vermoeid, dus siliconen zijn de oorzaak. Dat kun je zo niet zeggen.’

Indirect bewijs

Dat klopt, erkent Kappel. Het is dan ook onmogelijk om dat oorzakelijk verband aan te tonen, zegt ze: ‘Op een levende vrouw kun je geen proeven doen, dan gaan we zoals Josef Mengele aan de gang. Dierproeven hebben geen nut’, zegt Kappel, ‘want vrouwen zijn geen dieren, dus dan blijven de vrouwen over. ‘Daar kun je niet op experimenteren. Toch wordt er nu in feite op vrouwen geëxperimenteerd.’

Ook door Kappel. En daardoor, zegt Kappel, zijn er wrang genoeg ook dingen die we wél weten: indirecte bewijzen. ‘Ten eerste: We weten dat siliconen zweten, alle implantaten die ik weghaal zijn minder gevuld. We weten dat bij vrouwen die we explanteren, dat zie ik al 23 jaar, bij 80 procent van de vrouwen de klachten verbetert.’ Dus, zegt Kappel: ‘Wat we weten is: het is wit met zwarte vlekken, het loopt in de wei, het heeft horens en hoeven, het zegt boe, het geeft melk, maar je mag het geen koe noemen? Nee, er is geen bewijs: dít is wat de siliconenmoleculen uitvreten in het lijf, maar er is gigantisch veel indirect bewijs.’

Een van die indirecte bewijzen kwam voor Kappel onverwacht, in 2015. Twaalf jaar eerder leerde ze Nienke Salzmann kennen, een vrouw die zeventien jaar implantaten had gehad en ernstig ziek was. ‘Ze had tumoren in haar lymfen en zat al in een rolstoel. De lymfen zaten helemaal vol siliconen, die tumoren heb ik verwijderd.’ Er ontstond een band tussen Kappel en Salzmann, die zeker wist dat ze ziek was door de siliconen. Toen Salzmann kwam te overlijden, wilde ze haar lichaam aan Kappel nalaten voor onderzoek.

Salzmanns plan was ambitieus, zegt Kappel. Want ze zou de smoking gun moeten aantreffen, het bewijs dat je ziek wordt van siliconen. Toen Salzmann overleed in 2008, zat Kappel nét op een camping in Italië, ze regelde halsoverkop dat het lichaam naar het Radboudumc werd gebracht. ‘Maar er was geen poen om onderzoek te doen naar de weefsels die waren afgenomen.’ Een student schreef een scriptie over de bevindingen: er waren wel siliconen te zien, maar geen ontstekingscellen.

Toch liet Salzmanns wens Kappel niet los. ‘Ik werd op een ochtend in 2015 wakker en ik dacht: zij heeft dat offer gebracht, ik ben het haar verplicht daar meer mee te doen.’ Kappel sloot zich op in een vakantiehuisje in Spanje en ging al het materiaal nogmaals door. ‘Ik ging mijn eigen overzicht maken, de tabellen anders indelen.’

Kappel slaat met vlakke hand op tafel. ‘Pardon!? Dacht ik. Potverdomme. Hoe heb ik dit over het hoofd kunnen zien! Alle organen zaten tjokvol siliconen. Doordésemd. Ik zag nu pas hoe hoog de concentraties waren.’

Dat chirurgen tegen vrouwen zeggen dat siliconen in elk lichaam voorkomen, is verkeerde voorlichting, zegt Kappel. ‘Het klopt dat we ze in ons lijf krijgen, maar dat is via het maagdarmkanaal, waar het lichaam ze kan uitscheiden. Implanteer je ze in het lichaam, dan heeft het lichaam geen manier ervanaf te raken.’ De concentraties van SI-atomen in het lichaam van Salzmann, vertelt Kappel, waren in de kapsels (bindweefselvlies rondom de prothese, dat soms verhardt) per vierkante micrometer 2.000 keer zo hoog als in normaal weefsel. Voor de schildklier was dat 140 keer hoger.

Verouderingsproces

Volgens Zaal is het geval Salzmann nog geen bewijs van de schadelijkheid van siliconen. ‘Het artikel hierover staat niet in een wetenschappelijk blad. Kijk, dit is een naar verhaal en het is niet zo dat ik zeg: daar kijk ik niet naar. Maar die vrouw had implantaten uit de jaren tachtig die al jaren niet meer worden gebruikt. Ja, we weten dat implantaten in lage concentraties siliconen kunnen zweten, maar in meerdere onderzoeken is niet aangetoond dat siliconen effect hebben op onze gezondheid. En dat onderscheid moet je goed maken.’ Volgens Zaal kan daarnaast alles wat je in het lichaam stopt, een reactie geven op het immuunsysteem. ‘Dat geldt dan ook voor een spiraaltje, of een knieprothese.’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Het artikel dat Kappel over Salzmann schreef zorgde niet voor een schokgolf in plastisch-chirurgisch Nederland. Het werd afgedaan als ‘n=1’; een te klein onderzoek. Dat kan inmiddels niet meer: in september 2021 werd een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat alle typen borstimplantaten lekken, ook de vaste die tot dusver veilig werden geacht. Daarnaast werden bij vrijwel alle vrouwen ontstekingsreacties aangetoond.

