Waar God zijn terrein terugverovert

Hou maar op met vechten tegen alles wat groeit: verwaarloosde tuinen, dat wordt de trend. Wat er voor nodig is?...

Plant duizend berkenbomen achter duizend schuttinkjes.

Siertuinieren is meer nog dan rolschaatsen verschrikkelijk in de mode. En meer nog weer dan siertuinieren is praten over tuinen en tuinieren en jaloers plaatjes kijken in boeken en bladen over tuinen en tuinieren de nieuwe manier van niksdoen. Je zag het op de Frankfurter Buchmesse, vorige maand. De wereldboekenbeurs die een graadmeter is voor wat rijke mensen bezighoudt. Er waren heel veel meer nieuwe boeken over tuinen en tuinieren dan over rolschaatsen en dunne vrouwenzwempakgym. Snel rijk worden is ook uit tientallen verschillende boeken te leren. Rijk worden is modern. En eigenlijk moet je daarna pas een tuinboek kopen, want tuinieren is net zo duur als twee kinderen.

In Nederland zijn tuinsupermarkten de snelst groeiende detailhandelsondernemingen en vreemd genoeg is in deze winkels het bestverkochte product: hout! Schuttinkjes van ge*mpregneerd hout of tropisch, in dunne matten gevlochten. In boekwinkels zullen tuinboeken het komende jaar ongetwijfeld de best verkochte boeken zijn, en dan vooral de erge. Over ziekte en ellende achter de schuttinkjes. En wat er tegen te doen is.

Want tuinieren is vechten tegen alles wat God laat groeien. Staatsbosbeheer doet dat, Natuurmonumenten doet dat, met bulldozers. En particulieren doen het, met schoffel, spuit, schaar en maaier. In het najaarsnummer van The Gay Garden Quarterly, kwartaalblad van de Hollandse Homo Tuinvereniging, dat mij zonder begeleidend schrijven werd gestuurd - dank! - woedt een discussie over wat voor de tuin de grootste ramp is. In het vorige nummer kregen katten en slakken als grootste boosdoeners de doodstraf. Tot woede van een briefschrijver die een tuin zonder een kat een dooie tuin vindt.

Nee, schrijft hij, de grote plagen zijn mollen, akkerwinde en zevenblad. En merels, die gaten maken in het gazon. Gelukkig eet de kat er wel eens eentje op.

Tuinieren is tobben. Maar straks wordt het leuk. Voorspelling: verwaarloosde tuinen. Wie heeft de mooiste verwaarloosde tuin. Daar zal het over een poosje over gaan. Als de redactie van een of ander kleurenmagazine mij vraagt waar alvast voor het volgende seizoen op moet worden gelet (trendvoorspellen betaalt goed), raad ik dringend aan om te werken aan een serie foto's van bijzondere, verwaarloosde tuinen. Waar God zijn terrein terugverovert.

In het homotuinblad is het al bijna ongemerkt begonnen. Een 'tuincolumnist' vertelt over zijn bezoek aan een verbulldozerd weiland in Teuge, België. Twee mannen hebben daar de 'zeer originele Levenstuinen' aangelegd, schrijft hij enthousiast. Maar nou net 'het wilde gedeelte maakte me erg jaloers, want ik hou van de stijl van natuurlijke landschappen'.

Ja, zo kun je het noemen, de stijl van natuurlijk, maar het is de stijl van handen thuis. Een stuk grond helemaal, absoluut en totaal met rust laten, jarenlang. Dan gebeurt het. Schoonheid waar niet tegen op te verzinnen is door de tijdschriften. Opeens zijn dan, als je dat ziet, alle tuinen potsierlijk die niet verwaarloosd zijn. Je schaamt je weer gezond dood voor de geknevelde boompjes voor je huis waarvan de takken in een plat vlak moeten groeien, parallel aan de voorgevel.

En je hebt weer gezond en veel te laat spijt van de strijd tegen de berkenboom. Nederland is een berkenbomenland. Vraag het aan Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Ze worden er gek van de berkenbomen. Overal waar ze het plat willen houden, schieten de berkenbomen omhoog. En in het bos is het ook al haast niet bij te houden. De grote berkenbomen zaaien zich uit als konijnen. Het mag officieel wel niet, maar het zou de kantoorboswachters van Staatsbosbeheer best van pas komen als ongehoorzame burgers jonge berkenboompjes wegnemen die tussen de grotere opschieten. Om in de eigen tuin te planten, achter de schutting. Dat is het begin van de wildernis waar we over een paar jaar bij zullen staan te juichen.

Er is een goede reden om het nu, dit najaar, nog te doen. Berkenboompjes.

Tijd is die reden. Bomen groeien langzaam. Voor een beukje of een eik is het al rijkelijk laat. Die zijn pas volwassen als de planter allang vergeten en vergaan is. Berkenbomen zijn vrolijke, levendige bomen die sneller groeien. Wie ze nu plant, twee, kan er over tien jaar al tussenin liggen luieren in een hangmat. Om de rest van zijn leven gelukzalig naar zijn volmaakt verwaarloosde grondje te staren, elke dag anders.

Meer over