Wat de siliconen uitrichten in het lichaam, verwacht Kappel niet meer te ontrafelen: ze is 70 en ‘stoppende’. Maar ze heeft wel een theorie: samen met hoogleraar biomoleculaire chemie Ger Pruijn deed ze een experiment met gekweekte T-cellen (witte bloedcellen die een rol spelen bij de afweer), waarin de siliconen de cellen deden afsterven. ‘Ik stel mij voor dat de moleculen diezelfde inwerking hebben op biochemische processen. Dat is precies wat er gebeurt als we verouderen. En veroudering is precies wat patiënten met klachten over hun prothesen ervaren.’

Het tragische, zegt Kappel, is dat vrouwen prothesen nemen om aantrekkelijk te zijn: ‘Maar du moment dat je ze hebt laten plaatsen, zet je het verouderingsproces vroegtijdig in gang’, aldus Kappel.

Veroudering

Oud, dat is ook hoe Van Heijnengen zich voelt. ‘Ik was al met 21, 22 jaar altijd moe. Ik kon niet meer werken, het waren verschrikkelijke jaren.’ Van Heijnengen werd depressief, kreeg emdr-therapie (een therapie gericht op traumaverwerking) omdat gedacht werd aan een trauma. Haar zwangerschappen waren zwaar, allebei haar dochters werden te vroeg geboren. ‘37 weken en 32 weken, de jongste woog 1 kilo en 75 gram. Mijn lichaam kon de zwangerschappen niet aan. Na elke zwangerschap werd ik weer zieker dan ervoor.’ Nu is Kelly ook bang dat de borstvoeding die ze gaf, iets te maken heeft met de epilepsie van haar dochter – een verband dat ook in Moordtieten werd gesuggereerd.

‘Ik voel me alsof ik langzaam doodga. Ik was sociaal, ik hield van een feestje, ik ben nu teruggetrokken en onzeker. Ik wil op deze manier geen 80 worden’, zegt Van Heijnengen, terwijl ze tranen wegveegt. ‘Ik moet er niet aan denken. Elke dag doorkomen is een opgave. Als ik de was doe, ben ik al kapot. Ik ben 25, en ik kan nauwelijks werken. Als ik heb gekookt, ben ik al trots.’

Op haar arm staat tussen twee kettingen getatoeëerd: Love en Hate. ‘Ik heb een haat-liefdeverhouding met het leven’, zegt Van Heijnengen droogjes. ‘Ik haat het nu een beetje. Nee, ik haat hoe ik me vóél, moet ik zeggen. Af en toe denk ik: ik kan er niet meer tegen.’ Van Heijnengen wordt emotioneel als ze terugdenkt aan de afgelopen zes jaar: ‘Ik was zélf gaan geloven dat het psychisch was. Je voelt je een aansteller. Maar diep van binnen wist ik: dat kan niet.’

Het is wel een beetje gek, zegt Van Heijnengen, dat de chirurg waar ze de siliconen laat explanteren, ze ook implanteert. ‘Ik kreeg een gek gevoel toen ik er voor het eerst binnenliep. Niet alle vrouwen worden er ziek van, zei hij. Dat is... apart. Een vriendin heeft veel dezelfde klachten, zij laat ze er in september uithalen. Mijn nicht heeft trouwens ook klachten, bij inspanning krijgt ze ook koorts tot 41 graden.’

Markt voor borsten

Volgens Kappel heeft de aandacht voor siliconenproblemen geleid tot een markt voor implantatie en explantatie. ‘De bewustheid die er nu komt, leidt ertoe dat sommige plastisch chirurgen tot op zekere hoogte erkennen wat er aan de hand is. Het treft een kleine groep, zeggen ze dan. Er wordt nu een markt gecreëerd voor vrouwen die wakker worden. Ja hoor, we willen ze wel voor je verwijderen, want die vrouwen kunnen dat niet zelf in de keuken. Zo kunnen ze aan de ene kant implanteren, en de andere explanteren. De explantatie kost geld, en ook het ophijsen of reconstrueren met vet doen de chirurgen niet gratis. Ik ook niet. Wat ik al jaren aanbied, wordt nu ook gekopieerd door andere chirurgen.’

Een explantatie, die vaak wordt vergoed door de verzekeraar kost rond de 3.000 euro, en een borstlift die daar vaak onvergoed bij wordt verricht, ongeveer datzelfde bedrag. Zaal schetst de situatie meer praktisch: ‘Als vrouwen bij mij komen met klachten dan zeg ik soms: joh, dat is het niet waard, dan moet je explanteren. Maar dat het de siliconen zijn, is niet aangetoond.’

De donderdag na de ingreep stuurt Van Heijnengen een foto via WhatsApp: twee grijze schijven op tafel, als leeggelopen zwembandjes. ‘Ze hebben duidelijk gezweet’, zegt ze. Er zitten ook twee foto’s bij van haar oogwit: Op de bovenste zijn haar ogen rood doorlopen, de onderste wit. ‘Ik schrik hier echt van!’ Het zou een jaartje kunnen duren voor Van Heijnengen verbetering zou merken, maar ze zegt dat ze zich direct anders voelt. Drie weken later gaat het al een stuk beter: meer energie, minder duizeligheid. Ze schat dat haar klachten voor 50 procent zijn verbeterd. ‘Ik kook weer iedere dag, en ik doe lichte huishoudelijke klusjes. Ik ben er nog lang niet, maar het gaat de goede kant op.’

Volgens Zaal zou het ook interessant zijn die vrouwen langer te volgen. ‘Er zijn ook vrouwen die geen verschil voelen na hun explantatie, maar toch te bang zijn om implantaten te houden. We weten dat bij vrouwen die je explanteert, 50 tot 70 procent minder klachten krijgt als je dat binnen de eerste tien jaar na de vergroting doet. Maar het kan een placebo-effect zijn, dat effect kan ook na zes maanden weer teruglopen.’

Heel leuke borsten

Zaal denkt dat jonge vrouwen die toch implantaten nemen, de risico’s tegen de voordelen afzetten. Ze ziet hoe belangrijk borsten zijn voor vrouwen: ‘Ik zie hier vrouwen die niet met hun kinderen naar het zwembad durven, nauwelijks in de spiegel kijken, alleen in het donker vrijen. De kans dat je lichaam op de implantaten reageert is klein, hoe klein weten we niet precies. Maar dat moet je tegen dat leed afzetten. Ben je erg bang, dan moet je het niet doen.’

Ook Kappel voelt empathie voor jonge vrouwen die nieuwe borsten nemen. Ze ontmoet ze hier in haar instituut, vrouwen ‘met heel leuke borsten’, die tóch nog iets zien wat er pronter, perfecter kan. ‘Dan zeg ik: wat nu op tafel ligt is niet wat er technisch mogelijk is, maar waarom je überhaupt die behoefte hebt. Ze zitten in de knel, en dat ken ik niet van vroeger. Zo hongerig, psychisch hongerig als die vrouwen zijn naar die borsten. De wens zit zo diep. Ze kunnen soms niet op tegen het gevoel: ik heb dit nodig. Dat is versterkt. Het heeft te maken met de maakbaarheidsgedachte. Dat wij in deze tijd zelf aan het stuur zitten en willen bepalen hoe we eruit zien.’

Frustreert het Kappel dat haar vraagstuk nog altijd niet is opgelost? ‘Nee, helemaal niet. Ik kan de wereld niet in mijn uppie veranderen en ik heb ook niet die intentie. Als je ziet vanwaar we komen, eind jaren negentig, dan is die reis het waard geweest.’ Kappel heeft niet meer veel op met de plastisch chirurgische gemeenschap: in 2012 stapte ze uit de Nederlandse beroepsvereniging. Ze wijst op de berg bedankkaarten op een tafel in de hoek. ‘Ik krijg ontzettend veel warmte van patiënten terug die blij zijn dat iemand ze serieus nam.’

Onwijs gelukkig

Kroon is twee weken na de ingreep onwijs gelukkig met haar nieuwe borsten. ‘Voor ik het wist was ik klaar. Ik vroeg vlak voor de operatie nog aan Laura:, hoeveel doe je er op een dag? Tien tot twaalf, zei ze. Juist dát gaf me vertrouwen voor de operatie. Het is zo mooi geworden. De eerste paar dagen zijn wel de hel, alsof er een vrachtwagen op je borst staat. Ik dacht: hoe gaat deze pijn in godsnaam weg? Maar omdat ik speciale oefeningen kreeg, ging het herstel goed.’

Ze is met haar familie op vakantie en vertelt glimlachend dat iedereen in haar omgeving positief reageert. Haar moeder is ook bij met het resultaat. ‘Ze was bang dat het te veel zou worden, maar nu ik hier zo rondloop zegt ze steeds: het is zo netjes geworden.’ Kroon staat even op om haar nieuwe borsten te laten zien.

Nu is ze zelf de doorslaggevende factor voor andere meiden die het laatste zetje nodig hebben, zoals ze zelf door de borsten van een ander overstag ging. ‘Ik zag een meisje dat al heel lang twijfelde maar bang was, omdat ze geen resultaten had gezien. Ze zag mij en zei: o my god, je bent twee weken geleden geopereerd? Dit is fantastisch. Toen heeft ze gelijk haar moeder ge-sms’t: mam, we gaan het doen.’

Op verzoek is de naam Elise Kroon gefingeerd.

Meer over